Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gras raffineren voor duurzame eiwitten

Groen

FLEUR DE WEERD

De grasraffinaderij in een hooischuur in Appelscha. FOTO'S REYER © BOXEM

Op de boerderij van Herman en Lya van der Hoef in het Friese Appelscha staat sinds gisteren een mobiele grasraffinaderij. Is Fries gras een betere bron van eiwitten dan soja uit het verre Brazilië?

'Eigenlijk is het net kaas maken', Scheikundig ingenieur Constantijn Sanders wijst naar de machine in de grote hooistal. "Eerst kneuzen en persen we het gras en dan komt daar de vezel uit." Hij wijst naar een buis waaronder bruingroene plukken gras liggen. "Daarna gaan we met het grassap verder, de melk zeg maar. We doen er melkzuur bij en maken het warm, waardoor stremsel ontstaat. Die vlokken vis je er uit." Hij laat een groen drapje zien en legt daarnaast een groene brok. "Zo ziet het er uit als het droog is. Het eiwitproduct."

In de hooischuur van de familie Van der Hoef in het Friese Appelscha staat sinds gisteren Nederlands eerste mobiele grasraffinaderij. Het gevaarte is drie zeecontainers breed en bestaat uit lopende banden, trechters en stampers. Ze is gemaakt door Courage, een stichting voor innovatie in de Nederlandse melkveehouderij en grasbedrijf Hoogland. Samen met diervoederbedrijf Beuker, kartonfabriek Eska en machinebouwer PMF, vormen zij Grassa.

Uniek, aldus Carel de Vries van Courage. "Er zijn wel wat grasverwerkingsprojecten in andere landen, maar dit is het enige proces dat erin slaagt om gras om te zetten in drie bruikbare producten: vezels om te gebruiken in de bouw en papierindustrie, sap waarmee het land kan worden bemest en eiwitten om veevoer van te maken of aan te lengen."

Er is namelijk een grasoverschot in Nederland. Melkveehouders beschikken over zo'n miljoen hectare aan grasvelden, legt Gjalt de Haan uit, die als eigenaar van het grasbedrijf Hoogland met het project begon. "Boeren maaien het zo'n vijf tot zeven keer per jaar, maar kunnen het lang niet altijd oogsten en gebruiken voor hun vee, omdat het te nat is." Vooral in het najaar en in natte zomers gaat hierdoor veel gras verloren.

Zonde, vinden de mensen van Grassa, want er zitten veel nuttige stofjes in het gras. Op dit moment wordt soja gehaald uit Brazilië om ons veevoer van eiwit te voorzien. Soja is omstreden, aldus De Vries. "Want de teelt gaat gepaard met ontbossing, erosie en transporten over lange afstanden. Terwijl we het gras in onze eigen achtertuin hebben groeien."

Dit duurzaamheidsargument was voor beide mannen in 2006 reden om eens na te denken over het raffineren van restanten gras. Maar waarom duurde het zo lang tot de machine in Appelscha gereed was?

"Het duurde tot 2009 voordat we de overheidssubsidies en bedrijfsinvesteringen bij elkaar hadden", legt De Vries uit. "Bovendien was de techniek hiervoor er simpelweg nog niet, dus moesten we veel experimenteren. Er zijn wel tien prototypes ontwikkeld voordat we deze, de beste variant, hadden."

Behalve het ministerie van landbouw investeerden vijf bedrijven uit de papier-, voeder- en bouw-sector in het project. Hoewel ze geloofden in de formule hadden ze veel vragen over de kwaliteit van de verschillende eindproducten. Zat er wel genoeg eiwit in het gras om er veebrokjes van te maken? Is de vezel wel geschikt als vulmiddel voor karton? Kan het sap worden gebruikt als mest? En niet in de laatste plaats: kan het project rendabel worden uitgevoerd?

Na twee jaar testen kan chemicus Sanders op de meeste vragen nu positief antwoorden. De samenstelling van de aminozuren is vergelijkbaar met die van soja en de eiwitconcentratie van het graspulp is daarom erg geschikt voor alle soorten dieren. Op de langere termijn zelfs voor mensen. "Lekker is het niet, maar wel voedzaam", vertelt hij lachend. "Dan is het veel waard. Eiwitshakes voor sporters zijn wel duizend keer duurder dan ons graspulp."

Ook de vezel is bruikbaar. Als we de initiatiefnemers moeten geloven staan de karton- en papierindustrie te springen om de droge plukjes gras. Als vulmiddel tussen lagen karton dan, zegt De Vries. "Als je er papier van zou maken, wordt het namelijk groen. We zijn nu bezig om te kijken hoe de grasvezel in hun productieproces past. Het moet natuurlijk wel in de machines kunnen."

Het raffineren gebeurt op verantwoorde wijze. "Het kost wel drie keer minder energie dan ik dacht", vertelt Sanders trots. "Het produceren van een kilo eiwit kost uiteindelijk één kilowattuur. Bovendien zijn er geen afvalstoffen, want er worden geen chemicaliën gebruikt en we hergebruiken de restwarmte."

Hoe verhoudt dat gras uit Appelscha zich dan tot de soja uit Brazilië? "Het is moeilijk om erosie en klimaateffecten te meten, maar als we puur naar de verwerking van beiden kijken, scheelt het al", beredeneert Sanders. "De verwerking kost evenveel stroom, maar wij halen meer producten uit het gras dan zij uit soja. Daarnaast besparen we enorm op vervoer. Het is nogal een verschil of je het van de andere kant van de wereld laat verschepen of van je eigen veld naar de machine."

En dan de mogelijkheden om geld te verdienen nog. De Vries: "Die zijn nog niet helemaal duidelijk, dat moet ik toegeven. Dat komt omdat er zo veel industrieën bij elkaar moeten komen." Op dit moment krijgt een boer die gras komt brengen precies evenveel geld als wanneer hij het naar een grasdrogerij brengt. Weinig dus.

Om het economisch interessanter te maken gaat het onderzoek door. Hoe kunnen meer kleine stofjes uit het gras worden geperst, hoe kunnen boeren meer aan hun gras verdienen? Op welke manier zijn ze meer geneigd om in een machine als deze te investeren?

De Haan hoopt er tegen 2013 een winstgevend bedrijf van te maken. Een van de stoffen waar ze zich nu op richten is fosfaat. Dat is interessant omdat de stof op dreigt te raken en sterk in prijs stijgt.

Boerin Lya van der Hoef is in ieder geval geïnteresseerd. "Ik vind het mooi wat ze hier doen. Voor ons zou het goed uitkomen, want we hadden veel gras over dit jaar vanwege de natte zomer. Ideaal als we dat nu zelf tot eiwit zouden kunnen maken."

Daar ligt ook een probleem, want er is niet altijd een grasoverschot. De Haan: "Dat is seizoens- en weergebonden inderdaad, want het restgras is meestal maar zeven maanden per jaar beschikbaar. Daarom gaan we nu onderzoeken welke ander gewassen we nog in de machine kunnen stoppen zodat we het hele jaar door kunnen produceren. Bijvoorbeeld loof van tomaten in kassen of bladeren van suikerbieten."

Wordt de grasraffinaderij op die manier dan geen concurrent voor de biomassavergister? "Ja", antwoordt De Haan volmondig. "Als we alles uit het gras kunnen halen wat er in zit, levert het de boeren meer geld op dan vergisten. Dan zouden we dus een concurrent kunnen worden. Of onderdeel van de biomassaketen, omdat ze onze vezels best willen vergisten. Hoe dan ook duurt het nog wel een tijdje voordat we daar zijn."

Deel dit artikel