Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Er is een zijdehaai gespot in ‘Nederlandse’ wateren, maar je moet er wel een stukje voor reizen

Groen

Jelle Reumer

© Guido Leurs
Jelle's weekdier

Nee, de Saba Bank is niet de lokale spaarbank van het Caribische eilandje Saba. Het is een van onze nationale parken. Bij Saba.

Het blijft wennen, die wetenschap dat ons land een vulkaankegel heeft waardoor de Vaalserberg niet het hoogste punt is en dat we koraalriffen in zee hebben. Sinds Saba een Nederlandse gemeente is, valt ook een deel van de Caribische Zee binnen onze landsgrenzen en in die warme zee bevindt zich een enorme verhoging, de Saba Bank, die vermaard is vanwege de rijke biodiversiteit. 

Lees verder na de advertentie

Koralen, sponzen, vissen (meer dan tweehonderd soorten!), schaal- en schelpdieren en andere vormen van zeeleven komen in grote uitbundigheid voor op het geheel onder water staande atol. Eind 2010 is het hele gebied van ongeveer 2600 vierkante kilometer aangewezen als Nationaal Park, met hoofdletters. De destijds daarvoor verantwoordelijke bewindspersoon was staatssecretaris Henk Bleker. Inderdaad, de vermaledijde en om zijn Oostvaardersplassenbeleid dikwijls flink verguisde Henk Bleker heeft dus ook iets positiefs voortgebracht.

Je moet er wel een stukje voor reizen, want voor de kust van Katwijk zul je deze Nederlandse vissoort niet aantreffen

De Saba Bank heeft uiteraard de warme belangstelling van biologen en andere onderzoekers, die wat dat betreft de plaats hebben ingenomen van de vroeger evenzeer geïnteresseerde oliegeologen. Omdat het gebied ook is aangewezen als Particularly Sensitive Sea Area (vrij vertaald Bijzonder Kwetsbaar Zeegebied) is het risico op olie- en gasboringen zeer klein en mogen ook zeeschepen er niet meer ankeren; hele grote mogen er zelfs niet meer varen. Maar menig onderzoeksschip vaart er nog wel rond.

Subtiele verschillen 

Deze week werd bekend dat bioloog Guido Leurs er een nieuwe haaiensoort heeft aangetroffen, nieuw voor het gebied wel te verstaan. Het gaat om de zijdehaai, Carcharinus falciformis, een van de meer dan dertig soorten haaien van het geslacht Carcharinus. Hoogstwaarschijnlijk zaten zijdehaaien al wel veel eerder in het gebied, maar werden ze aangezien voor jonge exemplaren van een nauw verwante soort, de Caribische rifhaai Carcharinus perezii. Die verwisseling is niet verwonderlijk want de beide soorten lijken nogal op elkaar. De verschillen zijn subtiel en bij een snel voorbij zwemmend exemplaar daarom gemakkelijk te missen.

Het is vergelijkende anatomie voor gevorderden. Bij de zijdehaai is de voorste van de twee rugvinnen (haaien hebben twee rugvinnen, een grote voorste en een kleine achterste) iets verder naar achteren geplaatst dan bij de rifhaai het geval is, en die voorste rugvin heeft een meer afgeronde punt. Aan de tweede, kleine, rugvin zit een uitsteeksel dat bij de zijdehaai langer is dan de vin zelf hoog is. Rifhaaien hebben kortere uitsteeksels. Dat is ook al zo’n lastig waar te nemen kenmerk, maar Leurs had er geen moeite mee, zo meldde hij deze week op zijn blog guidoleurs.org.

Nadat de kapitein van het schip, waar Leurs op meevoer, twee onbekende haaien had gespot, is hij te water gegaan om beter te kijken; even later had hij tien jonge zijdehaaien geteld. Ze waren nog nooit eerder in dat deel van de Caribische Zee waargenomen en vormen dus een interessante aanvulling op onze visfauna. Je moet er wel een stukje voor reizen, want voor de kust van Katwijk zul je deze Nederlandse vissoort niet aantreffen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier alle afleveringen terug.

Deel dit artikel

Je moet er wel een stukje voor reizen, want voor de kust van Katwijk zul je deze Nederlandse vissoort niet aantreffen