Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een uitdaging: groen in de Sahel

Groen

De Senegalese boer Amadou Karimba (midden) en projectleider Omar Faye (rechts). "Mensen blijven nu liever hier in plaats van naar Dakar te trekken", zegt Faye. Foto: Nils Elzenga

Op papier is het misschien wel het grootste natuurproject ooit: de Grote Groene Muur, een bomenstrook dwars door Afrika, bedoeld om de oprukkende Sahara te stoppen. De uitvoer ervan is, op zijn zachtst gezegd, lastig.


Is het een visionair prachtplan of een megalomane wensdroom? Die vraag duikt steeds op in discussies over de Grote Groene Muur. De omvang van het project is duizelingwekkend: 15 kilometer breed en bijna 8000 kilometer lang moet de Groene Muur worden, van Senegal in het westen van het continent helemaal tot in Djibouti aan de Rode Zee. Elf landen moet de groenbaan gaan doorkruisen.

Het project werd in 2005 enthousiast omarmd door de Afrikaanse Unie tijdens een top in de Tsjadische hoofdstad N'Djamena. "Wij beginnen het grootste menselijke project van onze tijd", speechte de Senegalese president Abdoulaye Wade, een van de grootste voorstanders van het project. Wade sprak van een titanenstrijd tegen de woestijn, die hij vergeleek met een groeiend gezwel.

Kort daarop zegde de Global Environment Facility, het groenfonds van de Wereldbank, een kleine 100 miljoen euro steun toe. Veel geld, maar slechts een fractie van de geraamde 2 miljard euro die de Grote Groene Muur zal kosten. Geld dat de betrokken landen, zonder uitzondering arm, zelf niet zomaar op tafel kunnen leggen.

Financiering is niet het enige struikelblok. De Grote Groene Muur, stellen experts, is ook bestuurlijk lastig. Wie of wat heeft de capaciteiten om zo'n megaproject succesvol te coördineren?

Dan zijn er ook de technische bezwaren. "De muur is gepland in de Sahel, de overgangszone tussen Sahara en savanne", zegt Guido van der Werf van de faculteit der aard- en levenswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. "In dat gebied valt weinig neerslag. Een goed deel van dat vocht verdampt bovendien. Niet de ideale omgeving, kortom, voor het op grote schaal aanplanten van bos." Onder die omstandigheden overleeft maar 20 procent van de jonge aanplant zonder langdurige zorg.

Een zinvoller vergroeningsmethode dan aanplanten is, menen kenners, verantwoord beheer van bestaand groen. Daarvan bestaan in de Sahelzone verschillende succesvolle voorbeelden. In het zuiden van Niger beschermen boeren sinds de jaren tachtig de bomen op hun landerijen. Dat heeft geleid tot 5 miljoen hectare nieuw bos (een hectare komt overeen met anderhalf voetbalveld). "Zoveel bomen zijn er nog nooit ergens door aanplanten bijgekomen", zegt Paul Wolvekamp van Both ENDS, een ngo die lokale organisaties in ontwikkelingslanden steunt bij armoedebestrijding en duurzaam milieubeheer.

Om de Grote Groene Muur te laten slagen zou het, aldus Wolvekamp, goed zijn om zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij zulke lokaal gedragen initiatieven. Dat lijkt nauwelijks te gebeuren. Sterker, in de meeste betrokken landen is van enige Grote Groene Muur-activiteit überhaupt nauwelijks sprake.

Senegal is een uitzondering. Dat heeft een nationaal agentschap voor de Grote Groene Muur opgericht, dat zich vanuit een veldstation op het platteland in Oost-Senegal stort op de aanleg van het Senegalese deel van de groenbarrière tegen de woestijn.

"We zijn hier in 2008 begonnen", zegt chef de projet Omar Faye terwijl hij een rondleiding geeft langs de gebouwen, het wagenpark en de boomkwekerij van het veldstation. "Eerst hebben we het gebied hersteld dat de lokale bevolking had kaalgekapt. Sindsdien hebben we bij elkaar 15.000 hectare bomen geplant."

Faye en zijn medewerkers werken zoveel mogelijk samen met de lokale bevolking. "Je moet de mensen bij zo'n project betrekken, anders wordt het nooit wat", zegt Papa Sarr, een collega van Faye die zich bij de rondleiding gevoegd heeft. "Toen we hier aankwamen, waren de boeren achterdochtig. Ze dachten dat we een ondoordringbare muur van bomen gingen aanleggen op hun land. Dat is natuurlijk niet zo. Je moet het veel meer zien als het herstellen van het ecosysteem."

Daarbij gaat ecologie hand in hand met armoedebestrijding. Sarr: "We begeleiden bijvoorbeeld groepen vrouwen bij de aanleg van groententuinen en fruitboomgaarden, en helpen hen bij het aanvragen van bankrekeningen."

Maar bosbouw blijft hun hoofdtaak. Faye stapt achter het stuur van een witte terreinwagen voor een bezoek aan een gebied waar bomen zijn geplant. Na een halfuur hotsen en botsen over zandpaden maakt hij een tussenstop bij de boerderij van Amadou Karimba. Nieuwsgierige kinderen glippen door de van stammen en takken gevlochten omheining rondom het erf, waar kippen en geiten scharrelen tussen in felle kleuren geschilderde hutten. Met open monden slaan ze het bezoek gade.

Karimba vindt de Grote Groene Muur een goed initiatief: "Niet alleen zijn er hier in de omgeving te weinig bomen, het hele project verschaft ook een boel werk."

Zo werken Karimba's zonen - hij heeft negen kinderen met zijn twee vrouwen - en zijn ouders voor het project. "Mensen blijven tegenwoordig liever hier in plaats van naar de stad te trekken", zegt Faye. "Ze verdienen bij ons evenveel als met een baan in Dakar."

Het stemt Faye tevreden dat de lokale bevolking de voordelen van de Grote Groene Muur inziet. "Een man als Karimba woont hier al zijn hele leven. Zijn mening is me meer waard dan de theorieën van techneuten."

Papa Sarr vindt kritiek op het project moeilijk te begrijpen. "Waarom roepen mensen toch steeds dat dit project te duur is? Er zijn zat ontwikkelingsprojecten die met hun capacity building en consultants veel meer kosten, zonder dat ze de concrete verbeteringen opleveren die dit project wel brengt."

Sarr benadrukt dat het project helemaal Senegalees is. "De Senegalese staat financiert het, Senegalezen voeren het uit." Op het beloofde geld van de Wereldbank wacht Senegal nog.

Faye rijdt naar een gebied in de omgeving waar bomen zijn geplant. Het is omheind door een hoog hek. "Dat is om te voorkomen dat rondstruinend vee de jonge aanplant opeet", verklaart Faye. "Veehouderij is hier de belangrijkste economische activiteit. Na vier jaar zijn de bomen sterk genoeg en kunnen we de hekken weghalen."

Het verschil in landschap aan weerszijden van het hek is opvallend. Buiten het projectperceel groeit, tussen ver uiteenstaande groepen bomen, hoofdzakelijk één type taai gras. Binnen het hek doorkruisen lijnen aangeplante bomen een wilde, gevarieerde ondergroei. En dit is nog maar het begin, zegt Faye. "Als je hier over een paar jaar terugkomt, zul je de impact van ons project op het landschap pas echt goed zien. Dat beloof ik je."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie