Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een schat van een overhemd

Groen

Robin van Wechem

Ruben van Veen (rechts) met Skots eerste overhemd © RV

De enige manier om de kledingindustrie te veranderen is van binnenuit, vindt Ruben van Veen, oprichter van Skot. Met zijn overhemden geeft hij het goede voorbeeld.

Ooit, het lijkt inmiddels lang geleden, werkte Ruben van Veen voor Schiphol. Hij woonde een tijd in New York, maar kreeg genoeg van de oppervlakkigheid en het kortetermijndenken om hem heen. Terug in Nederland begon hij als duurzaam organisatieadviseur, waarna hij een jaar voor The Ocean Cleanup werkte, het initiatief van Boyan Slat om de oceanen plasticvrij te maken.

Lees verder na de advertentie

Omdat Van Veen graag zelf iets wilde opzetten, maakte hij de overstap naar overhemden. De kledingindustrie is een van de meest vervuilende sectoren ter wereld en de complexiteit van de productieketen maakt het lastig daar verandering in te brengen. Skot, Fries voor ‘schat’, is een dappere poging.

Van Veen wilde gerecycled naaigaren gebruiken, maar dat bleek niet sterk genoeg

Afkeer van plastic

De overhemden zijn volledig van biologisch katoen, worden onder fatsoenlijke arbeidsomstandigheden in elkaar gezet en verstuurd in gerecyclede verpakkingen die door de brievenbus passen. En vanwege Van Veens begrijpelijke afkeer van plastic zijn de knopen gemaakt van resten kokosnoot of duurzaam gekweekt parelmoer.

De katoen is biologisch gecertificeerd door een streng keurmerk en onder waterbesparende omstandigheden geteeld. Van Veen koopt de stof in bij een leverancier in Italië, die de katoen uit Israël haalt. Door het gebruik van de druppelirrigatiemethode wordt zestig procent water bespaard ten opzichte van de teelt van conventioneel katoen, claimt Van Veen. De druppelmethode gebruikt 45 procent minder water en de opbrengst is 30 procent hoger, vandaar.

Van Veen moest ook concessies doen. Hij wilde gerecycled naaigaren gebruiken, maar dat bleek niet sterk genoeg om de lange levensduur van de overhemden te garanderen. Polyester garen – helaas, toch plastic! – was steviger.

Een ander punt waar hij nog niet helemaal content mee is, is het gebruik van interlining. Interlining maakt de boord en manchetten van een overhemd stevig, maar het bevat de kankerverwekkende stof formaldehyde. Hoewel Van Veen een variant gebruikt met de laagst mogelijke concentratie formaldehyde – goedgekeurd voor gebruik in babyproducten – wil hij daar op termijn iets anders voor verzinnen.

© RV

Experts

Experts ondersteunen de katoenclaims van Skot. Anton Luiken, oprichter van bureau Alcon Advies en expert op het gebied van hoogwaardige textielrecycling, vindt dat de irrigatiemethode een groot verschil maakt. “Als je een katoenveld laat onderlopen met water is de verdamping vele malen hoger dan als je het water bij de wortels van de plant aanbrengt.” De waterbesparing van 60 procent lijkt hem dan ook realistisch.

Arjen Hoekstra, hoogleraar watermanagement aan de Universiteit Twente, vindt het gebruik van biologisch katoen op zich al een hele verbetering. “De druppelmethode is beter dan sproei-irrigatie. Maar Israël is wel een droog gebied. Het is niet logisch om daar zo’n waterintensief product te telen.”

Van biologisch katoen wordt soms gezegd dat het meer water zou gebruiken omdat de opbrengst per hectare lager is dan bij conventioneel katoen. Volgens Hoekstra varieert het watergebruik binnen conventionele en biologische katoenteelt zo sterk dat je daar niets algemeens over kunt zeggen.

Magreet Schijvens van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal bevestigt dat. Zij vindt het lastig om de claim van 60 procent op waarde te schatten, omdat de referentie onduidelijk is. “Is dat reguliere katoenteelt anno nu in hetzelfde gebied, of is het een vergelijking met een mondiaal gemiddelde of met twintig jaar geleden? Van Israël zijn ook weinig studies, omdat het niet in de top vijftien van katoenproducerende landen staat.”

Skot laat de overhemden produceren in Istanbul. De fabriek is lid van BSCI, een door de kledingindustrie opgezet managementsysteem dat organisaties helpt om op sociaal gebied te verduurzamen. In tegenstelling tot de Fair Wear Foundation of het Fair Trade-keurmerk worden er geen eisen gesteld wat betreft een leefbaar loon of een maximaal aantal uren overwerk.

Van Veen: “De fabriek heeft een personeelsraad, er is een maximum aantal werkuren per week en er werkt een manager die verantwoordelijk is voor veiligheid en werkomstandigheden. De fabriek wordt door verschillende klanten gecontroleerd, die vaak hun eigen keurmerk of eisen hebben.”

© RV

Keurmerk

Op termijn zou hij wel lid willen worden van de Fair Wear Foundation, al kan dat pas als hij minstens 2,5 miljoen euro omzet maakt. Tegelijkertijd aarzelt hij over de meerwaarde van een keurmerk, omdat er inmiddels zoveel keurmerken zijn dat het onderscheidende element niet altijd duidelijk is.

Van Veen verwacht niet dat het polyester garen gevolgen heeft voor de recyclebaarheid van de overhemden. Hij heeft geen andere stoffen aan het katoen toegevoegd, zodat het materiaal verder homogeen is: een belangrijke voorwaarde voor relatief hoogwaardig hergebruik.

Luiken denkt dat het naaigaren minder dan 1 procent van het totale gewicht van het overhemd vormt. “Dat is voor mechanische recycling geen probleem, voor chemische recycling wel. Bij chemische recycling moet polyester garen worden opgelost.”

Hoekstra benadrukt dat Skot het al veel beter doet dan de meeste spelers in de markt. “Je kunt altijd wel kritiek vinden als je gaat zoeken, maar die kritiek is veel terechter als je naar de bulk van de katoenproductie kijkt.”

Deel dit artikel

Van Veen wilde gerecycled naaigaren gebruiken, maar dat bleek niet sterk genoeg