Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een plank en een balk van een boom uit je eigen stad

Groen

Nils Elzenga

De Stadshout zagerij in het Amstelpark. © Olaf Kraak
Reportage

Wat is er nou mooier dan in Amsterdam gekapte bomen te verwerken tot hout dat in de stad zelf verkocht wordt? Dat is precies wat Stichting Stadshout wil. Maar regeltjes en praktische beperkingen zitten de uitvoering in de weg. 

Ruik je die paardenmestgeur?”, roept Crisow von Schulz boven het gierende geluid van een lintzaag uit die gestaag door een dikke boomstam glijdt. “Dan weet je dat het een iep is, de markantste boomsoort in Amsterdam!” Von Schulz – met zaagsel versierde bakkebaarden, handen zo ruw als het hout waarmee ze werken, filtersigaret nonchalant tussen de lippen – banjert naar de overzijde van het modderige terrein op een gemeentewerf in het Amsterdamse Amstelpark. Hij wijst op een metershoge stapel stammen. “Populieren! Als je die zaagt, krijg je meer een soort urinelucht!”

Lees verder na de advertentie

In Amsterdam worden volgens de gemeente jaarlijks tussen de vijf- en tienduizend bomen gekapt. Ingehuurde aannemers verzorgen de kap en verhandelen het hout. “Doodzonde”, meent Von Schulz. “Want zij zien het hout als afval en verkopen het tegen pallethoutprijzen aan opkopers buiten de stad. ”

Beren op de weg

Stadshout, de stichting die Von Schulz in 2010 met vakgenoten oprichtte, was volgens Von Schulz destijds het eerste initiatief van zijn soort in Nederland (zie kader). De doelstelling is sindsdien niet veranderd: al het Amsterdamse kaphout op één centrale plek verwerken tot hoogwaardige planken en balken die binnen de stadsgrenzen verkocht worden.

Amsterdam herbergt volgens de gemeente ruim een miljoen bomen, wat neerkomt op meer dan één boom per inwoner.

Von Schulz: “Zo is het hout veel meer waard voor de stad. Een Amsterdamse meubelmaker is, vanwege de emotionele waarde die het heeft, echt wel bereid een goede prijs te betalen voor hout dat uit zijn eigen wijk komt.” Bovendien scheelt Schulz’ methode CO2-uitstoot: “Ten eerste beperk je transportkilometers. Ten tweede blijft CO2 natuurlijk alleen langdurig in hout opgeslagen – een kilo hout staat gelijk aan een kilo uit de lucht gefilterd CO2 – als je er solide producten van maakt.” Via een dit najaar getekende schenkingsakte, het resultaat van vijf jaar overleg, geeft de gemeente Stadshout nu een flinke steun in de rug.

Daar is Von Schulz uiteraard blij mee, maar hij ziet nog wel wat beren op de weg. Ruimtegebrek bijvoorbeeld. “We krijgen in de komende drie jaar achtduizend kuub hout van de gemeente, dat is verschrikkelijk veel. Zulke hoeveelheden kunnen we op deze gemeentewerf niet opslaan.” Ook de raamzaag die Von Schulz zou moeten aanschaffen, een soort uit de kluiten gewassen broodsnijmachine die in één keer een hele stam tot planken kan verzagen, zou alleen passen op een groter terrein. Voor die nieuwe locatie, zo staat in het partnerschap, moet Stichting Stadshout zelf zorgen.

© Olaf Kraak

De vraag is: hoe? “Wij zijn maar een heel kleine speler”, zegt Von Schulz. In 2017 verwerkte hij driehonderdvijftig kuub hout met de enkele lintzaag – zaagsnelheid één meter per minuut – die hij tot zijn beschikking heeft. Financiering krijgen is lastig. “Banken weigeren hout te zien als onderpand. Zelfs als het van uitstekende kwaliteit is.”

Een tweede probleem is de certificering van stadshout. Von Schulz: “De Nederlandse overheid staat alleen gebruik toe van hout dat FSC-, PEFC- of MTC-gecertificeerd is. Maar die certificaten zeggen alle drie: wij gaan over verantwoord bosbeheer en jullie stadshout kunnen we dus niet toetsen.” Daardoor kan de gemeente, die is gehouden aan de inkoopcriteria van de overheid, formeel geen hout inkopen dat afkomstig is uit haar eigen stad. Von Schulz: “Straks zitten wij op een berg hoogwaardig hout die we van de gemeente hebben gekregen, maar die we niet kunnen verkopen aan diezelfde gemeente. Een bizarre situatie.”

Centraal houtdepot

“Maar dat de gemeente moet voldoen aan eisen van de overheid betekent niet dat stadshout onverkoopbaar is”, pareert Hans Kaljee, hoofdstedelijk bomenconsulent bij de gemeente. “Producten van Stichting Stadshout zijn verkrijgbaar bij tuincentra en in diverse winkels. En veel marktpartijen zijn geïnteresseerd in timmerhout uit de stad.” Over certificering voert de gemeente volgens Kaljee nu overleg met de rijksoverheid.

Laten we hopen dat dit partnerschap het begin is van een stroom­ver­snel­ling. De Amsterdamse bomen verdienen dat.

Ciscow von Schulz

Klopt, zegt Von Schulz ligt. “Maar die gesprekken zijn op mijn initiatief gestart”, zegt hij. “Als ik de verantwoordelijke ministeries er niet over was gaan aanschrijven, was er niets gebeurd.”

Voor Von Schulz is het cruciaal dat het overleg snel resultaat oplevert, want zonder adequate regels, locatie en apparatuur dreigt Stadshout te verdrinken in de komende houttoevloed. Von Schulz zou daarom graag zien dat de gemeente zelf een centraal houtdepot inricht. “Ons kunnen ze dan inhuren voor het zaagwerk en voor de verkoop van het hout.” Zo’n hoofdstedelijke houtbank is inderdaad een wens van de gemeente, aldus bomenconsulent Kaljee. “Amsterdam streeft naar honderd procent circulair bouwen door materialen zo hoogwaardig en lokaal mogelijk te hergebruiken. Als het gemeentebestuur de plannen goedkeurt, kan de centrale houtbank in 2021 in bedrijf zijn.”

“We zijn al jaren aan het overleggen”, verzucht Von Schulz. “Het duurt lang voor dat vruchten afwerpt. Laten we hopen dat dit partnerschap het begin is van een stroomversnelling. De Amsterdamse bomen verdienen dat.”

Bomenparadijs Amsterdam 

Amsterdam herbergt volgens de gemeente ruim een miljoen bomen, wat neerkomt op meer dan één boom per inwoner. Daarmee is onze hoofdstad een van Europa’s groenste steden. Ter vergelijking: in Parijs staat één boom per vijf inwoners. Amsterdam was niet altijd zo groen: de eerste telling in 1875 onthulde een schamel aantal van vierduizend bomen. Zestig jaar later waren dat er tien keer zoveel. Na een lichte daling in de Tweede Wereldoorlog stijgt het aantal bomen sindsdien weer gestaag. Inmiddels is het maximum volgens de gemeente wel zo’n beetje bereikt: ‘Voor nog veel meer bomen is geen plaats.’

Waar vind je producten van Stadshout?

In de voormalige meubelmakerij van Crisow von Schulz, in de Amsterdamse wijk de Pijp, verkoopt Stadshout zijn planken en balken aan particulieren. Ook verkoopt de stichting hier producten die anderen daarvan maken. Denk aan eenvoudig speelgoed, meubilair en de populaire Stadsplank, een snijplank voor voedsel. Ook vind je stadshout natuurlijk terug in de Amsterdamse openbare ruimte. Von Schulz: “We hebben net tien picknicktafels geleverd in stadsdeel Nieuw-West, van hout dat gekapt moest voor de vernieuwde buslijn 69 in Osdorp-Sloten.”

Stadshout in andere steden

In veel Nederlandse en Vlaamse steden zijn de laatste jaren initiatieven ontstaan die, aldus Crisow Von Schulz, ‘de gedachte van Stichting Stadshout Amsterdam gevolgd hebben’. Op een lijst van Von Schulz prijken Almelo, Antwerpen, Breda, Den Bosch, Den Haag, Deventer, Gent, Haarlem, Kennemerland, Leiden, Nijmegen, Utrecht, Venray, Weert, Zaandam en Zwolle. Von Schulz: “Iedereen kampt met dezelfde soort problemen, zoals de certificering van stadshout. Daarom hebben de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Natuur en Milieufederaties nu een netwerk opgericht. Het idee is om straks twee keer per jaar samen te komen. Maar dat is allemaal nog in een hele prille fase.” 

Lees ook: 
Oud hout als eerste stap naar circulaire dakramen.

Circulair bouwen begint bij circulair slopen. 

Deel dit artikel

Amsterdam herbergt volgens de gemeente ruim een miljoen bomen, wat neerkomt op meer dan één boom per inwoner.

Laten we hopen dat dit partnerschap het begin is van een stroom­ver­snel­ling. De Amsterdamse bomen verdienen dat.

Ciscow von Schulz