Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Duurzaamheid kun je niet eten

Groen

Marco Visscher

'Help de ijsbeer, de arme Afrikaan kan wel wachten.' Dat krijg je ervan als alles duurzaam moet zijn, betoogt Marco Visscher. "Geen gezeik, iedereen rijk."

Regeringsleiders en duizenden afgevaardigden van overheden, ondernemingen en actiegroepen uit bijna tweehonderd landen komen deze week in Rio de Janeiro (Brazilië) samen. Woensdag begint Rio+20, de conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling. De deelnemers zullen er invulling geven aan de wens om "op een steeds dichterbevolkte planeet de armoede terug te dringen, maatschappelijke gelijkheid te bevorderen en milieubescherming te garanderen voor de toekomst die we willen". De organisator zelf omschrijft de conferentie als een 'historische mogelijkheid om de weg naar een veiliger, gelijker, schoner, groener en welvarender wereld voor allen' uit te stippelen.

Dat zijn heel wat fraaie woorden bij elkaar. Wat kan daar op tegen zijn?

'Tegen' is een groot woord, maar je kunt er wel forse kanttekeningen bij plaatsen. De ideologie achter duurzame ontwikkeling - kortweg: het milieu moet worden ontzien, dus economische groei moet slechts onder strikte voorwaarden worden toegestaan - suggereert dat natuurbehoud belangrijker is dan armoedebestrijding. Kijk maar naar onze uitgaven.

Goedkope, uiterst effectieve interventies voor de algehele gezondheid in ontwikkelingslanden zijn de bestrijding van malaria (waaraan jaarlijks nog altijd meer dan een half miljoen mensen sterven, vooral kinderen onder vijf jaar) of de distributie van vitamines en vaccins. Toch geven we ons geld liever uit aan 'duurzame' initiatieven waarvan de verwachte gevolgen voor ons welzijn pas op de lange termijn zichtbaar zullen zijn. Denk aan projecten voor het terugdringen van broeikasgassen in de atmosfeer of voor de bescherming van biodiversiteit.

Het pleidooi voor duurzame ontwikkeling mag dan een opsteker voor Moeder Aarde zijn, het ontbeert echte ambities om arme mensen een geweldig en gezond leven te bieden. Daar heb ik moeite mee.
Natuurlijk is groei mogelijk waarbij zowel mensen als milieu gebaat zijn. Daar bestaan talrijke mooie voorbeelden van: de bouw van biogasinstallaties, zodat de bomenkap wordt tegengegaan; de verspreiding van betaalbare led-lampen op zonne-energie als vervanger van gevaarlijke kerosinelampen; het verstrekken van eigendomsrechten over natuurlijke hulpbronnen aan de lokale bevolking. De lijst is lang - en gelukkig maar.

Lees verder na de advertentie

Het streven naar duurzame ontwikkeling is ontstaan vanuit de groeiende zorg over de milieudruk van de westerse welvaart. In de jaren zestig vreesden wetenschappers dat een mengsel van consumptiedrift, industriële vervuiling en een ongekende toename van de wereldbevolking een recept was voor rampspoed. Op deze golven van onzekerheid verscheen in 1972 het rapport 'Grenzen aan de groei'. Hierin stelde de Club van Rome - een mondiale denktank van bezorgde intellectuelen - dat de natuurlijke grondstoffen in een akelig snel tempo opraakten. De boodschap bereikte een miljoenenpubliek.

De term 'duurzame ontwikkeling' brak in 1987 door dankzij een rapport van een commissie onder leiding van de Noorse oud-premier Gro Harlem Brundtland. Volgens het rapport was de milieuschade van sociaal-economische vooruitgang te lang genegeerd. Daarom pleitte Brundtland voor een nieuwe denkwijze: duurzame ontwikkeling.
Er volgde een VN-conferentie over dat thema in Rio in 1992, tegenwoordig herdacht als een mijlpaal.

Want twintig jaar later heeft het groeiende bewustzijn over onze ecologische uitdagingen geleid tot de opkomst van groene initiatieven en veelbelovende perspectieven voor een schonere economie.
De ultieme omschrijving van duurzame ontwikkeling kwam van Brundtland. Haar definitie wordt nog altijd gebruikt: "Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden zonder afbreuk te doen aan het vermogen van toekomstige generaties om te voorzien in hun eigen behoeften."

Ik heb die zin vaak gelezen. Leest u 'm ook nog eens als u wilt.
Is dat niet een vreemde omschrijving? In lang niet alle 'behoeften van het heden' wordt nu voorzien, dus waarom zou in die van toekomstige generaties dan wel moeten worden voorzien? Zijn onze behoeften ook niet verschillend, afhankelijk van zaken als ons inkomen, onze cultuur of de tijd waarin we leven? Vallen zaken als iPads en zonvakanties ook onder behoeften, of gaat het vooral om eten en onderdak?

Verderop schreef Brundtland: "Duurzame ontwikkeling vereist het behoud van planten- en diersoorten." Vervolgens rept ze met geen woord over de vraag hoe ver we daarin zouden moeten gaan. Zijn torenhoge uitgaven gerechtvaardigd om te zorgen dat een bepaalde soort overleeft? Waarom is het voortbestaan van iedere afzonderlijke soort eigenlijk zo belangrijk? Vermoedelijk zo'n 99 procent van alle soorten die ooit hebben bestaan is uitgestorven. Zijn we nu echt zo slecht af zonder de dodo en de dinosaurus?

Kolencentrale in China. © EPA

Misschien neem ik die teksten veel te letterlijk. Laten we daarom kijken naar een onderliggend begrip dat volgens Brundtland van wezenlijk belang is voor het idee van duurzame ontwikkeling: het concept van beperkingen. Die betreffen volgens haar de draagkracht van de aarde en de stand van de technologie.

Toen de Club van Rome zaken als bevolkingsgroei en voedselproductie bij elkaar in een computermodel stopte, zou volgens een van de berekeningen goud op zijn in 1981, kwik in 1985 en aardgas in 1994. Het is nu 2012 en van vrijwel alle grondstoffen die het rapport noemde, zijn de in de industrie gemelde voorraden nu groter dan destijds.

Gróter dan destijds? Jazeker. We hebben er meer van gebruikt en toch is er meer beschikbaar. Aluminium, goud, ijzer, kalksteen, koper, stikstof en zink beslaan samen meer dan 75 procent van de wereldwijde uitgaven aan grondstoffen (buiten de brandstoffen om), en ondanks een spectaculaire toename in consumptie van al deze grondstoffen - met een factor twee tot tien - is de beschikbare voorraad voor elk hiervan in de tweede helft van de vorige eeuw gestegen. Hoe kan dat nu? Waarom raakt er nooit eens iets op?

Eigenlijk is het mechanisme heel eenvoudig. De stijgende vraag is voor sommigen een signaal om alarm te slaan; voor anderen het startsein voor een zoektocht. Ze zoeken én vinden op plaatsen waar niet eerder is gezocht, via manieren die voorheen niet mogelijk waren. (Gezien de bijbehorende milieuschade verdient de winning trouwens zeker niet altijd de schoonheidsprijs.) Uitvinders en techneuten ontwikkelen manieren om minder te verspillen en verstandig te recyclen, zodat we meer doen met minder. Of ze ontdekken een alternatief dat goedkoper en effectiever is - want uiteindelijk is niemand geïnteresseerd in grondstoffen, maar in de diensten die ze leveren. We willen immers geen olie, we willen dat onze auto rijdt. Preciezer nog: we willen snel en goedkoop van A naar B.

Zorg voor de natuur is bepaald niet overbodig. Bodemverontreiniging in de landbouw, chemische dumpplaatsen in arme landen, die smerige plastic soep in de Grote Oceaan: er zijn genoeg serieuze problemen waaraan iets moet gebeuren.

In naam van de vooruitgang hebben we lucht, water en grond vervuild - soms met verstrekkende, blijvende gevolgen, en we hebben te vaak te weinig respect gehad voor de lokale bevolking of voor dier- en plantsoorten.

Toch zijn dat geen redenen om ontwikkeling slechts toe te staan onder strikte voorwaarden. Integendeel. Een slecht milieu is eerder het gevolg van te weinig ontwikkeling dan te veel. Ga maar na.
Op de ene helft van de wereld heerst armoede. Hier begraven moeders hun kinderen die sterven aan iets als diarree. Dit is ook het deel waar het milieu flink te lijden heeft: drinkwater is onbetrouwbaar, bomen worden gekapt.

Op de andere helft van de wereld zijn zowel armoede als milieuvervuiling tamelijk succesvol aangepakt. Hier betekent 'leven onder de armoedegrens' dat je nog altijd een wasmachine en een mobiele telefoon kunt hebben. Lucht en water worden er telkens schoner - hoewel het natuurlijk altijd schoner kan - en westerlingen zijn druk in de weer bomen te planten.

Milieueconomen zijn al jaren bekend met dit fenomeen, een afgeleide van de zogeheten Kuznetscurve. Dat is een omgekeerde parabool die laat zien dat milieuvervuiling van een land toeneemt bij economische groei en weer afneemt wanneer de welvaart een bepaald niveau heeft bereikt. De verklaring is, kort gezegd, dat er meer geld, betere technologie en politieke wil is om het milieu op te schonen.

Het begrip is vernoemd naar Simon Kuznets, die de Nobelprijs voor de economie ontving voor zijn "empirisch gefundeerde interpretatie van de economische groei die heeft geleid tot een nieuw en verdiept inzicht in het proces van ontwikkeling". Zijn theorie is niet onomstreden, maar ze blijkt inmiddels te kloppen bij onder meer water- en luchtverontreiniging.

De Kuznetscurve ondersteunt de gedachte dat we arme landen onvoorwaardelijk moeten laten doorgroeien.
De verwachting is dat ze bij een bepaald welvaartsniveau gaan zorgen voor het milieu.

De westerse behoefte aan natuurbehoud lijkt geregeld een hinderlijk obstakel voor vooruitgang op plaatsen waar nog veel vooruitgang wenselijk is. Niemand kijkt meer vreemd op wanneer groene actiegroepen de bouw van de Xiaonanhai-dam in de Chinese Yangtze-rivier proberen te verhinderen.

Want ook al zou de dam via een waterkrachtcentrale de nodige (duurzame!) energie leveren aan de snel uitdijende stedelijke bevolking in Chongqing, de aanleg zou het einde betekenen van enkele vissoorten. Dat is kennelijk een stuitender vooruitzicht dan huishoudens die 's avonds in het donker blijven zitten.

Of neem het voortdurende geklaag over hoe China zijn ongekende groei bouwt op steenkolencentrales. Het zou mooi zijn als alle energie in China schoon werd opgewekt. Zover zijn we helaas nog niet. Intussen zijn in dertig jaar tijd wel honderden miljoenen mensen boven de armoedegrens geklommen.

Hun schone toekomst komt eerder in zicht wanneer we de Chinezen hun smerige kolencentrales laten bouwen. Zodat de explosie van vooruitgang kan doorgaan. Zodat kinderen naar school gaan. Zodat technologie zich kan blijven ontwikkelen.

En later zullen die Chinezen - gezonder, slimmer en rijker dan ooit - oplossingen gaan afdwingen voor de troep die is ontstaan.
Maar, zo werpt u tegen, vanwege al die uitgestoten broeikasgassen leven we dan in een warmere wereld met meer natuurrampen.
Dat is misschien waar, maar de schade van de verwachte toename van orkanen en overstromingen kunnen we beperken door meer rijkdom. Welvaart is nu eenmaal dé reden waarom natuurrampen altijd veel meer slachtoffers vergen in arme landen dan in rijke.

Zie het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen.
Dat proces verloopt politiek zo moeizaam dat iedere Eurotop erover een theekransje lijkt. Het vergt dat alle economiën nú een hoop geld opzij moeten zetten voor de beperking van eventuele schade decennia later. Dat is geen goede investering.

Voor de duidelijkheid: dit is geen pleidooi om de aarde maar eens te vervuilen. Dit is een pleidooi om mensen zo snel mogelijk uit de armoede te helpen.

De chemicaliën uit oude elektronische apparatuur die niet meer kan worden gerepareerd komt direct in het milieu terecht in Afrika. © Greenpeace / Kate Davison

Rio+20 zal deze week opnieuw duidelijk maken dat het milieu boven aan de westerse agenda staat. In de aanloop naar de conferentie heeft het Nationaal Platform Rio+20 onder voorzitterschap van Louise Fresco een prioriteitenlijst opgesteld, waarmee een Nederlandse delegatie naar Brazilië afreist. Het is tekenend dat er op dat lijstje stond: het bepleiten van human-powered transport, wat zoveel betekent als lopen en fietsen. De angst voor een miljard Chinezen in een auto - help, uitlaatgassen! - vinden we hier wel heel letterlijk terug.

Kennelijk mogen wíj met enig schuldgevoel iedere dag in onze auto stappen, maar 'de anderen' moeten het doen met 'meer geschikte innovaties'. Het is dat uitgangspunt waardoor goededoelenorganisaties wel latrines bouwen, maar geen degelijke sanitaire voorzieningen. Een microlening voor een geit is acceptabel, maar een tractor is al te belastend voor het milieu.

De promotie van het milieu tot 's werelds belangrijkste probleem hangt nauw samen met de teloorgang van het niet eens zo heel erg oude progressieve ideaal van 'overvloed voor allen'. Het verlangen naar materiële voorspoed was ooit een radicale wens van een klasse die nog een flinke weg naar die overvloed had te gaan. Inmiddels zijn de tijden veranderd. Nu wij er warmpjes bij zitten, is economische groei problematisch geworden in de ogen van mensen die wel worden aangeduid als wereldverbeteraars. En dus houden zij zich tegenwoordig vooral bezig met het milieu. Bedreigde ijsberen dienen onmiddellijk te worden geholpen, bedreigde Afrikanen kunnen wel even wachten.

Ik denk dat de westerse bezorgdheid over het milieu in de context van armoedebestrijding te vaak een hindernis is. Het is nu geen nastrevenswaardig doel dat miljoenen rijstboeren en riksjarijders zomaar ontsnappen aan de armoede en een comfortabel leven leiden met een auto voor de deur, goedkope elektriciteit en een divers aanbod van groenten en fruit uit alle hoeken van de wereld.

Uit het concept van 'behoeften' en 'beperkingen' spreekt bovendien een gebrek aan vertrouwen in de mens. Wij achten onze kinderen en kleinkinderen zo kwetsbaar en intellectueel zo armzalig dat wij nu al weten wat het beste voor hen is. We missen het vertrouwen dat zij hun eigen boontjes kunnen doppen en hun creativiteit zullen aanwenden om hun eigen problemen op te lossen, zoals alle generaties dat destijds hebben gedaan voor hun problemen. Als we nu eens zouden ophouden met die modieuze praatjes over duurzame ontwikkeling, zou hun dat heel wat beter afgaan.

Onze overvloed is iets om trots op te zijn, iets om anderen te gunnen, iets om aan te wenden zodat het leven van al die minderbedeelden wat mooier wordt. De fraaie woorden van wereldleiders of activisten die pleiten voor duurzame ontwikkeling betekenen uiteindelijk een rem op ontwikkeling.

Dat is pijnlijk, want economische groei is een noodzakelijke voorwaarde voor een samenleving waar kinderen naar school gaan, waar mensen gezonder zijn en langer leven, waar vrouwen meer rechten hebben, waar wetenschap en cultuur opbloeien. Niet een schoon milieu, maar materiële voorspoed is een voorwaarde voor mensen om hun potentie te ontdekken en hun dromen na te leven. Dat gun ik iedereen, liever vandaag dan morgen.

Het is daarom tijd om niet te pleiten voor duurzame ontwikkeling, maar voor ontwikkeling. Geen gezeik, iedereen rijk.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie