Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Door de droogte komen veel diersoorten in de problemen, maar het verhaal van de beekprik is extra zuur

Groen

Jelle Reumer

© Buitenbeeld
Jelle's weekdier

De aanhoudende droogte begint zo langzamerhand een kleine verwoesting aan te richten in de Nederlandse natuur. 

Het zal weinigen zijn ontgaan dat veel bomen herfstig bruin zijn verkleurd en dat gazons en raaigrasvelden eruitzien alsof ze niet hier, maar in Andalusië liggen. Een groot deel van de maisoogst staat laag en knisperend klaar om tot strobalen te worden verwerkt; voor degenen die de landschapsverpestende mais haten is dat wellicht nog een klein lichtpuntje.

Lees verder na de advertentie

Het draait allemaal om watergebrek, dat ook tot uiting komt in soms extreem lage waterstanden. De grote rivieren doen hun naam geen eer aan en diverse beken vallen droog. Vissen komen in nood en op veel plekken worden momenteel reddings-acties op touw gezet om te redden wat er te redden valt. Vissen worden weggevangen om al dan niet tijdelijk elders te worden gehuisvest. Daarbij is in de pers intussen de halve vissengids aan namen voorbijgekomen, van snoek en karper tot elrits en riviergrondel. En ook de beekprik werd meermaals genoemd als een te redden vissoort.

Heb je net een half miljard jaar aan vul­kaan-uit­bar­stin­gen, me­te­o­riet­in­sla­gen en ijstijden overleefd, en dan dreigt je beek droog te vallen

Geen vis

Voor de bioloog is dat een beetje grappig, want formeel is de beekprik geen vis. Vissen, dat zijn kraakbeenvissen zoals haaien en roggen die een geraamte van kraakbeen bezitten en de beenvissen die met benen visgraten zijn uitgerust. Prikken behoren tot een diergroep die een stuk lager aan de stamboom van het leven zit vastgemaakt, een tak die met de term kaaklozen wordt aangeduid, Agnatha. Ooit was dit een bloeiende tak, maar er is weinig van over. Tegenwoordig nog levende kaaklozen zijn de slijmprik, de zeeprik of lamprei en de ook in ons land voorkomende rivierprik en beekprik. Al deze dieren missen een geraamte of iets wat daar op lijkt; ze bezitten slechts een stijve staaf, de chorda, die kan worden beschouwd als de voorloper van de ruggengraat. Bij gebrek aan een skelet ontbreken ook de kaken, vandaar de naam kaaklozen; prikken hebben een ronde bek die voorzien is van piepkleine hoorntandjes waarmee ze zich als een bloedzuiger aan een (echte) vis vasthechten. Eigenlijk zijn de Agnatha overlevers uit een periode die bijna een half miljard jaar achter ons ligt - de term 'levende fossielen' is wel op ze van toepassing.

De beekprik is verreweg de kleinste soort; terwijl de lamprei wel 1,20 meter lang kan worden en de rivierprik een halve meter haalt, is de beekprik maximaal 16 centimeter lang, een prikje dus. Het grootste deel van hun bestaan verkeren ze in een larvestadium en leven ingegraven in de modder van beken.

Na dit stadium, dat wel vier jaar kan duren, volgt de gedaanteverwisseling tot een volwassen prikje, dat een paaiplaats opzoekt, daar paart, de eieren in de modder begraaft en al deze activiteit vervolgens met een spoedige dood bekoopt.

En dan zul je dus ook nog een beekprik zijn in Twente of de Achterhoek, heb je net met je hele familie een half miljard jaar aan vulkaan-uitbarstingen, meteorietinslagen en ijstijden overleefd, en dan dreigt bij gebrek aan regen je beek droog te vallen. Gelukkig zijn er vrijwilligers die helpen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier eerdere artikelen.

Deel dit artikel

Heb je net een half miljard jaar aan vul­kaan-uit­bar­stin­gen, me­te­o­riet­in­sla­gen en ijstijden overleefd, en dan dreigt je beek droog te vallen