Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dit zeldzame Noordzeevisje is bijna een museumstuk

Groen

Jelle Reumer

© Buiten-beeld
Jelle's weekdier

'Red een Noordzeevis van een lot als museumstuk’, zo luidde vorige week de (vertaalde) titel van een ingezonden brief in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. 

Staat er dan een Noordzeevis op punt van uitsterven? Jazeker; het gaat om de houting (Coregonus oxyrinchus), een zalmachtige witvis. Drie Deense wetenschappers luiden de noodklok over een vissoort die ooit op meer plaatsen voorkwam maar nu nog maar op één plek langs de Deense Waddenzee, in de benedenloop van de rivier de Vidå. In 2014 werd de totale populatie op 3500 exemplaren geschat; een actuelere telling ontbreekt.

Lees verder na de advertentie

We moeten nu niet denken dat hier sprake is van een recent drama. Integendeel, de houting was altijd al zeldzaam. Toch werd er vroeger wel op gevist. In het boek ‘De vissen van Nederland’ van H. Nijssen en S.J. de Groot (verschenen in 1987) wordt vermeld dat er in 1917 in ons land nog wel 4737 kilo houting werd gevangen. In die tijd was de Zuiderzee nog niet afgedamd en de Zeeuwse wateren evenmin. In het Belgische standaardwerk ‘Poissons marins’ van bioloog Max Poll (Brussel, 1947) staat dat de soort weliswaar zeldzaam is, maar dat er vroeger in de benedenloop van de Schelde met spieringen op werd gevist. Desondanks zijn de enige exemplaren in de collectie van het Brusselse museum al vóór 1900 aangekocht - op de markt!

In 2014 werd de totale populatie van de houting op 3500 exemplaren geschat; een actuelere telling ontbreekt

Als oorspronkelijk verspreidingsgebied van de houting geeft Poll het volgende op: ‘de kusten van West-Europa, vanaf Zuid-Zweden en Noorwegen tot het noorden van Frankrijk, voornamelijk in de Noordzee, vanwaar ze vooral de Rijn, Maas en Schelde opzwemmen’. Houtingen leefden alleen aan de randen van de Noordzee in estuaria en riviermondingen. Dat maakt zo’n soort natuurlijk wel kwetsbaar. Er zijn nog twee nauw verwante soorten binnen het geslacht Coregonus: de grote marene (Coregonus lavaretus) en de kleine marene (Coregonus albula); soms wordt de houting wel beschouwd als een zeewaterbestendige ondersoort van de grote marene, die echter alleen in zoetwater voorkomt en vooral in rivieren en bergmeren leeft.

De houting is beschermd volgens de Conventie van Bern en de EU Habitatrichtlijn, en het laatst overgebleven leefgebied in Denemarken, een rivier die uitmondt in de Waddenzee, behoort met de rest van de Waddenzee tot het Unesco Werelderfgoed. De briefschrijvers verwijten de Deense overheid laksheid: sinds 1992 is er alleen maar wat geteld en niet beschermd, er is te weinig gedaan aan het reguleren van de aantallen aalscholvers die de houtinkjes uit het rivierwater vissen en projecten om elders leefgebied te herstellen zijn mislukt. Nu zijn er dus nog maar 3.500 over in de Vidå, die net boven de grens met Duitsland loopt en overigens zelf ook met een sluis van de Waddenzee is afgesloten.

Er moet dus wel wat gebeuren om te voorkomen, zo schrijven de drie Denen, dat de houting naast de grote alk op een plank in het museum komt te staan. Wellicht zou het een goed idee zijn om, in het kader van de (her)opening van het Haringvliet en het herstel van de Grevelingen, te proberen in ons land weer houtingen terug te krijgen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier meer afleveringen van Jelle's weekdier

Lees ook: Noordzee-vis staat er niet zo slecht voor, ngo's kramen onzin uit

Ngo's zaaien angst. Waar Nederlandse kotters actief zijn, is de Noordzee juist rijk aan vis, zegt Willem den Heijer, freelance onderzoeker op zee.

Deel dit artikel

In 2014 werd de totale populatie van de houting op 3500 exemplaren geschat; een actuelere telling ontbreekt