Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Deze leraar maakte van zijn school een ‘Eco-school’

Groen

Esther Bijlo

Economieleraar Henk Veurink met enkele leerlingen van het Zone College, een Eco-school. © Herman Engbers

Houd het heel praktisch als je duurzaamheid in de klas wilt behandelen, is het advies van de ‘Duurzame docent van het jaar’ Henk Veurink. Hij maakte van zijn school een ‘Eco-school’.

Bij de uitgang van de kantine staan vier hoge witte afvalbakken met gekleurde deksels. Papier, plastic, gft en rest: de leerlingen van het Zone College in Zwolle worden geacht na de pauze hun afval te scheiden. Niet omdat de schoolleiding dat wil, het is het resultaat van een project van de tweede klas. Het gaat best goed, er blijft weinig op de tafels liggen na de pauze.

Lees verder na de advertentie

“Drie jaar geleden verbaasde een leerling zich erover dat al het plastic in de gewone prullenbakken werd gegooid”, vertelt docent Henk Veurink. De leerling droeg het aan als onderwerp voor een van Veurinks projectlessen over duurzaamheid. Eerst kwam er een bak in de klas bij met een oranje deksel voor plastic, daarna kwam het idee voor een soort centrale afvalstraat in de school. Alle kleine prullenbakken de klassen en werkruimtes uit, onder het motto ‘Breng je afval’.

De docenten kregen wel een waarschuwing: ze gooiden soms roerstaafjes en servetjes bij de bekers

Henk Veurink

In de docentenkamer kwam er nog een bak bij voor kartonnen koffiebekers. “Die maken de leerlingen schoon, ze versnipperen het ­materiaal en laten er dan oesterzwammen op groeien”, zegt Veurink. “Die paddestoelen gaan in de schoolsoep. De docenten kregen wel een waarschuwing: ze bleken soms roerstaafjes en servetjes bij de bekers te gooien. Dat moest beter, kregen ze te horen. De leerlingen volgden tegelijkertijd een les over waarom zwammen kunnen groeien op papierresten: de sporen voeden zich namelijk met cellulose.”

Duurzaamheid in de les

Veurink kreeg vorig jaar de titel ‘Duurzame docent van het jaar’, een initiatief van Leren voor Morgen. Dat is een organisatie die duurzame ontwikkeling meer aan bod wil laten komen in het basis- en voortgezet onderwijs. Het Zwolse Zone College is dankzij docent economie Veurink een ‘Eco-school’, hij is trekker van het eco-team op de school en organisator van de duurzame project-uren voor klas 1 tot en met 3. Veurink is een van de sprekers bij het debat dat Trouw op 12 juni met ­Pakhuis de Zwijger in Amsterdam organiseert (zie de aankondiging linksonder op deze pagina).

Het internationale predicaat van Eco-school – spreek uit op z’n Engels – krijg je niet zomaar. Een school moet eerst van tien onderwerpen (zoals watergebruik, afval en energie) in kaart brengen wat er gebeurt. Dat onderzoek wordt uitgevoerd door leerlingen. Er moet daarnaast een plan zijn met duurzame ambities en projecten, en een controleur komt kijken hoe het ervoor staat. Een school kan eerst een bronzen certificaat krijgen, dan zilver en het hoogst haalbare is de Groene Vlag. Die heeft de Zwolse school inmiddels binnen. Later deze maand komt er weer iemand langs van Eco-schools om na te gaan of de vlag ook volgend schooljaar mag wapperen.

Wat Veurink vooral drijft, is met leerlingen samen zo praktisch mogelijk bezig zijn. De school voor vmbo, havo en mbo is een ‘groene’ opleiding, leerlingen worden opgeleid voor ­beroepen en vervolgopleidingen in de groene en dierenhoek. Maar groen is niet hetzelfde als duurzaam, zegt Veurink. “De leerlingen zien dat ook en komen zelf met ideeën voor projecten. Een van de ideeën was waterver­spilling bij het handen wassen te meten. Ze hebben alles berekend: wat er gemiddeld ver­loren gaat per wasbeurt, hoeveel dat in euro’s kost voor de school, wat een kraan met sensor kost, hoeveel water die bespaart en wanneer die investering zou zijn terugverdiend. Ze zijn met een plan naar de directeur gegaan, dat ze zelf moesten presenteren. En die vond het goed om de kranen te vervangen.”

Het heeft weinig zin als ik zeg dat de we de aarde niet moeten uitputten. Dat is veel te abstract, dat komt niet over

Henk Veurink

Het levert behalve de oefening in allerlei vaardigheden een ‘succeservaring’ op voor de leerlingen en, hoopt Veurink, ook duurzaam bewustzijn en gedragsverandering. “Voor deze generatie zou duurzaamheid vanzelfsprekend moeten worden, maar je moet het heel dicht bij hun belevingswereld zoeken. Het heeft weinig zin als ik zeg dat de we de aarde niet moeten uitputten. Dat is veel te abstract, dat komt niet over.”

Naast de projectlessen probeert Veurink meer opdrachten met onderwerpen over duurzaamheid en klimaat in het gewone lesprogramma te krijgen. Voor economie gebruikt de school een methode die daarin voorziet, docenten van andere vakken stimuleert hij om de vrije opdrachten erop uit te kiezen.

Ook bij andere vakken

Of kennis van duurzame ontwikkeling en technieken ook meer in het gewone lesprogramma, en dus in de examens, moet worden opgenomen? Dat vindt Veurink een lastige vraag. “Dat is te groot, daar heb ik geen zicht op. Eerst maar eens in de gewone opdrachten verwerken. Dat kan ook bij vakken als Engels, Nederlands en wiskunde. Het uitrekenen van de snelheid van het uiteinde van de wiek van een windmolen bijvoorbeeld.”

De school zelf, het gebouw en de inrichting, kunnen ook duurzamer, vindt Veurink. “Het gebouw is zo’n twintig jaar oud, binnenkort wordt het opgeknapt. Dan kunnen we bijvoorbeeld overbodige verlichting weghalen, misschien een groen dak maken.” Veurink wijst op een enkele plant in de ­gangen. “Voor een groene school zijn we nog niet letterlijk groen, dat zou meer mogen. Plantenwanden, dat zou mooi zijn.”

Leerlingen hebben in een van de projecten vast een voorzet gegeven. Een mini-plantenwandje staat naast de banner van Eco-schools vlakbij de ingang van de school. Uit gebruikte frisdrankblikjes gaan lontjes omhoog naar kleine plantjes op het plankje daarboven. De plantjes staan er fris bij. “Hebben jullie weer water in de blikjes gedaan?” roept Veurink over de balustrade naar een paar leerlingen beneden. Hij steekt zijn duim op. “Mooi.”

Lees ook: 

Van kleuter tot student: elke leeftijdscategorie krijgt klimaatleesvoer

De betrokkenheid van jeugd bij het klimaat groeit, bewijzen de klimaatstakers. Tegelijk is hun kennis beperkt. Daarop speelt de boekenbranche in.

‘Klimaatprotest oké… maar van mijn vliegreisjes blijven jullie af’

Hoe groot is de zorg over klimaatverandering bij jongeren? ‘Scholieren weten dat er een risico is, maar betrekken dat niet op zichzelf.’

Deel dit artikel

De docenten kregen wel een waarschuwing: ze gooiden soms roerstaafjes en servetjes bij de bekers

Henk Veurink

Het heeft weinig zin als ik zeg dat de we de aarde niet moeten uitputten. Dat is veel te abstract, dat komt niet over

Henk Veurink