Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Deze kunstenaar maakt zich druk om wel- en niet-bestaande vogels en wil een monument oprichten voor de bedreigde leeuwerik

Groen

Joop Bouma

Kunstenaar Onno Hooymeijer in zijn atelier. © nl
Interview

Kunstenaar E.C. Hooymeijer wil een monument voor de veldleeuwerik met de tekst: ‘ooit een algemene zangvogel in Nederland. Nu (bijna) uitgestorven.’

Het vogeltje is er nog, maar wordt serieus in het voortbestaan bedreigd. Kunstenaar O.C. Hooymeijer uit het Friese Spanga wil een nationaal monument oprichten voor de veldleeuwerik. Hij heeft al een maquette klaar, nu het geld nog. “Met een paar ton is dit te regelen.”

Lees verder na de advertentie

Het monument moet een, bijna postume, ode worden aan een zangvogel van het boerenland die langzaamaan verdwijnt uit Nederland. De veldleeuwerik staat al jaren op de Rode Lijst van bedreigde vogels. Sinds 1960 zijn de aantallen met 95 procent afgenomen door de intensieve landbouw en de verruiging van de duinen.

Onno Hooymeijer bij zijn monument. © nl

De mannetjes van de veldleeuwerik zijn beroemd om hun spectaculaire zangkunsten: ze klimmen tot een hoogte van meer dan honderd meter om luid zingend omlaag te vliegen. Alle reden voor een monument, vindt Hooymeijer. Hij wil daarmee Nederland wakker schudden: het gaat niet goed met de soorten. Het deze week gepresenteerde Ipbes-rapport waaruit blijkt dat roofbouw op de natuurlijke rijkdommen het voortbestaan bedreigt van talloze soorten dieren en planten, heeft Hooymeijer het laatste duwtje gegeven. “Het is de hoogste tijd.”

Het plan is simpel: een chique betonnen sokkel met daarop een enorme naald van 40 meter hoog, waaraan een kunststof vogel bungelt, schijnbaar in volle vlucht. Het is eenveldleeuwerik, met een sterke luidspreker in het lijf. De vogel zingt op gezette tijden. Als locatie denkt hij aan het museumpark bij Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

Hooymeijer (61) ziet het al voor zich: iedere lente op 25 maart wordt de veldleeuwerik met een hoogwerker aan de naald gehangen, in het najaar wordt de vogel er weer af gehaald en in een glazen stolp geëxposeerd op een plek waar veel mensen komen. “De hal van het Rotterdamse stadhuis bijvoorbeeld.” Met de uitleg erbij: ‘Dit was de veldleeuwerik, ooit een algemene zangvogel van Nederland. Nu (bijna) uitgestorven.’

“Ik hoop dat zo’n monument bijdraagt aan de bewustwording bij mensen: dit vogeltje is weg! Veel mensen weten niet hoe hard de natuur terugloopt. Toen wij twintig jaar geleden hier bij het natuurgebied Rottige Meenthe in Friesland kwamen wonen, ritselde het hier nog van de wulpen. Ik zie bijna nooit meer een wulp. Kieviten zijn hier ook steeds minder. Ik wil niet tegen de boeren aanschoppen, we moeten met ons allen tot het besef komen dat de biodiversiteit steeds verder afkalft.”

De kunstenaar wil 25 maart uitroepen tot Wereld Bedreigde Dierendag. Op die dag kan er een krans worden gelegd bij het monument. “Iemand houdt dan een toespraak. In een volgend jaar kan er een krans worden gelegd voor een ander dier dat is uitgestorven, een rups, een vlinder. Het is nodig dat mensen met de neus op de feiten worden gedrukt.”

Kunstenaar Onno Hooymeijer in zijn atelier. Rechts naast hem de Schelpenkoning (ghriseamhiax rex). © foto Reyer Boxem

Hooymeijers niet-bestaande vogels

Ooit de Berkenprins, de Kuifpink of het Prikkie gezien? De Zwartruggluiper, de Meut, de Duitse reiger? Nooit gezien? O.C. Hooymeijer wel. ’s Nachts rond een uur of drie fladderen ze zijn hoofd binnen: niet-bestaande vogels. Hij brengt ze tot leven.

Het gidsje ziet er bedrieglijk serieus uit. Zoals vogelgidsjes eruitzien: witte achtergrond met op de omslag kleurrijke afbeeldingen van gevederde vrienden. De titel, in grote letters: ‘Vogels van Europa’, daarboven, iets kleiner: ‘De nieuwe gids voor niet-bestaande vogels’. Huh?

O.C. Hooymeijer, kunstenaar en vogelaar uit het Friese Spanga, beschrijft in zijn gids 49 vogels, tot in detail. Met fraaie oliepastels en inkttekeningen brengt hij zijn niet-bestaande vogels tot leven, compleet met hun Latijnse namen, met niet-ontcijferbare verspreidingskaartjes, uitvoerige ornithologische typeringen en voor bijna iedere vogel een passende volksvogelwijsheid – opgedoken op uitputtende reizen door Europa, zo wil de achterflap doen geloven.

Het zij herhaald: geen van die vogels bestaat, maar inderdaad, ze hadden best kúnnen bestaan. Dat maakt zijn boekje bijzonder, een kwinkslag, geestig en bedrieglijk geloofwaardig vormgegeven én met een serieuze ondertoon.

De gids van Bruun

Denk nou niet dat Hooymeijer (61) – Onno, maar hij geeft de voorkeur aan O.C. – niets van échte vogels weet. Hij kent bijvoorbeeld ‘De gids voor de vogels van Europa’ van Bertel Bruun (1970), erkend naslagwerk voor serieuze vogelaars, zowat uit zijn hoofd. Daar begon het eigenlijk allemaal mee.

“Toen ik twaalf was, kocht ik van mijn zakgeld de gids van Bruun. Waarom weet ik niet meer. Andere jongens speelden met treintjes. Ik heb die vogelgids helemaal stukgelezen. Eigenlijk heb ik ’m uit mijn hoofd geleerd. Ik kende alle vogels van Europa.” De meeste kent hij nog.

Later, toen hij al werkte als kunstenaar, maakte Hooymeijer voor vrienden, familie en relaties een tijdlang kerstkaarten van gefantaseerde vogels. “Daar kreeg ik reacties op, mensen gingen die kaarten bewaren. Ik ben toen meer niet-bestaande vogels gaan verzinnen.” Hij had zich door de jaren heen het specifieke taaltje van vogelaars eigen gemaakt en bedacht zo tal van wetenswaardigheden bij de verzonnen vogels.

Hooymeijer bundelde zijn collectie inkttekeningen van nepvogels in 2013 tot de eerste ‘Kleine Gids voor de niet-bestaande Vogels van Europa’. Inmiddels is de tweede editie uitgekomen, groter, dikker, met kleurrijke oliepastels en ditmaal uitgebreid met enkele recepten voor gerechten met niet-bestaande vogels.

Op het menu

Zoals: Waldstiebler mit Steinpilzer und Rotlauch im Römertopf (Bosliever met paddenstoelen en rode knoflook uit de Römertopf) of het typisch Nederlandse gerecht Schonck in syn eijghen feth gesmoord (Schonk in eigen vet gegaard). En voor de echte liefhebber, de Poolse lekkernij Ksiaze brzozowy ze szlachetnymi grzybami (Berkenprins met edelzwammen).

Bijna 50 soortbeschrijvingen staan er in zijn tweede veldgids en daarvan zijn, aldus het titelblad, minstens 22 waarnemingen door de VBNBV (de Vereniging tot Bescherming van Niet-Bestaande Vogels) geaccepteerd. Die vereniging moet overigens nog worden opgericht, maar dit terzijde.

Het echtpaar verliet briesend van kwaadheid het museum

Hij houdt lezingen en heeft daarvoor al zijn soortbeschrijvingen uit het hoofd geleerd. “Ik moet de kennis paraat hebben. Ik moet dit geloofwaardig kunnen vertellen.” Hij heeft zelfs bijzondere nesten gemaakt om tijdens zijn lezingen te tonen.

Een poosje geleden exposeerde Hooymeijer zijn vogelkunst in het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden. Een wat ouder echtpaar liep bewonderend langs de schilderwerken en las de uitgebreide toelichting bij de vogels − totale fantasie. Erg mooi, zei de man bij het verlaten van het museum: “Ik kijk vaak naar vogels, maar je bent nooit te oud om te leren. Deze vogels kende ik nog niet.” De museummedewerker antwoordde: “Maar meneer, deze vogels bestaan niet echt, hoor”. Het verhaal gaat dat het echtpaar briesend van kwaadheid het museum is uitgelopen.

Werkelijkheid

“Maar het had allemaal waar kunnen zijn”, zegt Hooymeijer. “Dat is mijn motto in mijn hele werk, ik zit mijn hele leven al te fantaseren, maar die fantasie is op de werkelijkheid gebaseerd. Dit is mijn wereld.

“Tegelijk maak ik me zorgen over de echte vogelwereld. Ik denk dat we het gaan verliezen. We vliegen af en aan voor een paar euro’s naar de zon, er moet hoognodig weer een nieuw vliegveld in Lelystad komen, we plegen roofbouw om nóg meer uit de aarde te halen, we verlagen de grondwaterstand voor de landbouw en verjagen de weidevogels, het gaat wel heel erg fout momenteel.”

O.C. Hooymeijer: De Nieuwe Gids voor de niet-bestaande Vogels van Europa. Bornmeer Noordboek, 239 blz.; €17,50 

Duitse Reiger (ariër stannus gigantus), 

herkomst: Duitsland (Slochter-Tiefgebied)

de Duitse Reiger © *

Grote, met messcherpe snavel uitgeruste vogel van natte weiden en moerassen. Heeft in de jaren veertig van de vorige eeuw een ware invasie gekend in Europa. Uitgewaaierd vanuit oorspronkelijke habitat Duitsland tot zowel ver in Rusland als in Noord-Afrika. Daarbij andere reigersoorten verjagend. Wordt vaak marcherend waargenomen langs sloten en vaarten, waarbij hij met lage poten stampend zijn prooien uit hun schuilplaats jaagt. Daarbij vaak een krassend ‘raus, raus’ voortbrengend. Vooral zomervriend langs kust en andere vochtige gebieden, waar hij vaak met vele soortgenoten neerstrijkt om kuilen in het zand te graven waar zij dagen in rusten, als zij niet op jacht zijn. Kan in gezelschap zeer luidruchtig zijn.

Volksvogelwijsheid: ‘Gibt’s den Ratser an der Slucke, Fisch und Maus fund nie die Glucke‘ (‘Duitse reiger langs de vaart, vis en muis wordt niet gespaard.)

Volks­vo­gel­wijs­heid: ‘Jan op het veld, avond vol geweld.’

Engelse Jan (justius justius brithanica), 

herkomst: Nederland (Rotterdam-Zuid)

de Engelse Jan © *

Echte stadsbewoner. Leeft in hechte, redelijk grote kolonies. Er zijn meldingen van grote groepen vogels die massaal neerstrijken in een andere stad, waar het vaak tot confrontaties leidt met de al aanwezige soortgenoten. In vooral de avonduren kunnen massale vechtpartijen ontstaan, waarbij de vogels elkaar onder een aanhoudend fluiten en krijsen letterlijk te lijf gaan. Na enkele dagen keert de rust echter terug en zoeken de strijdende partijen ieder hun eigen broedplaatsen, welke meest te vinden zijn op industriegebieden, meubelboulevards en autosloperijen. Verenkleed wit-rood. Zang: de Engelse Jan kan zijn enigszins schorre, nasale ‘hiuúp, hiupúp’-klanken veelal in de avondschemering laten horen. Volksvogelwijsheid: ‘Jan op het veld, avond vol geweld.’

Lees ook:

Nederland verliest in hoog tempo zijn weidevogels 

Dat het mis is met de boerenlandvogels was bekend. Maar dat de situatie zo nijpend is, is nieuw. Volgens Vogelbescherming Nederland dreigen patrijs, zomertortel, watersnip en wulp binnen tien jaar in een aantal provincies uit te sterven, als de trend niet wordt gekeerd.

Zuid-Holland pampert de grutto en zet de boeren aan het werk

Zuid-Holland wil weer meer grutto’s in het weiland. Als het met deze weidevogel beter gaat, zo is de gedachte, dan zal het ook wel goedkomen met teruglopende soorten als tureluur, kievit en veldleeuwerik.

Al meer dan 10.000 vogelsoorten tjilpen, fluiten en fiedelen online

Altijd al thuis het geluid van een Turdus lawrencii uit Zuid-Amerika willen horen? Een Lawrence Lijster dus, met op de achtergrond de mooie roffel van een Campephilus  rubricollis, een roodnekspecht? 

Deel dit artikel

Het echtpaar verliet briesend van kwaadheid het museum

Volks­vo­gel­wijs­heid: ‘Jan op het veld, avond vol geweld.’