Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De zomertaling, een eendje dat niet kwekt

Groen

Jelle Reumer

© buitenbeeld

De zomer staat op punt van uitbreken, want zodra de zon later deze week de kreeftskeerkring heeft bereikt, is dat formeel het geval. 

De zomer en de andere seizoenen zijn alle terug te vinden in de naam van diverse soorten dieren en planten. Bij planten kennen we de herfstaster en herfsttijloos, de winterakoniet, de lenteanemoon, de lente-ui en het zomerklokje. Bij dieren hebben we bijvoorbeeld de herfstspin en de herfstspanner, het winterkoninkje en de wintertaling, de lente-orvlinder, de zomertortel en de zomertaling en dit is uiteraard geen uitputtende opsomming. Quattro stagioni in de natuur!

Lees verder na de advertentie

Over de zomertaling meldde collega Koos Dijsterhuis onlangs dat hij er een had gezien. Dat zal mij ook wel eens zijn overkomen maar omdat ik geen vogelaar ben, is me dat dan niet opgevallen. Klein eendje. Punt. Voor de niet-vogelaar is een eend al snel gewoon een eend, uitzonderingen als de clowneske mandarijneend of de kuifeend daargelaten.

Wat de beginnende vogelaar ook niet helpt, zijn de fonetische transcripties van vogelgeluiden die je in vogelgidsen aantreft

Vogelgeluiden

Zomertalingen zijn zo ongeveer de kleinste eendjes die we in Nederland hebben; alleen wintertalingen zijn een piepklein beetje kleiner. Wat dat betreft zouden ze wel kunnen opvallen, maar het lukt me niet. Ik heb het al vaker gemeld, een vogelaar is aan mij niet verloren gegaan. Klaarblijkelijk heeft iedereen zo zijn of haar eigen specialiteiten. Geef mij een willekeurig zoogdierbot of -kies en ik zeg u meteen uit welk deel van het lichaam het bot afkomstig is, en meestal ook of het van een koe, een paard, een mens of een hert is - en of de kies van links, rechts, boven of onder in de kaak afkomstig is. Maar laat me geen vogelgeluidjes horen want ik raak meteen verloren (de koekoek, tjiftjaf en de bonte piet zijn uitzonderingen omdat ze gewoon roepen hoe ze heten). Wat de beginnende vogelaar ook niet helpt, zijn de fonetische transcripties van vogelgeluiden die je in vogelgidsen aantreft. Omtrent de zomertaling meldt 'Peterson's Vogelgids' (ook bekend als 'de Kist') dat 'het mannetje een eigenaardig droog ratelend of krakend geluid' produceert. En: 'het "kwek" van het vrouwtje is als van het vrouwtje van de wintertaling, maar korter.' (einde citaat). Daar kun je dus niks mee, want hoe lang duurt het 'kwek' van een vrouwelijke wintertaling dan?

Mijn even antiquarische als legendarische 'Vogelboek' van Kerst Zwart (vijfde druk, 1953) meldt simpelweg over de zomertaling: 'Roep: "krirrb".' 'Krirrb' dus, geen 'kwek'. Wat moet je daar nou weer mee? Vogelbescherming tenslotte meldt op de website: 'Mannetje heeft een kenmerkende droge, korte, krakende roep, een beetje kikkerachtig. Vrouwtje heeft een hoge kwaak.' Bestaat er ook een lage kwaak? Kortom, toch maar de visuele herkenning raadplegen. Vrouwelijke zomertalingen zijn - zoals de meeste eendsoorten - camouflagebruin gevlekt. De heren daarentegen zien er uitbundiger uit. Het opvallendst bij de mannetjes zomertalingen is een grote gebogen witte streep aan weerszijden van de kop, die als een enorme wenkbrauw van voor het oog tot in de nek doorloopt. Ik zal er eens goed op gaan letten, wie weet word ik dan ooit nog een beginnend vogelaar. Zomertalingen zijn vrij algemene broedvogels, dus het zou moeten lukken.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees al zijn bijdragen in ons dossier.

Deel dit artikel

Wat de beginnende vogelaar ook niet helpt, zijn de fonetische transcripties van vogelgeluiden die je in vogelgidsen aantreft