Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De wolvenangst is diepgeworteld, welhaast genetisch ingebakken

Groen

Jelle Reumer

‘Roodkapje en de wolf in het bos’, schilderij van Carl Larsson uit 1881. © TRBEELD
Jelle's weekdier

Midden in de zomer van 2013 werd een dode wolf gevonden langs een weg bij het Noordoostpolderse plaatsje Luttelgeest. Het beest had restanten van zijn laatste maaltijd in de maag, dat bleek een bever te zijn geweest. 

De ontdekking gaf een hoop ophef, in deze rubriek was de wolf het weekdier. Het karkas werd naar Naturalis overgebracht en daar bleek dat sprake was van een hoax. Het roofdier was helemaal niet spontaan naar Luttelgeest gewandeld, maar ergens in Polen geschoten en in de achterbak van een auto hierheen gekomen. Hij werd langs de weg gelegd door iemand die wilde kijken wat er zou gaan gebeuren. Wie deze practical joke op zijn of haar geweten heeft, is nooit uitgevogeld, maar we kunnen ervan uitgaan dat de betreffende persoon weken heeft zitten schuddebuiken van de pret. En laten we eerlijk zijn, er zijn beduidend minder leuke manieren om een heel land in rep en roer te brengen.

Lees verder na de advertentie
Het komt aan op goede voorlichting over de mogelijkheden, én on­mo­ge­lijk­he­den, van wolven in Nederland

Niettemin had de grapjurk een vooruitziende blik, want het duurde niet lang of er kwamen echter meldingen van wolven. Er wandelde er een via Drenthe en Groningen terug Duitsland in, een andere liep via de Veluwe naar België. Het waren kwartiermakers, die kwamen kijken hoe het hier is gesteld met de wolvenhaat of wolvenliefde. Nou, daarmee is het verdeeld gesteld, zoals alles in ons polderlandschap verdeeldheid oproept afhankelijk van of je aan de ene of aan de andere kant van de hoge polderdijk bent opgegroeid.

Wolvenfeiten en fabels

Er zijn intussen dus fanatieke wolvenliefhebbers (je zou ze lupofielen kunnen noemen) en wolvenhaters (lupofoben). Die laatste groep wordt aangevoerd door de bekende CDA-politica Annie Schreijer-Pierik, die nu in Brussel is gaan lobbyen om de wolf de status van beschermde diersoort te ontnemen. Die queeste van mevrouw Schreijer-Pierik lijkt me juridisch een nogal kansloos ratelbandje, maar het toont aan dat de wolvenangst diepgeworteld is, welhaast genetisch ingebakken. Het komt dus aan op goede en objectieve voorlichting over de mogelijkheden, én onmogelijkheden, van wolven in Nederland.

Door Wageningen University is vastgesteld dat in 2018 maar liefst tien wolven in Nederland zijn geweest, zes vrouwtjes en vier mannetjes (zouden die bij wolven niet ook teven en reuen moeten heten?). Van drie vrouwtjes is met DNA vastgesteld dat ze hier langere tijd vertoefden. Teefje GWxxxf liep in oktober in Drenthe rond en is weer verdwenen, maar de dames GW998f en GW960f verblijven al maanden op de Veluwe. De eerste komt uit Brandenburg, 600 kilometer verderop en leeft benoorden de A1. GW960f komt ‘slechts’ 400 kilometer hiervandaan en woont momenteel ten zuiden van de A1. Het heeft er alle schijn van dat deze twee zich definitief hebben gevestigd, want ze voeden zich met het plaatselijke wild zoals reeën en zwijnen en laten schapen en ander huisvee ongemoeid. 

Dat laatste lijkt me een bemoedigend voorteken, het zou allemaal best kunnen meevallen. Of dat de fanatieke lupofoben overtuigt, moeten we afwachten. Annie Schreijer-Pierik is volgens de biografie op haar website oma, en we weten allemaal dat de relatie tussen wolven en grootmoeders nooit een gelukkige is geweest.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Deel dit artikel

Het komt aan op goede voorlichting over de mogelijkheden, én on­mo­ge­lijk­he­den, van wolven in Nederland