Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De suikerpalm als redder van het regenwoud

Groen

Kees de Vré

Willie Smits met orang-oetan Bento.

Natuurbeschermer Willie Smits gelooft niet dat de productie van palmolie in Indonesië en Maleisië echt duurzaam kan worden. Zijn oplossing: overstappen op een andere boom, de suikerpalm. "Duurzamer kan niet."

Duurzame palmolie. Willie Smits moet er een beetje om lachen. Om al die mooie plannen van bijvoorbeeld Unilever om in 2015 alleen maar duurzaam verkregen grondstoffen te gebruiken in hun voedings- en verzorgingsproducten. Palmolie, die wordt geteeld op tropische plantages in Indonesië en Maleisië, is daarvan de belangrijkste. Voor dit zeer gewilde product - het zit onder meer in margarine, zeep, ijs, brood, koek, shampoo, lipstick en nu ook in biodiesel - wordt veel tropisch bos gekapt, hetgeen een hoge CO2-uitstoot tot gevolg heeft. Smits is niet onverdeeld gelukkig met de duurzame plannen. "De stappen die worden gezet, zijn te klein. Het gaat te langzaam. Als we wachten tot 2015 is al het laaglandbos verdwenen."

Bosbouwingenieur en microbioloog Willie Smits werkt al 30 jaar in de wouden van Kalimantan (Borneo) en Sulawesi (Celebes). Vooral als natuurbeschermer. Zelf woont hij in het noorden van Sulawesi en is daar en in het noorden van Kalimantan bezig met natuurbeschermingsprojecten. Met name het lot van de orang-oetan trekt hij zich aan. Hij is even over in Nederland voor een tv-programma. In hoog tempo vertelt Smits hoe hij dagelijks de gevolgen onder ogen krijgt van de razendsnelle en vaak illegale boskap om ruimte te maken voor palmolieplantages. "De apen zoeken radeloos naar eten. Ze schooien over de palmolieplantages, worden als last beschouwd en gevangengenomen of zelfs neergeschoten. Maar ook de mensen in het woud worden getroffen. Met geweld en omkoping worden de dorpen - Dajak-nederzettingen - gedwongen om boskap toe te staan."

Hij laat sms'jes zien van radeloze dorpsbewoners die hem vragen hen te beschermen tegen de opdringende palmolieplantages. Boos vertelt hij verder. "Al dat gepraat ook bij die Rondetafelconferentie over duurzame palmolie (RSPO). Het geeft ons een vals gevoel dat het wel goed zit. Ik ben zelf drie jaar betalend lid geweest van die RSPO, maar ik heb het opgegeven, omdat ik zag wat er gebeurde tijdens al dat praten en studeren. In het noorden van Kalimantan is aan de randen van het regenwoud de buit al verdeeld. Chinese handelaren en manschappen van het Indonesische leger maken daar grote stukken bos geschikt voor palmolieplantages. Het gaat snel. Het laatste half jaar alleen al is er 400.000 hectare bos verdwenen en volgens de Wereldbank is negentig procent daarvan illegaal gekapt."

Tegenwerpingen dat een rondetafelconferentie met vele deelnemers en uiteenlopende belangen nou eenmaal traag verloopt en dat je misschien beter een kleine maar wel brede stap kunt zetten dan helemaal geen, wuift hij weg. "Certificering van palmolie, als bewijs van duurzaamheid waar de RSPO mee schermt, werkt niet in landen waar corruptie nog welig tiert. De plaatselijke wet beschermt bos en bewoners, ja, maar er is geen sprake van dat naleving van die wetten wordt afgedwongen. Simpel naleven van de wet zou de bosbewoners al een eind helpen en de orang-oetan voor uitsterven behoeden. ''

Volgens Smits is dat gemakkelijk te bereiken door nu al bestaande technologie toe te passen. "Met satellieten kun je precies zien waar plantages zijn aangelegd en wat er vóór die plantage aanwezig was. Met een systeem zoals nu in Duitsland wordt gebruikt - het Zollkollektsysteem - kun je bewegingen van vrachtwagens exact volgen en dat koppelen aan de satellietinformatie. Daaruit zijn conclusies te trekken of er illegale en dus onduurzame praktijken gaande zijn. Dat het niet gebeurt, is politieke onwil."

Dat palmolieplantages, mits omgeven met een minimum aan duurzaamheid, uiteindelijk goed zijn voor de plaatselijke bevolking, werpt Smits ook verre van zich. "Per hectare leveren de plantages 0,11 arbeidsplaats op. Baantjes die verdwijnen zo gauw het oogsten machinaal kan gebeuren. En dan? Dan gaan de bewoners bos platbranden voor zwerflandbouw. Ze moeten toch eten." Voor het milieu is die RSPO-duurzaamheid ook niet echt goed, vertelt Smits. "Per hectare is er ruim 1600 kilo kunstmest en pesticiden nodig, aardolieproducten! Die hectare monocultuur levert 4000 tot 5000 liter palmolie op, maar laat de plek na 20 tot 25 jaar oogsten wel als een woestijn achter. Dat geldt ook voor die zogenaamde duurzame hectares van de RSPO."

De natuurbeschermer en bosbouwexpert wil niet alleen klagen. Hij komt ook met een oplossing die, zo zegt hij, echt duurzaam is. De suikerpalm. "Ik kwam er toevallig mee in aanraking, omdat ik als bruidschat voor mijn vrouw, die uit de plaatselijke gemeenschap voortkomt, zes suikerpalmen aan haar familie moest schenken. Ik dacht nog: Wat moet je met zes van die palmen, maar een familie daar blijkt goed te kunnen leven van de opbrengst van die palmen."

Smits ging op onderzoek uit en ontdekte dat suikerpalmen een zeer hoge productie kennen en daarvoor geen kunstmest en pesticiden nodig hebben. Ze kunnen ook niet als monocultuur op een plantage worden verbouwd. Ze hebben een gevarieerd bos met al zijn micro-nutriënten nodig om in te gedijen. Hij doet het het beste aan de rand van het regenwoud. Al pratende heft Smits een lokaal lied aan. "Dat is het lied waarop de werkers de suikerpalm tapklaar maken. Want ook dat tappen kan niet gemechaniseerd worden. Eerst moet je vijf weken de bloemstengel op een speciale manier bekloppen. Dan moet je de stengel afsnijden en geeft de palm suikersap. Een boom geeft per dag vijftig liter sap. Duurzamer kan niet. De boom zet zonder hulpmiddelen zonlicht en regenwater om in sap van suiker en water."

De productie per hectare is zeer hoog, vijf maal zo hoog als een hectare suikerriet. Smits: "Er kan brandstof van worden gemaakt, maar ook vetten voor voeding. Per hectare zijn er twintig mensen nodig om te tappen. Dat zijn blijvende banen." Als andere voordelen van de suikerpalm noemt Smits de groei op arme grond, de lange wortels die erosie tegengaan, de eetbare vruchten en het hout van de boom dat een soort hardhout is waarmee meubels kunnen worden gemaakt.

Bij een wat grootschaliger aanpak stuitte Smits echter op een probleem. Om een liter suiker te verkrijgen bleek 1,3 kilo hout nodig als brandstof voor verwarming. "Dat is niet duurzaam en daar heb ik dus mijn hoofd over gebroken, maar ik ben eruit gekomen. Ik heb een methode ontwikkeld die ruim vijf maal zo efficiënt is. In een proefopstelling heeft het zich de afgelopen vier jaar bewezen. Ik heb fabriekjes ontwikkeld die, verpakt in drie containers, overal kunnen worden neergezet waar die suikerpalm zich bevindt.

Samen met investeerders, onder andere de Rabobank, de Britse Swire Group en investeerders uit Indonesië, wil Smits zijn suikerpalmfabriekjes opschalen naar drieduizend stuks, vooral gevestigd op de oostelijke eilanden van Indonesië. "Dan kunnen we naar 15.000 ton suiker per dag en wordt het commercieel ook interessant. Er lopen gesprekken met afnemers. Unilever heeft belangstelling. Ikea ook, voor het hout."

Smits wil zijn zakelijke plannen echter niet beperken tot Indonesië. De suiker van de suikerpalm moet een echte concurrent van de palmolie worden.

"We hebben berekeningen gemaakt welke gronden qua bodem en klimaat geschikt zijn voor de groei van de suikerpalm. Uiteindelijk praat je dan over 1,6 miljard hectare wereldwijd rondom de evenaar. Maar met eenderde daarvan heb je al genoeg om in 2030 alle palmolie duurzaam te kunnen vervangen.

Willie Smits

Dr. Willie Smits (1957) is bosbouwkundig ingenieur, microbioloog, natuurbeschermer, dierenactivist en sociaal ondernemer. Hij woont in Tomohon in Noord-Sulawesi (Celebes) en is Indonesisch staatsburger. Al meer dan twintig jaar werkt Smits voor het behoud van bedreigde apensoorten, waaronder de orang-oetan. Daartoe bleef het echter niet beperkt. Hij houdt zich nu ook bezig met duurzame landbouw, herbebossing en het monitoren van bossen.

Smits is oprichter en voorzitter van de Masarang Stichting die de natuur herstelt en beschermt, samen met de lokale bevolking. Maar Smits is ook betrokken bij een aantal andere organisaties die zich met milieubescherming bezighouden. In 2010 werd hij verkozen tot de Ashoka Fellowship, een internationale organisatie van vooraanstaande sociale ondernemers.

Meer informatie over zijn projecten vindt u op deze website. Meer informatie over zijn werk met de orang-oetans vindt u hier.

Deel dit artikel