Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De stadsslak woont met deze hitte het liefst in een geel huis

Groen

Marianne Wilschut

© naturalis

Zwoele avonden, klamme nachten: door dichte bebouwing en verkeer zijn steden 's zomers veel warmer dan het platteland. Wij doen het dan wat rustiger aan, maar wat doen dieren? De tuinslak zoekt de oplossing in zijn behuizing, blijkt uit onderzoek van Naturalis.

Dat dieren en planten zich aanpassen aan het leven in de stad wisten we al langer. Zo hebben stadsduiven kortere vleugels om sneller op te kunnen vliegen en zingen merels in de stad harder om het verkeer te overstemmen. Of het stedelijk klimaat ook invloed heeft op het gedrag en uiterlijk van soorten is nog weinig onderzocht, maar daar komt nu verandering in. Het 'hitte-eilandeffect', de hogere temperatuur die in een stad met 200.000 inwoners kan oplopen tot zo'n 7 graden, is immers onmiskenbaar.

Lees verder na de advertentie
De gewone tuinslak is de kanarie in de kolenmijn

De gewone tuinslak is daarbij de kanarie in de kolenmijn. Zo blijkt uit onderzoek van Naturalis in Leiden dat tuinslakken in steden vaker een geel huisje hebben dan daarbuiten. Waarschijnlijk komt dit omdat slakken met een geel huisje minder snel oververhit zullen raken.

Ideaal onderzoeksobject

Die kennis dankt Naturalis aan honderden vrijwilligers, die met hun smartphone een foto van tuinslakken maakten en via de app SnailSnap opstuurden. Vorig jaar ontvingen de onderzoekers bijna tienduizend foto's uit het hele land, ruim achtduizend daarvan waren bruikbaar. De gewone tuinslak, oftewel Cepaea nemoralis, is volgens Niels Kerstes, projectmedewerker van SnailSnap, een ideaal onderzoeksobject om de hulp van vrijwilligers bij in te roepen. "Hij heet weliswaar tuinslak, maar dat betekent niet dat hij alleen in tuinen voorkomt. Naast tuinen vind je tuinslakken in parken, grasvelden en bossen. Ze zijn niet al te klein en daardoor makkelijk te vinden. En, heel belangrijk, ze lopen niet hard weg als je een foto van ze probeert te maken."

De SnailSnap-app registreert de gps-coördinaten van de plek waar de foto is genomen en zo konden Kerstes en zijn collega's constateren dat de huisjes van slakken die op relatief koude plekken zijn gefotografeerd gemiddeld donkerder van kleur zijn dan de huisjes van slakken die op warmere locaties zijn gevonden.

Aan Kerstes die ook het voorleesboek 'Ietje Termietje' maakte en met illustraties en infographics biologie toegankelijk maakt, is het wel toevertrouwd om slijmerige slakken aaibaar te maken. "Het is bekend dat de kleur van tuinslakken varieert van geel en bruin tot roze", zegt hij. "Dat is genetisch bepaald. De gele slakken hebben het voordeel dat ze het minst opwarmen in de volle zon. Hoe verder je in Europa naar het zuiden gaat, hoe meer gele tuinslakken je zult aantreffen."

Opmerkelijk verschil

En in stedelijke gebieden houden de gele slakken het blijkbaar ook beter vol. Dat wil niet zeggen dat er in steden geen slakken met bruine huisjes voorkomen. Kerstes: "Het kleurverschil is niet heel groot. Uit de ingezonden foto's blijkt dat buiten de stad 50 procent van de tuinslakken geel is, binnen de stad is dat 55 procent. Een klein, maar toch opmerkelijk verschil. Ook zien we het hitte-eilandeffect vooral waar het relatief koud is. Rond Groningen of Assen verwacht je een groter kleurverschil dan rond steden in de Randstad. Omdat het daar sowieso al warm is, zijn er in verhouding al veel gele slakken."

De evolutionair biologen werken momenteel aan een wetenschappelijk artikel op basis van de resultaten uit 2017. Maar slakkenliefhebbers kunnen ook dit jaar hun snailsnaps nog opsturen via de app. Kerstes: "We blijven doorgaan met het onderzoek om beter te kunnen bepalen welke factoren het kleurverschil nog meer kunnen verklaren. Het kan immers zijn dat de samenstelling van de groep slakkeneters als zanglijsters, ratten en muizen in de stad anders is dan buiten de stad. Daarnaast is verstedelijking een relatief nieuw proces. Het is voor evolutionair biologen een uitgelezen kans om 'live' te kunnen volgen of en hoe soorten zich aan deze nieuwe omgeving aanpassen."

© naturalis

Naast het tuinslakkenproject zijn er weinig andere onderzoeken bekend die specifiek kijken naar wat het hitte-eilandeffect betekent voor dieren en planten in de stad. Onlangs constateerden Belgische biologen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature dat watervlooien, snuitkevers, grondkevers, grondspinnen en andere insecten in steden wegens de warmte vaak kleiner zijn dan hun verwanten op het platteland. De stofwisseling van deze koudbloedige dieren moet in een warmere omgeving harder werken. Met een groter lichaam ben je dan in het nadeel.

Koudeverschil

Behalve het warmteverschil tussen stad en platteland heeft ook het koudeverschil een effect op de evolutie van soorten. "In de winter heb je in steden meer vorst aan de grond omdat de isolerende sneeuw daar eerder smelt", vertelt Niels Kerstes. "Om dit te onderzoeken volgt het Global Urban Evolution Project, een groot opgezet onderzoek waar Naturalis ook aan meewerkt, de witte klaver. Een deel van deze planten kan waterstofcyanide produceren, een stofje dat herbivoren afschrikt maar er tegelijkertijd voor zorgt dat de plant minder goed tegen de kou kan. Het blijkt dat hoe dichter je in de buurt van het centrum van de stad komt, hoe minder klavers je tegenkomt die waterstofcyanide produceren."

We krijgen zo een beeld van de mogelijke gevolgen van onze handelingen op de natuur

Hoewel tuinslakken of klavers misschien klein bier lijken, zijn ze dat volgens Kerstes zeker niet. "Het is belangrijk om te weten of soorten zich überhaupt kunnen aanpassen aan de stedelijke uitdagingen, hoe snel en efficiënt ze dit kunnen doen en wat dan de voorwaarden zijn. Zo krijgen we een beeld van de mogelijke gevolgen van onze handelingen op de natuur. Ook kunnen we met dit soort studies inzicht krijgen in wat voor maatregelen we kunnen nemen om de natuur in de stad gezond te houden."

Zijn stadsslakken brutaler?

Het SnailSnap-project is een voorbeeld van citizen science, waarbij vrijwilligers wetenschappers helpen grote aantallen gegevens te verzamelen. Voor Evoscope, het onderzoek naar de evolutie van planten en dieren in de stad, heeft Naturalis naast SnailSnap nog twee experimenten lopen waarbij de hulp van vrijwilligers wordt ingeroepen. Zo wordt aan de hand van paardebloemenpluisjes gekeken hoe planten in de betonnen stad hun zaadjes weten te verspreiden. En voor wie geen genoeg van tuinslakken kan krijgen is er een onderzoek naar de persoonlijkheid van deze soort. Deelnemers verzamelen twintig volwassen tuinslakken en bewaren deze in kleine bakjes. Gedurende een aantal dagen voeren de deelnemers een simpel experiment uit met de dieren om te kijken of slakken die in de drukke stad leven na verstoring eerder of later uit hun schulp durven te kruipen dan slakken buiten de stad. Na deze periode worden de slakken weer vrijgelaten op de plek waar ze zijn verzameld. Meer informatie: www.naturalis.nl

Lees ook:

Deze zeldzame kleine slakken hollen snel achteruit

Veranderingen van de biotoop pakken niet goed uit voor twee beschermde slakkensoorten.

Deel dit artikel

De gewone tuinslak is de kanarie in de kolenmijn

We krijgen zo een beeld van de mogelijke gevolgen van onze handelingen op de natuur