Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De scholekster is in rap tempo aan het verdwijnen

Groen

Monica Wesseling

Scholeksters op zandplaat de Zandmotor, nabij Ter Heijde aan de Zuid-Hollandse kust. © Hollandse Hoogte

Hij is bezorgd. Heel bezorgd, de scholeksterman van Nederland, Bruno Ens. 'Zijn' vogel zit in een vrije val. 

Nog even en het zwart-witte dier met zijn rode ogen en snavel is op een aantal plaatsen in Nederland verdwenen, waaronder een deel van het landelijk gebied in Drenthe. Een groot onderzoek naar perikelen en problemen moet de teloorgang helpen stoppen.

Lees verder na de advertentie

Jammer, ook dit jaar zijn er weer weinig jonge vogels. Te weinig. Het aantal kuikens dat uitvliegt moet gemiddeld 0,35 per nest zijn om het aantal scholeksters op peil te houden, maar zelfs dat aantal lijkt weer niet te worden gehaald." Staand op de dijk tussen 't Horntje en Oudeschild op Texel, kijkend naar de voor jonge vogels kenmerkende grote witte keelstreep en donkere snavelpunt, schudt Bruno Ens het hoofd. "Ook nu zal het wel weer bij 0,1 vliegvlug jong per paar blijven steken en dat is zelfs voor een langlevende soort als de scholekster dramatisch weinig. Het gaat echt niet goed."

Pas na een lange zoektocht naar geld konden we een groot onderzoek beginnen

Bruno Ens, de scholeksterman van Nederland

Belaagde eieren

Wie niet beter weet, ziet een prachtig vogeltafereeltje. Zeker tien scholeksters zoeken tussen de basaltstenen op de dijk naar mossels en andere schelpdieren, achtervolgd door steenlopertjes die de resten van hun maaltijden komen pikken. Boven het zilvergekleurde water en wad vliegen luid roepende wulpen en trekt een lijn aalscholvers voorbij. Ens, leider kust-, wad- en deltaonderzoek bij Sovon Vogelonderzoek, pakt zijn kijker en gaat op zoek naar scholeksters die zijn uitgerust met drie gekleurde ringen om de poten.

Scholeksters broeden op de kwelders van het Waddengebied en in het agrarisch gebied van het binnenland. Een klein deel (5 procent) nestelt op platte daken in het stedelijk gebied. In het najaar komen alle vogels samen in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta en het Waddengebied en schakelen ook de binnenlandse broeders - regenwormeters - over op een menu van schelpdieren.

De diverse verblijfplaatsen ten spijt, ondervinden ze het hele jaar door problemen. De broedgebieden op de kwelders zijn niet langer veilig als gevolg van de klimaatverandering. Precies in het broedseizoen zijn er meer overstromingen. Bovendien is de predatie op de vastelandskwelders sterk toegenomen. In het agrarisch gebied is de situatie zo mogelijk nog beroerder, vertelt Ens. "De problemen daar zijn die van alle weidevogels. Het land wordt te intensief gebruikt en ontwaterd, te vroeg gemaaid en jongen en eieren belaagd door predatoren als vos, bunzing en buizerd."

Palet aan problemen

In de overwinteringsgebieden speelt een palet aan problemen. Er is een tekort aan schelpdieren als gevolg van de jarenlange en overmatige mechanische schelpdiervisserij, gevolgd door de handmatige kokkelvisserij van nu. En de mosselbanken die er weer zijn, raken steeds meer overgroeid door Japanse oesters. Deze exoot is vrijwel nutteloos voor scholeksters: ondanks hun keiharde beitelsnavel krijgen ze alleen de kleintjes open.

Het onderzoek vergt heel veel menskracht: meer dan 1000 vrijwilligers verzamelen gegevens

In de delta verdwijnen bovendien de droogvallende zandplaten waarop de vogels foerageren. Een gevolg van de aanleg van de Oosterscheldedam, de veranderde stromingen en de daarmee gepaard gaande zandhonger. "En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, worden de vogels ook nog eens het hele jaar door verstoord door recreanten en laagvliegende helikopters."

Ens heeft een gekleurringde scholekster in het vizier. Hij voert de code LR-GHOY en locatie in op zijn smartphone en laat met een simpele druk op een knop zien waar de vogel sinds 2003, toen hij werd geringd, is gezien.

Schadelijke mensen

Om ook de vogels wat verder weg te kunnen controleren klapt hij zijn telescoop uit en vertelt verder. Alle oorzaken bij elkaar hebben het aantal broedparen de afgelopen twintig jaar gehalveerd. En nog steeds daalt de populatie elk jaar met 5 procent.

"We weten al jaren dat het slecht gaat met de vogels, maar dat we nu pas met een groot onderzoek kunnen beginnen, heeft alles te maken met de lange zoektocht naar geld." De zoektocht is gelukt en TTW-project Chirp (Cumulative Human Impact on biRd Populations, www.chirpscholekster.nl) is begonnen. Het onderzoek moet kwantificeren hoe alle menselijke handelingen de vogel schaden. Ens: "Ligt het aan het opgroeien van de kuikens in het boerenland, zorgt de beroerde voedselsituatie in de winter voor een te slechte broedconditie, is de klimaatverandering verantwoordelijk of verstoren de helikopters doorslaggevend?

"Door de dieren jaarrond te volgen - mogelijk door ze individueel herkenbaar te maken met kleuringen - en alle menselijke invloeden, van aantal vliegbewegingen tot het aantal hectaren bloemrijk grasland en van klimaatverandering tot de oppervlakte van oesterbanken te meten, hopen we een en ander te koppelen. We mogen dan wel ideeën hebben over de oorzaken van de achtergang, maar om echt goed te kunnen beschermen en gerichte maatregelen te kunnen nemen, moet je zowel het relatieve belang als de cumulatieve effecten van de negatieve factoren kennen."

Vrijwilligers

Het onderzoek vergt heel veel menskracht. Mede aangestuurd door Ens, twee promovendi en een postdoc, verzamelen meer dan duizend vrijwilligers (Ens hoopt op nog meer) gegevens over de nu nog in leven zijnde 4000 gekleurringde scholeksters. Ze lezen ringen af, maken foto's, meten de conditie van de vogels in winter en voorjaar en bekijken het aantal uitgekomen eieren. Ook inventariseren ze welke dieren de belangrijkste scholeksterbelagers zijn. Het aantal vliegvlugge jongen houden ze niet bij, een lacune die Bruno Ens betreurt.

Het onderzoek moet in 2020 zijn afgerond. En dan zijn, zo maakt Ens duidelijk, anderen aan zet. Vogelbescherming, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, maar ook de luchtmacht, Rijkswaterstaat en de Nam (in verband met de gaswinning op Ameland).

"Gelukkig gebeurt er ook al het nodige. Natuurmonumenten hield een crowd-funding-actie voor het opspuiten van de Roggenplaat, een belangrijk foerageergebied dat dreigt te verdrinken. De boeren van het Hoge Berg-gebied op Texel gaan kijken hoe het broedsucces van de scholeksters vergroot kan worden."

Gruwelijk vooruitzicht

Er gebeurt al het nodige, maar nog lang niet genoeg. Het tij lijkt maar heel beperkt te keren, concludeert Ens enigszins in mineur. Met nog zeven werkjaren te gaan, zeven jaar die aan de scholekster zullen worden gegeven, blikt de vogelman vooruit en sombert.

Ook de komende decennia blijft de scholekster in Nederland broeden en overwinteren. Daar is hij wel van overtuigd. "Maar zo ontzettend veel minder dan vroeger. Nog even en je kunt lang op de fiets Nederland doorkruisen zonder ook maar één scholekster te zien. Een gruwelijk vooruitzicht."

De blik gaat weer naar het wad. Een scholekster roept 'tepiet'. "Links-boven rood, linksonder lime E, rechtsonder oranje S."

Vlucht naar platte dak

Vermoedelijk als gevolg van de predatie op het boerenland is een deel van de scholeksters op platte daken gaan broeden. Voedsel wordt in de omgeving gezocht. Voor andere weidevogels (grutto, kievit, tureluur) is dit geen optie. Alleen een scholekster voert zijn jongen. De kuikens van de andere soorten moeten het zelf doen en op het platte dak valt niets te halen.

Hoewel het broedsucces op daken beduidend groter is dan elders - elk paar krijgt ieder broedseizoen gemiddeld 0,4 jonkie dat ook daadwerkelijk uitvliegt - bieden de daken geen soelaas voor de hele populatie. Er zijn te weinig platte daken in het groen.

Lees ook: het Natuurdagboek over de scholekster. "Ze scharrelen op de grasdijk en keuvelen wat af: 'tepiet, tepiet!"

Deel dit artikel

Pas na een lange zoektocht naar geld konden we een groot onderzoek beginnen

Bruno Ens, de scholeksterman van Nederland

Het onderzoek vergt heel veel menskracht: meer dan 1000 vrijwilligers verzamelen gegevens