Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De markt gaat het klimaat niet redden

Groen

Kees de Vré

Anneleen Kenis en Matthias Lievens. Hun activistische toon kan burgers en instellingen die oprecht bezig zijn met klimaatverandering afschrikken. © ANP

Klimaatverandering pak je niet aan door groene producten en diensten op de markt te brengen, stellen Belgische wetenschappers. 'Op de manier waarop het nu gaat, is het veranderen zonder te willen veranderen.'

Dikke truiendag, biodiesel, FSC-hout, zonnepanelen, handel in emissierechten. Een groeiend aantal bedrijven en instellingen put zich uit als gangmakers van de groene zaak.

Het is echter gerommel in de marge. Hoe sympathiek ook, klimaatverandering pak je niet aan door groene producten en diensten op de markt te brengen. Want juist in die markt schuilt het probleem, stellen de Belgische wetenschappers Anneleen Kenis en Matthias Lievens. Het verdelingsmechanisme van de markt kent geen ethiek. Het is misschien economisch efficiënt, maar achter het groene rookgordijn blijft het de sociale ongelijkheid vergroten en ecosystemen vernietigen. Door vele mislukte privatiseringen en de langdurige financiële crisis worden steeds vaker twijfels geuit over het marktmechanisme.

Klimaatverandering wordt door sommigen gebruikt om de markt te redden, is de radicale stelling van Kenis en Lievens. Ze schreven er een uitdagend boek over, 'De mythe van de groene economie', dat doordesemd is met fundamentele maatschappijkritiek.

We staan voor de opgave om de huidige olie-economie die de aarde vervuilt, om te vormen tot een groene economie die de aarde spaart. Maar groen of niet, als de markt het leidende principe blijft dan schiet de samenleving er niet veel mee op, zeggen Kenis en Lievens in hun werkruimte op de Universiteit van Leuven. "Op de manier waarop het nu gaat, is het veranderen zonder te willen veranderen", aldus Kenis, die psychologie en milieukunde heeft gestudeerd en bezig is te promoveren. "De groene economie is een mythe. Ze belooft groei en winst en tegelijk respect voor mens en milieu. People, planet én profit zijn niet te verzoenen. Met het huidige project van de groene economie kan je bestaande praktijken een beetje bijsturen, maar tegelijkertijd creëer je nieuwe problemen. Hoe kan je nou de mechanismen die hebben gezorgd voor de grootste financiële crisis sinds tachtig jaar inzetten om het klimaat te redden?"

Een gezin uit India
Het boek is uitgebreid gelardeerd met analyses en praktijkvoorbeelden. Het heeft ook een uitgebreid notenapparaat om de stellingen te onderbouwen. Politiek filosoof Lievens: "Het propageren van klimaatvriendelijke brandstoffen bij ons in het Westen bijvoorbeeld leidt tot hogere voedselprijzen in andere delen van de wereld. Het geeft perverse verhoudingen. Een gezin uit India kan een jaar leven van de landbouwgewassen die nodig zijn om één tank van een fourwheeldrive met biobrandstof te vullen."

Kenis: "Er zijn banken die milieu-organisaties als het Wereld Natuur Fonds steunen met geld en dat uitgebreid communiceren. Wat niet wordt verteld, is dat diezelfde banken ook de exploitatie van de teerzanden in Canada, een van de vervuilendste activiteiten ter wereld, financieren. Er zijn bedrijven die afval van palmolieplantages gebruiken om biogas te maken. Klinkt erg groen, maar feitelijk zorgen die plantages voor een enorme ontbossing. Dat soort bedrijven krijgt er ook nog eens emissierechten voor terug die met winst zijn te verhandelen op de beurs."

Dat systeem van emissierechten is een mooi voorbeeld van hoe de kapitalistische economie de vergroening omarmt, er mooie sier mee maakt, maar eigenlijk bezig is zichzelf te redden, zegt Lievens. "De vervuilende industrieën in het Westen kunnen ongestoord doorgaan met hun activiteiten door hun CO2-uitstoot te compenseren met projecten in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld het planten van bossen in Oeganda. Maar aldaar worden duizenden lokale bewoners van hun grondgebied verjaagd om die bossen mogelijk te maken. Het is koolstof-kolonialisme."

Duizenden miljaren euro's
In dat systeem van emissiehandel kan in potentie heel veel geld omgaan. Een mogelijke nieuwe aanjager van de groei dus, het kan gaan om duizenden miljarden euro's. Lievens: "Geen wonder dat de financiële wereld dat systeem omarmt als een nieuw gat in de markt. Van uitstoot wordt een financieel product gemaakt. Je kunt gokken op prijsstijgingen en -dalingen van uitstootrechten. Een bedrijf als staalgigant Arcelor (onder meer Hoogovens - red.) verdient veel geld met emissiehandel. Daar ga je dan met je groene idee dat de vervuiler betaalt. De vervuiler verdient."

Een voorbeeld dichter bij huis moet, volgens de auteurs, laten zien dat met vergroening van de economie soms ook de sociale ongelijkheid groeit. Kenis: "Duitsland heeft stevig ingezet op duurzame energiebronnen als zon en wind. Daarmee zijn in twintig jaar ruim 400.000 banen geschapen. Het wordt gezien als lichtend voorbeeld van een groene transitie, maar het gaat vaak om slecht betaalde flex-banen. Er zijn amper opleidingsmogelijkheden, er is geen sociaal overleg. Vakbonden staan langs de kant."

Lees verder na de advertentie

 
De groene economie is een mythe

Kenis en Lievens wijzen erop dat de markt, ook al is die groen gekleurd, niet alleen sociale ongelijkheid bevordert maar tevens de maatschappij heeft gedepolitiseerd. Lievens: "De samenhang tussen ecologie en sociaal welzijn, zoals wij die in vele voorbeelden hebben geschetst, wordt vaak niet gelegd. We leven in een neo-liberale wereld. Die is zo alom tegenwoordig dat we er geen erg meer in hebben. Daarom ontbreekt de discussie over de gewenstheid van dit maatschappijmodel. Het wordt nauwelijks ter discussie gesteld. Klimaatverandering is verengd tot een technisch/wetenschappelijk probleem, voer voor specialisten. De markt gaat dat oplossen met een pragmatische aanpak, is het idee."

Kenis vult aan: "Ecologie is wel degelijk een terrein waarop conflicten worden uitgevochten, waar sociale rechtvaardigheid in het geding is. Er zijn niet alleen maar winnaars, zoals de huidige groene markteconomie veronderstelt. We moeten, soms pijnlijke, keuzes durven maken, lokaal en mondiaal. Die keuzes mogen we niet overlaten aan een paar multinationals die zich aan democratische controle onttrekken. Uiteindelijk is het een machtsvraag. Dat raakt aan de fundamenten van onze samenleving. Daar mag best debat over zijn. Dat is ook het doel van dit boek. Een wake-up call. Neo-liberalisme is geen natuurwet."

Geen enkel dogma
Een radicaal boek dus, met hier en daar bekende begrippen uit inmiddels verstofte neo-marxistische theorieën. Een blik in de bibliografie laat auteurs zien die in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgeld deden onder menig student en docent. De auteurs zijn zelf te jong om de opkomst en ondergang van deze toenmalige maatschappijkritiek te hebben meegekregen. Politiek filosoof Lievens: "We hebben ook niet bewust gekozen voor die auteurs. We verdedigen geen enkel dogma. Zoekend naar kritische denkers hebben we ons ook laten inspireren door deze auteurs, maar tevens door denkers die niet uit die hoek komen."

Toch kan de activistische toon van het boek burgers en instellingen die oprecht bezig zijn met klimaatverandering afschrikken. Kenis: "We zien vele bezorgde burgers, milieugroepen en ook politieke partijen actief zijn met vergroening van de economie. Er worden samenwerkingsverbanden tussen milieugroepen en bedrijven gesloten om de CO2-uitstoot tegen te gaan. Ons bezwaar is dat veel verantwoordelijkheid bij de consument wordt gelegd. 'Eet minder vlees, koop biologische producten, gebruik spaarlampen en biodiesel', is vaak de boodschap. Dat is natuurlijk allemaal erg goed om te doen, maar bedrijven komen er op hun beurt wel erg gemakkelijk van af. De marktlogica met nadruk op winst en dwingende groei blijft intact en dat is juist de logica die wij ter discussie stellen."

Dat laat onverlet dat er mensen bezig zijn, van onderop in wijken en buurten, met het zoeken naar duurzame wegen om ter plekke voedsel of energie te regelen. Dat doen ze in losse verbanden, soms via coöperaties, maar wel los van grote concerns en hun markten. Ook zijn er bedrijven bezig op een manier die een heel eind tegemoetkomt aan jullie bezwaren. Omwille van jullie radicale systeemanalyse lijken die nu buitengesloten. Het ligt voor de hand bij die beweging aansluiting te zoeken.

Kenis: "We hebben nooit de bedoeling gehad wie dan ook uit te sluiten. Door het analyseren van de aanpak van klimaatverandering werden we teruggeworpen op aloude vragen. Vragen die de fundamenten van de samenleving als geheel ter discussie stellen. Met dit boek hebben we geprobeerd die fundamenten en hun gevolgen bloot te leggen. Onze conclusie is dat voor het tegengaan van klimaatverandering er een andere maatschappij nodig is. Een die is gebaseerd op gemeenschappelijk bezit van zaken die ons allen raken zoals lucht, water, natuur, maar ook taal, kennis of het internet. We hebben misschien te veel gefocust op die analyse en iets te weinig ingezoomd op wat al gaande is."

Proefschrift over ecologisch burgerschap
Anneleen Kenis (1980) heeft psychologie, duurzame ontwikkeling en menselijke ecologie gestudeerd. Ze is nu bezig met een proefschrift over ecologisch burgerschap.

Matthias Lievens (1980) heeft politieke wetenschappen, antropologie en filosofie gestudeerd. Hij is gepromoveerd in de politieke filosofie.

Beiden zijn verbonden aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Beiden zijn actief geweest in de milieubeweging.

De mythe van de groene economie, Valstrik, verzet, alternatieven. Uitgegeven bij Jan van Arkel, 336 pagina's, € 17,95.

 
De samenhang tussen ecologie en sociaal welzijn, zoals wij die in vele voorbeelden hebben geschetst, wordt vaak niet gelegd

Deel dit artikel