Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De laadpaalstrijd laat zien: elektrisch rijden heeft al gewonnen

Groen

Vincent Dekker

Dinsdag 27 november is het precies vijf jaar geleden dat Fastned het eerste snellaadstation van Nederland in gebruik nam. © ANP
VINCENT WIL ZON

Wie nog twijfelt of elektrisch rijden het gaat winnen van benzine- en waterstofauto's, hoeft alleen maar naar de strijd om de laadpaal te kijken. Van Tesla tot BMW, van Shell tot BP, van E.On tot EDF en van Fastned tot Chargemaster: iedereen stort zich op de ‘stroompomp’. Uiteindelijk wint de consument.

Een auto laten rijden op stroom uit batterijen, nee, dat kon niks worden. Batterijen zijn te duur, te zwaar, je kunt er misschien een uurtje mee rijden, opladen duurt een eeuwigheid. Menig deskundige wist het een paar jaar geleden nog zeker: de benzine blijft nog tientallen jaren dé brandstof, en als je dan toch milieuvriendelijk wilde rijden, zou je waterstof moeten gaan tanken.

Lees verder na de advertentie

Spoel twee, drie  jaar vooruit en zie, in 2018 woedt er een strijd tussen tal van giganten om de markt van de laadpalen. Shell vecht niet alleen tegen concullega's als BP en Total, maar ook tegen energiebedrijven, autofabrikanten en zelfstandige ketens. Tijd voor een overzicht van het slagveld.

Autofabrikanten

Als het om elektrisch rijden gaat, kun je om één naam absoluut niet heen: Tesla. Het bedrijf van de Amerikaanse superondernemer Elon Musk maakte tien jaar geleden elektrische auto's langzaamaan populair. Hij moest daarvoor veel problemen overwinnen en één daarvan was dat je die auto's nog nergens kon opladen. Ja, thuis, maar onderweg niet. Dus schiep hij in 2012 zelf een netwerk van Superchargers, en dat telt inmiddels ruim 11.000 stroompompen verdeeld over dik 1300 stations op bijna alle continenten.

Het duurde even, maar vorig jaar werden de Duitse autobouwers dan toch echt wakker. Volkswagen, Mercedes en BMW richtten samen met Ford Ionity op, een keten van snelladers dat in Europa elektrisch rijden makkelijker moet maken. Ze werken daarbij samen met Shell, die de stroompompen op zijn benzinestations gaat plaatsen.

Oliemaatschappijen

Voor oliemaatschappijen is de elektrische auto met batterij een wangedrocht. Aan benzine, gemaakt van olie die ze zelf oppompen, raffineren en distribueren, kunnen ze op hun eigen benzinestations veel verdienen. Met waterstof, voor auto's met een brandstofcel, zou een vergelijkbare rekensom opgaan. Maar stroom uit een laadpaal kan niet veel duurder zijn dan de stroom die automobilisten thuis uit hun stopcontact halen. En het zijn vooral de energiebedrijven, die stroom produceren, die eraan verdienen. 

Logisch dus dat oliemaatschappijen waterstof propageerden als schoon alternatief voor benzine. Maar Tesla gooide roet in het eten en maakte de batterij-auto ongedacht snel populair genoeg om andere autofabrikanten te dwingen tientallen miljarden in e-auto's te investeren.  De oliemaatschappijen zaten klem  en moesten mee. 

Shell bedelde onlangs in Den Haag nog wel een paar miljoen aan subsidie los om welgeteld vier waterstofstations te bouwen, maar kocht vorig jaar al New Motion op, Europa’s grootste leverancier van laadpalen. In Frankrijk liet Total zich bekeren, kocht G2Mobility (een Franse New Motion) en ging samenwerken met Chargepoint,  een Nederlandse leverancier van laadpalen met een netwerk in diverse Europese landen. BP kocht op zijn thuismarkt marktleider Chargemaster en in de VS FreeWire. En de Arabieren tellen ook hun knopen: Q8 installeert samen met energiebedrijf EDF laadpalen bij benzinestations. Zo rammelen de oliemaatschappijen nu dus met de geldbuidel om zich te wapenen tegen de aanval op hun benzinepompen.

Energiebedrijven

Oliemaatschappijen bedachten ruim een eeuw geleden dat het niet logisch was dat apotheken flesjes olie verkochten om auto's mee te laten rijden. Dat konden die olieproducenten veel beter zelf doen. Hetzelfde idee hebben nu de stroomproducenten, de energiebedrijven. Waarom zou immers hún stroom verkocht moeten worden door autofabrikanten of oliemaatschappijen? 

Voor de energiebedrijven is er een extra reden om zelf stroom voor elektrische auto’s te verkopen. We moeten immers met z’n allen energie gaan besparen en wekken thuis steeds meer stroom op met zonnepanelen; daardoor krimpt de stroommarkt voor huishoudens. Elektrische auto's vormen dan een welkome aanvulling.

Dus richtte Vattenfall, de Zweedse eigenaar van Nuon, Incharge op, een netwerk van laadstations in vooral Zweden en Nederland. Het Duitse E.ON mikt op laadpalen thuis, bij bedrijven en bij pompstations langs de snelwegen. En in Frankrijk windt het grootste elektriciteitsbedrijf van Europa EDF er geen doekjes om: het wil in Europa de nummer één voor elektrisch laden worden. 

Nieuwe spelers

In Nederland worden veel korte ritten gemaakt en die zijn geschikt voor auto’s met relatief kleine batterijen. Een jaar nadat Tesla in de VS met zijn Supercharger-netwerk begon, verscheen in Nederland het eerste laadstation van Fastned. Vijf jaar later is de keten langs veel snelwegen een vertrouwde verschijning, en heeft het ook al stations in Duitsland terwijl België en Engeland komend jaar aan de beurt zijn*. Fastned dook in het gat dat de oliemaatschappijen lieten liggen, ontwikkelde de markt en begint nu winst te maken. Andere nieuwe spelers hebben hun winst gepakt door zich, zoals NewMotion, te laten overnemen door Shell c.s.

Grote bedrijven als Ikea, Abert Heijn en Aldi plaatsen laadpalen bij hun vestigingen en trekken zo trendsetters met elektrische auto’s naar hun winkels

Een bijzondere categorie in de laadpaalwereld vormen de gemeenten. Gemeentebesturen willen schone lucht  in hun centra en propageren elektrisch rijden door alom laadpalen neer te zetten. Vaak kan of kon daar gratis stroom worden getapt. Het lijkt niet logisch dat gemeenten die rol blijven vervullen; op den duur zullen ze hun netwerkjes (voor zover ze er al echt eigenaar van zijn) waarschijnlijk wel aan commerciële partijen verkopen.

Grote, op de consument gerichte bedrijven zien dat laadpalen interessant worden om klanten te trekken. Zo is Ikea in 2015 laadpalen bij zijn vestigingen gaan plaatsen. Ook Albert Heijn, Lidl en Aldi versterken er hun groene imago mee en trekken klanten die met hun elektrische auto trendsetters zijn.

De consument

Een groep die op de markt van laadstations voor elektrische auto's vanaf dag één een belangrijke rol speelt, is de consument thuis. Benzine-, diesel- en gastanks kun je thuis niet volgooien, maar batterijen vullen is ook thuis heel simpel. Het gaat langzaam, maar na een nachtje laden kun je toch weer heel wat kilometers rijden voor slechts drie cent per kilometer (benzine kost al gauw tien cent per kilometer). En als je zonnepanelen hebt, kun je je batterij zelfs ‘gratis’ voltanken. Thuisladen is de grootste concurrent van elke laadpaalketen. 

Voor energiebedrijven is het fijn dat de lagere verkoop van stroom aan huishoudens door energiebesparing  wordt gecompenseerd. Dus stimuleren Nuon, Eneco en hun collega’s het thuisladen actief. Zowel de consumenten als de energiebedrijven hebben daarnaast nog een reden om elektrische auto’s en thuisladen te omarmen. De consument krijgt er een batterij mee voor de deur waarmee hij zijn huishouden een paar dagen draaiende kan houden, ook als de zonnepanelen op het dak geen stroom leveren en stroom duur is. De energiebedrijven van hun kant willen die batterijen inzetten om het net te stabiliseren. Als er kortstondig te veel stroom is, worden de batterijen geladen en als er even te weinig stroom is worden die batterijen stroomleveranciers. Dat kan grote investeringen in netverzwaring en piekstroomcentrales schelen. En de consument krijgt er een vergoeding voor die de elektrische auto weer aantrekkelijker maakt.

Het vliegwiel rond elektrische auto's draait met ongekende snelheid en lijkt niet meer te stoppen

Zo ongeveer alle energiebedrijven werken nu samen met autofabrikanten om dit vehicle-to-grid (V2G) te ontwikkelen. Bovendien hebben ze al ontdekt dat batterijen die voor auto’s te oud zijn geworden, nog heel goed in grote buurtbatterijen voor opslag van stroom kunnen zorgen. Dus ontstaat er een markt waarop tweedehands autobatterijen nog een flinke prijs opleveren. Ook dat maakt elektrische auto’s weer een stuk aantrekkelijker voor de consument.

Het vliegwiel rond elektrische auto’s op batterijen kwam tien jaar geleden ogenschijnlijk langzaam op gang. Maar inmiddels draait het met ongekende snelheid en lijkt het niet meer te stoppen. Wie de winnaar wordt van het laadpalenspel is nog niet te zeggen, maar ik gok dat de energiebedrijven een goede kans maken. Zeker lijkt me echter dat de consument een heel blije rijder zal worden.

In zijn weblog Vincent wil Zon belicht Vincent Dekker allerlei innovaties en ontwikkelingen op het gebied van groene energie, dichtbij en ver van huis. Lees meer afleveringen op trouw.nl/vincentwilzon.

Lees ook:

Auto met stevige batterij houdt straks bij mij het licht aan

Hoe lang zing ik het in de winter uit met duurzame energie van eigen dak? Niet lang, nog geen dag. Tenzij ik een batterij aanschaf. Die is echter duur, heel duur. Tenzij die in een auto zit die je toch al wilde kopen. Hoe krachtig moet straks de accu van mijn elektrische bolide zijn?

*Dit is een correctie op de oorspronkelijke tekst, waarin stond dat in België en Engeland al stations waren geopend.

Deel dit artikel

Grote bedrijven als Ikea, Abert Heijn en Aldi plaatsen laadpalen bij hun vestigingen en trekken zo trendsetters met elektrische auto’s naar hun winkels

Het vliegwiel rond elektrische auto's draait met ongekende snelheid en lijkt niet meer te stoppen