Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De kloof tussen boer en burger moet worden gedicht

Groen

Emiel Hakkenes

© Trouw/Brechtje Rood
De Staat van de Boer

De Nederlandse landbouw holt van incident naar incident. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is er maar één echte oplossing: een Nationaal Landbouwakkoord.

De werkwijze van de meeste Nederlandse boeren sluit slecht aan bij de wensen die leven in de samenleving, en de politiek slaagt er slecht in die kloof te overbruggen. Daarom is het tijd voor een Nationaal Landbouwakkoord. Boeren en burgers, politici en maatschappelijke organisaties, banken en marktpartijen zouden in dit akkoord afspraken moeten maken: welk soort landbouw willen we en hoe organiseren we dat?

Lees verder na de advertentie

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ‘Naar een wenkend perspectief voor de Nederlandse landbouw’, dat vandaag verschijnt. Het rapport is geen doorrekening of toetsing van bestaand beleid, zoals het PBL normaal doet, maar een steen in de vijver. “Het beoogt een openingszet te zijn in een discussie over welke landbouw Nederland wil”, stelt PBL-directeur Hans Mommaas.

Er zijn de afgelopen 25 jaar tientallen rapporten verschenen over de toekomst van de landbouw in Nederland, en toch is er in de basis niets veranderd

Volgens Mommaas is er nu ‘momentum’ voor deze discussie: “Er is weer een ministerie van landbouw en minister Schouten werkt aan een landbouwvisie. Je ziet het ook aan een initiatief als ‘De staat van de boer’ van Trouw.”

Onderzoeker Martijn Vink van PBL voegt daaraan toe dat dit discussiestuk voortkomt uit verwondering: er zijn de afgelopen 25 jaar tientallen rapporten verschenen over de toekomst van de landbouw in Nederland, en toch is er in de basis niets veranderd. Hoe kan dat? Het antwoord is volgens Vink tweeledig: de boer is financieel aan handen en voeten gebonden en in de politiek wordt geen fundamenteel debat gevoerd over de landbouw.

Het is dit verdienmodel dat de spanning oplevert tussen waarden als goedkoop voedsel en duurzaamheid

PBL-directeur Hans Mommaas

Verdienmodel

Mommaas schrijft in het PBL-rapport: “Het dominante verdienmodel in de landbouw is nog altijd geënt op voorzien in goedkoop voedsel en productieverhoging; het verdienmodel waar na de Tweede Wereldoorlog stelselmatig op is ingezet en waar het hele landbouwsysteem van voerleveranciers, boerenorganisaties, kennisorganisaties, landbouwadviseurs en banken door de decennia heen mee vergroeid is geraakt.” Maar, signaleert Mommaas: “Het is dit verdienmodel dat de spanning oplevert tussen waarden als goedkoop voedsel en duurzaamheid.”

Die spanning wordt heus wel onderkend, stelt het PBL. Maar het antwoord vanuit de agrarische sector en de politiek is steevast: meer regels, nieuwe bepalingen, of extra regels-met-uitzonderingen. “Het heeft tot een systeem geleid waarin boeren samen met de overheid op zoek gaan naar de milieugrenzen om een inkomen op peil te houden en de economie te stimuleren. Er hoeft dan maar weinig te gebeuren of grenzen worden overschreden.” De voorbeelden liggen volgens het PBL voor het oprapen: teruglopende insectenpopulaties, de achteruitgang van de weidevogelstand, mestfraude.

In een Land­bouw­ak­koord zouden ook afspraken moeten staan over bijvoorbeeld de omgang met het landschap en biodiversiteit

Aan tafel

Hoe de Nederlandse landbouw er idealiter uit zou zien, daarover doet het PBL geen uitspraken, want dat is aan de politiek. Wel schetst het planbureau hoe het vastgelopen landbouwbeleid vlotgetrokken kan worden: door alle partijen aan tafel te zetten. Zoiets is al eerder gedaan, en met succes: in 2013 sloot de overheid met ruim veertig organisaties het Energieakkoord, waarin afspraken staan over energiebesparing, duurzame energie en klimaatmaatregelen. Het is volgens het PBL ‘een goede en voor de hand liggende optie’ om in dezelfde geest een Landbouwakkoord op te stellen. Daarin zouden niet alleen afspraken moeten staan over zoiets als CO2-reductie maar ook over bijvoorbeeld de omgang met het landschap en biodiversiteit.

Om de kloof tussen de wensen van de burger en het werk van de boer werkelijk te overbruggen, stelt PBL-directeur Mommaas, dat vraagt om een systeemverandering: niet nog meer knopen leggen in de kluwen van het huidige landbouwbeleid, maar een heel nieuw beleid ontwikkelen.

En als de politiek ervoor kiest om door te gaan op het huidige pad? “Dat zal het waardeconflict, de stroom aan incidenten en de milieuproblemen niet oplossen.”

Wat weerhoudt boeren ervan het roer om te gooien?

Hoe kan de boer uit de crisis komen?

De landbouw is in vijftig jaar niet echt veranderd. Het PBL analyseert het probleem en geeft een voorzet voor de toekomst.

Het is misschien wel de voornaamste uitkomst uit het Trouw-onderzoek ‘De staat van de Boer’: Nederlandse boeren en boerinnen zijn toe aan een grootschalige vernieuwing van de sector. Meer dan 80 procent wil overstappen naar natuurvriendelijke methoden. Bijna de helft van de agrarische bedrijven zegt binnen tien jaar te willen overschakelen naar een duurzamere vorm van landbouw.

Maar om dat daadwerkelijk voor elkaar te krijgen, is er nog heel wat nodig. Want, schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving: ‘Voor het overgrote deel van de Nederlandse boeren is het verlagen van de kostprijs door verdere intensivering en schaalvergroting ook nu nog de belangrijkste ontwikkelingsstrategie’. Dat was zestig jaar geleden zo, en dat is nu nog zo. Wat weerhoudt boeren ervan het roer om te gooien?

In het vandaag verschenen rapport ‘Naar een wenkend perspectief voor de Nederlandse Landbouw’ stelt het PBL de diagnose.

Samenhang grondprijs, schuld per landbouwbedrijf, schaalgrootte en aantal bedrijven © Trouw

Probleem 1: Er is geen weg terug

Meer dan de meeste andere ondernemers is de boer aan handen en voeten gebonden. Hij heeft niet zoveel keuzes in zijn bedrijfsvoering. Wat kan een melkveehouder wezenlijk anders doen dan melk produceren voor de zuivelfabriek? Welke mogelijkheid om zich te onderscheiden is er voor een varkenshouder die aan de slachterij levert?

Het PBL schrijft: ‘Met uitzondering van delen van de glastuinbouw en sierteelt produceren de meeste boeren homogene producten, met een relatief geringe toegevoegde waarde per kilo product, die zij hoofdzakelijk via andere schakels in de keten exporteren’.

Om in deze bulkmarkt een inkomen te verdienen, is het devies: zorg voor een zo laag mogelijke kostprijs. Dat kan door schaalvergroting en intensivering, wat samen gaat met een steeds specialistischer manier van werken. De dieren moeten bijvoorbeeld specifiek voer hebben, er is een hoogtechnologische melkrobot nodig of een luchtwasser die de uitstoot van de stal beperkt.

Vroeger overlegden de overheid en de agrarische sector samen in pro­duct­schap­pen, maar die zijn wegbezuinigd

Het PBL stelt: ‘Zonder leveranciers, afnemers, financiers, adviseurs, loonwerkers en specialistische kennis is het veelal onmogelijk mee te komen op de internationale markten waar de meeste boeren direct of indirect voor produceren’. En al die techniek en kennis kost geld: de investeringen moeten worden terugverdiend – met verdere schaalvergroting en intensivering. Als een boer eenmaal een bepaald pad is ingeslagen, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving, is er bijna geen weg terug.

Ik voel me onvoldoende vertegenwoordigd door de landbouworganisaties © Trouw

Probleem 2: De regie ontbreekt

Goed, een boer kan dus zelf de koers moeilijk verleggen. Maar kunnen andere partijen niet een handje helpen? Kunnen boerenbelangenorganisaties niet een koers uitstippelen waar de boer en de burger allebei blij van worden? Of de overheid? Wat die laatste betreft: die heeft zich steeds verder teruggetrokken. Ja, de overheid stelt randvoorwaarden zoals milieuregels, maar hoe de boeren aan de regels willen voldoen, kunnen ze zelf bepalen. Dat zouden ze gezamenlijk kunnen afspreken in een belangenorganisatie. Maar juist die organisaties, zoals LTO, hebben weinig draagvlak. De overgrote meerderheid van de ondervraagden in ‘De staat van de Boer’, bijna 90 procent, vindt dat hun landbouworganisaties niet het juiste verhaal vertellen. Nu kan zo’n organisatie het per definitie bijna niet goed doen: het is onmogelijk om iedereen te representeren, want dé boer bestaat niet – een varkenshouder is niet te vergelijken met een rozenkweker. Vroeger overlegden de overheid en de agrarische sector samen in productschappen, maar die zijn wegbezuinigd. Het resultaat van dit alles: er is geen regie meer in de agrarische sector en eigenlijk is er niemand om na te denken over een langetermijnvisie.

In al dat papierwerk, stelt het PBL, staat wel dát de landbouw moet veranderen, maar niet hóe je dat kunt aanpakken en wie daarin welke rol kan spelen

De oplossing: Samenwerken op alle terreinen

De boer kan in zijn eentje dus weinig veranderen, sectororganisaties kunnen boeren niet verenigen en de politiek bewaakt vooral de regeltjes. Die optelsom, stelt het Planbureau voor de Leefomgeving, heeft ‘het gecoördineerd richting geven in de landbouw tot een vraagstuk op zich gemaakt’. Oftewel: de agrarische sector is als een mammoettanker zonder kapitein. Maar ondertussen wordt er door stuurlui aan wal van alles geroepen naar de bemanning van het schip: denk aan dierenwelzijn, pas op voor ontbossing, stop met pesticiden. “De samenleving wordt onrustig rond landbouw”, zegt PBL-onderzoeker Martijn Vink. Die onrust heeft al geleid tot een dikke stapel rapporten. Maar in al dat papierwerk, stelt het PBL, staat wel dát de landbouw moet veranderen, maar niet hóe je dat kunt aanpakken en wie daarin welke rol kan spelen. Wat dat laatste betreft, zegt het planbureau vandaag: iederéén heeft een rol. De boer zelf, de burger met zijn wensen, de bank, de overheid, de leverancier van het voer, de maker van de melkrobot. Zoals het eerder lukte om een Energieakkoord te sluiten, zou er nu een Landbouwakkoord kunnen komen. Maar dan moet echt iedereen meedoen, anders verklaart de bank de boer straks nog failliet of beginnen boeren een rechtszaak tegen de minister. Dus: samen aan tafel. Want, zegt het PBL: ‘Zonder een discussie over welke waarden leidend dienen te zijn in de toekomstige Nederlandse landbouw, is het onwaarschijnlijk dat de landbouwsector een fundamentele koerswijziging zal doormaken’.

De Staat van de Boer is het grootste opinieonderzoek dat ooit onder agrariërs is gehouden. Met het onderzoek en de verhalen wil Trouw een eerlijk en open debat over de makers van het voedsel van Nederland stimuleren.

Lees ook: 

Melkveehouder Frank Post: Boeren zijn het gevoel voor de markt kwijtgeraakt

Hoe run je een melkveehouderij? En kan dat zonder subsidie? Aan de keukentafel bij Frank Post uit het Drentse Nieuweroord.

Deel dit artikel

Er zijn de afgelopen 25 jaar tientallen rapporten verschenen over de toekomst van de landbouw in Nederland, en toch is er in de basis niets veranderd

Het is dit verdienmodel dat de spanning oplevert tussen waarden als goedkoop voedsel en duurzaamheid

PBL-directeur Hans Mommaas

In een Land­bouw­ak­koord zouden ook afspraken moeten staan over bijvoorbeeld de omgang met het landschap en biodiversiteit

Wat weerhoudt boeren ervan het roer om te gooien?

Vroeger overlegden de overheid en de agrarische sector samen in pro­duct­schap­pen, maar die zijn wegbezuinigd

In al dat papierwerk, stelt het PBL, staat wel dát de landbouw moet veranderen, maar niet hóe je dat kunt aanpakken en wie daarin welke rol kan spelen