Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Chinese overheid ontfermt zich over de kanoet

Groen

Rob Buiter

Vlucht kanoeten tegen een achtergrond van een oliebedrijf op een kunstmatig eiland in de Bohai Baai. © Rob Buiter
Reportage

“Welkom in Absurdistan!” zegt hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma, wanneer we het kunstmatige schiereiland Caofeidian, in de Chinese Baai van Bohai oversteken. Hij overdrijft niet. Langs lange rijen met eenvormige, deels compleet lege flatgebouwen, rijden we naar wat ooit de natuurlijke Waddeneilanden van deze kust waren.

‘Three Island Pearl’, noemen de ontwikkelaars dit gebied nog steeds, maar met de ogen van een waddenliefhebber zijn er weinig parels meer te herkennen. De eilanden zijn ofwel opgeslokt door ingepolderd waddengebied, dan wel verbonden aan het vasteland door middel van een brede dijk. Trekvogels zien we niet in dit getijdengebied.

Lees verder na de advertentie
Sjokkend met zijn telescoop over de slappe modder van het Chinese wad, tuurt Piersma onvermoeibaar de pootjes van de foeragerende vogels af

Inpolderingen zoals die van Caofeidian hebben sinds de afgelopen halve eeuw meer dan zestig procent van de getijdengebieden langs vierduizend kilometer Gele Zeekust opgeslokt. Vooral de Baai van Bohai, aan het noordwestelijke uiteinde van de Gele Zee, is ten prooi gevallen aan de polderaars.

Toch blijkt het niet allemaal kommer en kwel. Als een Gallisch dorpje uit de stripverhalen van Asterix en Obelix, houdt één stuk waddenkust moedig stand in de Chinese expansiedrift. Aan de westkant van Caofeidian ligt naast de stad Nanpu nog twintig strekkende kilometer wadplaten waar de ontwikkelaars geen vat op hebben gekregen. “Maar dat had ook niet veel gescheeld”, weet Piersma. “Toen we hier tien jaar geleden kwamen, stonden er grote billboards aan de kust met artistieke impressies van de toekomstige stad Tangshan Bay die ‘Harmonie tussen de Hemel en de Zee’ beloofde. Dat zou niet alleen de doodsteek zijn geweest voor dit gebied, maar daarmee ook voor heel veel trekvogels die van deze wadplaten gebruik maken op hun trek tussen de broedgebieden in Siberië en de overwinteringsgebieden in Australië en Nieuw-Zeeland.”

Tussentankstation

Het is alweer het tiende voorjaar dat Piersma samen met collega’s uit Australië en China in dit gebied onderzoek komt doen. “We kwamen deze wadden op het spoor na een bezoek aan het noordwesten van Australië”, vertelt hij. “Daar overwinteren tienduizenden kanoeten, wadvogels die in Siberië broeden. Via dieren die we individuele combinaties van gekleurde ringetjes aan hun poten gaven, kwamen we er met de hulp van Chinese biologen achter dat deze vogels in de Baai van Bohai een tussenstop maken; eigenlijk zoals de kanoeten tussen Groenland en westelijk Siberië in de zomer en West-Afrika in de winter ónze Waddenzee als tussentankstation gebruiken. Sindsdien zijn we dit gebied systematisch gaan onderzoeken. Hoeveel kanoeten van welke ondersoorten trekken hier door? Waar komen ze vandaan? En wat eten ze hier? Dat soort vragen.”

De Chinese overheid liet de billboards voor de futuristische stad vervangen door billboards met informatie over vogels

Onder leiding van Piersma telt een internationaal team van biologen nu ieder voorjaar, zes weken lang de vogels en zoeken zij naar de exemplaren die zij zelf in Noordwest-Australië de gekleurde ringetjes om de poten hebben gedaan. Sjokkend met zijn telescoop over de slappe modder van het Chinese wad, tuurt Piersma onvermoeibaar de pootjes van de foeragerende vogels af. Hij veert op als hij een vogel ziet met een klein, geel gekleurd vlaggetje: hét herkenningsteken van de Australische overwinteraars. Ook alle andere kleurringen worden zorgvuldig genoteerd. “We vinden niet alleen onze eigen vogels, maar ook diverse vogels uit andere ringprojecten uit bijvoorbeeld Thailand, Nieuw-Zeeland of Rusland. Door dit onderzoek jaar in jaar uit te doen, kunnen we veel leren over de burgerlijke stand van deze populatie. Hoeveel dieren zijn er, hoe lang verblijven ze hier en wat is hun overleving tijdens de verschillende etappes van de trek.”

De Baai van Bohai. © Rob Buiter

Streep door polderplannen

Dit onderzoek leverde in tien jaar niet alleen veel wetenschappelijke kennis op over de delicate balans tussen trekvogels en hun foerageergebieden. Het zorgde afgelopen jaar nota bene ook voor een doorbraak in de Chinese expansiedrift. “Mede dankzij het onderzoek van Piersma, heeft de Chinese overheid een streep gehaald door de plannen voor Tangshan Bay”, stelt de Chinese hoogleraar ornithologie Zhang Zhengwang van de Beijing Normal University. “Hij heeft laten zien dat dit gebied van cruciaal belang is voor trekvogels en daar is de Chinese overheid gevoelig voor geweest.”

Die zorg voor de natuur past misschien niet direct in het beeld dat het westen heeft van China, met groeicijfers waar Europese en Amerikaanse economen alleen van kunnen dromen. Maar volgens Piersma is het tijd om dat stereotiepe beeld op zijn minste een beetje bij te stellen. “Op basis van ons onderzoek hebben we laten zien dat de flessenhals voor deze dieren niet in de broedgebieden in Siberië ligt en ook niet in de overwinteringsgebieden in Australië en Nieuw-Zeeland, maar op dit tussentankstation in China. Toen dat duidelijk werd heeft de Chinese overheid letterlijk de billboards voor de futuristische stad vervangen door billboards met informatie over vogels. Er wordt zelfs al gesproken over het terugdraaien van bestaande inpolderingen. Al mag het er hier voor ons dan op heel veel plaatsen uitzien als Absurdistan, wetenschappelijk kennis wordt hier gelukkig wel gewaardeerd.”   

Samengepakt

Wrang genoeg wordt het onderzoek ook wel een beetje geholpen door de Chinese expansiedrift. Piersma: “Door de vele inpolderingen zijn de wadvogels nu samengepakt op een relatief klein stuk getijdengebied, wat ze bereikbaarder maakt voor waarnemingen. En hier kunnen we ze bestuderen vanaf een dijk die tot halverwege de voormalige wadplaten is opgerukt. Zonder de polder hier achter mij, zouden we onze waarnemingen waarschijnlijk vanaf boten moeten doen, een beetje zoals we dat in ónze Waddenzee ook doen met de kanoeten.”

De kanoeten die Piersma in China bestudeert, zijn overigens niet dezelfde als die in onze Waddenzee voorkomen. Van de zes verschillende ondersoorten van deze wadvogels, trekken er twee door China. Eén van die twee is voor Piersma extra speciaal omdat ze sinds de eeuwwisseling zijn naam dragen. “Mijn Russische collega Pavel Tomkovich heeft bij de officiële beschrijving deze ondersoort de wetenschappelijke naam Calidris canutus piersmai gegeven. Dat was natuurlijk een geweldige eer. Maar het is zeker niet de enige reden dat ik deze vogels bestudeer. Trekvogelonderzoek is per definitie internationaal. Bovendien kun je als bioloog ook veel leren van de vergelijking tussen de Chinese en de Nederlandse wadden.”

© Rob Buiter

Lees ook:

Hoe meer we over de natuur weten, hoe minder we snappen

Twee biologen schreven een fascinerend boek over dingen die ze zien maar niet begrijpen: hun ‘ontsnapte’ natuur.

Deel dit artikel

Sjokkend met zijn telescoop over de slappe modder van het Chinese wad, tuurt Piersma onvermoeibaar de pootjes van de foeragerende vogels af

De Chinese overheid liet de billboards voor de futuristische stad vervangen door billboards met informatie over vogels