Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De bever afschieten zal moeten, maar wel als laatste stap

Groen

Monica Wesseling

In natuurgebieden kan de bever meestal niet veel kwaad, wel bij landbouwgronden. © buitenbeeld

Opeens waren er te veel bevers in Nederland. Limburg opent de jacht op de dieren. Dat zal nodig zijn, maar neem eerst andere, slimme, maatregelen, vindt Vilmar Dijkstra van de Zoogdiervereniging.

Een mooi voorbeeld van een oplosbaar beverprobleem? Daar staan we op", zegt Vilmar Dijkstra. "Als er hier niets zou zijn gedaan, hadden mogelijk tienduizenden huishoudens in Arnhem-Zuid natte voeten gekregen. Mijn eigen huis zou drie meter onder water hebben gestaan. Door gaas aan te brengen in de dijk kan er niets gebeuren. Beverschade is vaak goed te voorkomen. Maar niet honderd procent. Daar is simpelweg geen geld voor. Afschieten is uiteindelijk dus onvermijdelijk. Maar dan wel als allerlaatste stap."

Lees verder na de advertentie

Het is een zonnige herfstochtend als Vilmar Dijkstra, projectmedewerker van de Zoogdiervereniging, in de omgeving van Arnhem aanschouwelijk maakt hoe zijn vereniging aankijkt tegen de beverproblematiek en het voornemen van de provincie Limburg tot afschieten. We staan op de Drielse Dijk van het uiterwaardenpark Stadsblokken-Meinerswijk bij Arnhem, de winterdijk van de Rijn. Voor ons een schitterend ruige uiterwaard met wilgen en water. Zilverreigers stappen loerend rond, een ijsvogel schiet voorbij, de ruigte kleurt door de laatste bloeiende distels, smeerwortel en teunisbloem. Een prima plek voor bevers die er, getuige de verse knaagsporen en een beverdammetje, ook blijken te zijn.

De beverpopulatie groeit snel en de jonge dieren zullen hun heil binnendijks zoeken, in de land­bouw­ge­bie­den.

De Zoogdiervereniging is al lang bezig met de bever, vertelt Dijkstra terwijl hij terloops en glimlachend op een tak wijst die vakkundig totaal is ontbast. "Het dier is opeens hot news, maar al in 2012 belegden we een symposium voor waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies om te wijzen op de mogelijke problemen en om oplossingen aan te dragen, maar vrijwel niemand had er toen oren naar. Het zou wel meevallen. Zo veel bevers waren er immers niet. Inmiddels weten ook zij wel beter en staan steeds meer organisaties open voor ongevraagde en gevraagde adviezen van de Zoogdiervereniging."

Er is veel mogelijk, zo wordt wel duidelijk uit zijn verhaal. "Vooropgesteld dat er nog onderzoek en monitoring nodig is kennen we nu veel manieren om beverschade te voorkomen. Winterdijken zoals de Drielse dijk bijvoorbeeld, kunnen tegen beverschade bij laagwater -liefst preventief zoals nu al in Beieren wordt gedaan - worden beschermd met gaas in de dijk of stortstenen ertegenaan, of door de teen van de dijk te verbreden. De bever kan de dijk dan niet meer gravend bereiken. In Waalwijk is op ons advies de oever van de winterdijk afgevlakt en gecombineerd met het verwijderen van voor bever aantrekkelijke vegetatie."

Bescherming tegen graverij tijdens hoogwater is volgens Dijkstra minstens even belangrijk. Bij hoogwater stroomt de uiterwaard onder. Bevers zoeken soms dan hun heil in bomen en struiken ('heus, ze maken er slaapplekken in'), maar proberen ook door het graven in de winterdijk het vege lijf te redden. Hoogwatervluchtplaatsen, bergjes in de uiterwaarden, kunnen dit voorkomen, maar zijn, zo bleek bij analyse door de Zoogdiervereniging, bijna nergens in de uiterwaarden in het Rivierenland aanwezig of zijn te laag.

Het nadeel van grondlichamen in de uiterwaarden is wel dat ze de bufferende capaciteit van de uiterwaard en de doorstroming verminderen. Daarom zou Dijkstra graag een proef doen met drijvende hoogwatervluchtplaatsen.

De grote dijken zijn goed te beschermen en in natuurgebieden kunnen de bevers meestal niet zoveel kwaad. Maar de beschikbare natuurgebieden, zeker in het rivierengebied en Limburg, zijn zo langzamerhand vol. En dan beginnen de problemen pas echt. De beverpopulatie groeit snel en de jonge dieren zullen hun heil binnendijks zoeken, in de landbouwgebieden.

Walhalla

Het landbouwgebied - een ecologische woestijn in de ogen van de beverdeskundige - heeft watergangen die voor bevers ideaal zijn. Om ruimte te besparen zijn de taluds steil en daarmee voor bevers ideaal om in te graven. Bovendien staan er vaak wilgen en populieren langs sloten en paden. "Landschappelijk en cultuurhistorisch prachtig, maar ook een beverwalhalla", constateert Dijkstra terwijl hij op een drijvende beverdrol wijst. Daarom is er een uitgebreid advies opgesteld voor de Unie van Waterschappen. De aanbevelingen van de Zoogdiervereniging zijn duidelijk. Vervang steile taluds door flauwe oevers - ook goed voor watersnippen, amfibieën en vissen. En als de bever er werkelijk niet mag komen, verwijder favoriete beverbomen. Zwarte els, vlier, meidoorn en esdoorn zijn veel minder geliefd. Leg een pad of weg niet direct naast een watergang met een steil talud, maar iets verder van de watergang. Dat voorkomt ernstige ongelukken met weg zakkende auto's of fietsers als gevolg van het ondergraven door bevers.

Hoeveel wil Nederland uitgeven aan voorkomen en vergoeden van be­ver­pro­ble­men?

Nog een probleem. Bevers leggen dammen aan om de waterstand te reguleren; de ingang van het hol moet altijd onder water liggen. Diepte is ook nodig voor het aanleggen van een wintervoorraad. De bastliefhebbers steken als noodvoorraad voor barre tijden takken in de waterbodem voor hun burcht. Dat kan alleen in diep water.

Dammen kunnen overstromingen veroorzaken. Een buis in de dam kan dit voorkomen. "In Engeland en Amerika claimt men 90 procent succes met deze beaver deceivers. Limburg heeft her en der ook wel dammen zo doorgebroken, maar het komt erg nauw en in Nederland is er nog te weinig expertise. Kennisuitwisseling is echt nodig. Ik hoop dat het in Limburg goed gedaan is."

Buizen kunnen helpen, maar zeker op kwetsbare plekken ziet de beverman mogelijkheden in plaatselijke verdieping van de beek of sloot, of de aanleg van een kleine diepe zijtak waar de bever zijn gang kan gaan. "Hopelijk kunnen we hiermee binnenkort een experiment doen."

Mogelijkheden genoeg, maar doden blijft nodig, zegt de beverman met enige spijt in zijn stem. Wachten tot de wal het schip keert en de populatiegroei stopt door overbevolking kan niet. "Nederland is een eldorado. Overbevolking gebeurt pas bij tienduizenden dieren. De kosten als gevolg van schade en gevaar zijn dan inmiddels zo groot dat de bever van troeteldier ongewenste vreemdeling is geworden."

De vraag is echter wel hoeveel een beverleven waard is, merkt de zoogdierkenner op. Hoeveel wil Nederland uitgeven aan voorkomen en vergoeden van problemen? Wordt er wel vakkundig gewerkt, wordt de effectiviteit van de beverwerende maatregelen wel op de juiste manier gemonitord? "Doden is onvermijdelijk. Maar geef het dier wel een eerlijke kans."

Ecologische rol

Bevers vervullen een belangrijke ecologische rol. Door het bouwen van dammen - bedoeld om de omgeving te optimaliseren - ontstaan er in sloot en beek verschillende stroomsnelheden en waterdiepten. De overstromingen leiden tot plasdras-zones. Zo ontstaan tal van verschillende leefgebieden en daarmee een rijkdom aan planten en dieren. 

Opgroeiende en paaiende vissen, amfibieën, oeverflora maar ook watersnippen en insecten waarvan de larven opgroeien in of nabij hout onder water, nemen door de aanwezigheid van bevers sterk toe. Niemand weet hoeveel bevers ons land ooit telde, maar Vilmar Dijkstra van de Zoogdierenvereniging vermoedt dat voor de bedijkingen hier zo'n half miljoen bevers moeten zijn geweest.

Lees ookKeerzijde van het succes: Limburg opent de jacht op bevers.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

De beverpopulatie groeit snel en de jonge dieren zullen hun heil binnendijks zoeken, in de land­bouw­ge­bie­den.

Hoeveel wil Nederland uitgeven aan voorkomen en vergoeden van be­ver­pro­ble­men?