Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De banaan heeft het (nog) moeilijk

Groen

Emiel Hakkenes

De banaan wordt met uitsterven bedreigd door de bananenziekte. © Trouw

Ziektes bedreigen de banaan in haar voortbestaan. Voorlopig is daar niets aan te doen, maar nieuw onderzoek onder leiding van onderzoekers van Wageningen UR biedt hoop.

We eten er zo veel van dat haar aanwezigheid vanzelfsprekend lijkt. Toch heeft de banaan allerminst een zekere toekomst. De vrucht, waarvan ieder Nederlands huishouden jaarlijks zo'n honderd stuks consumeert, is zeer vatbaar voor ziektes en wordt daardoor met uitsterven bedreigd. Maar er gloort hoop.

Onder leiding van onderzoekers van Wageningen UR heeft een internationale groep wetenschappers het DNA ontrafeld van de schimmel Pseudocercospora fijiensis, die bij bananen de gevreesde Black Sigatoka-ziekte veroorzaakt. Hun resultaten zijn vorige week gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS Genetics.

Samen met de Panamaziekte is Sigatoka de grootste bedreiging voor het voortbestaan van de banaan. Van de schimmel die de Panamaziekte veroorzaakt werd vorig jaar vastgesteld dat die overal ter wereld hetzelfde DNA heeft. Deze bevinding, en die van de Sigatoka-schimmel, kunnen samen het begin zijn van een duurzamere bananenteelt.

Voor boer Bevan Robson komt dat te laat. In het Australische dorp Tully, in de staat Queensland, heeft hij een bananenplantage van een kleine 350 voetbalvelden groot. Sinds vorig jaar werd op zijn bedrijf vier keer de Panamaziekte vastgesteld. Die ziekte dringt vanuit de grond de wortels van bananenplanten binnen en zorgt ervoor dat het blad vergeelt en de plant verwelkt. Dat gaat snel, en is de grond van een bananenplantage eenmaal besmet met de Panamaziekte, dan blijft dat jaren zo. Het wordt onmogelijk om er nog bananen te telen, omdat nieuwe planten ook ziek worden.

Lees verder na de advertentie
De vrucht, waarvan ieder Nederlands huishouden jaarlijks zo'n honderd stuks consumeert, is zeer vatbaar voor ziektes en wordt daardoor met uitsterven bedreigd

Het einde van de Gros Michel
In de jaren vijftig verwoestte de Panamaziekte bijna alle bananenplantages in Midden- en Zuid-Amerika. Het deed de meest geteelde banaan ter wereld, de Gros Michel, de das om. De bananenhandel stapte vervolgens over op een andere banaan, de Cavendish. Die was weliswaar minder van smaak dan de Gros Michel, maar wel bestand tegen de Panamaziekte. Er waren grote investeringen nodig om het de Cavendish naar zijn zin te maken, maar de bananenindustrie was ermee gered.

Totdat eind twintigste eeuw een nieuwe variant opdook van de schimmel die de Panamaziekte veroorzaakt. Het begon in Taiwan en sloeg al gauw over naar China en Indonesië. In landen als Jordanië, Mozambique, China, de Filippijnen en Pakistan zijn inmiddels hele plantages of delen daarvan onbruikbaar geworden door de Panamaziekte. De ziekte is vooralsnog niet te bestrijden. Hoogstens kunnen telers hun gewas met quarantainemaatregelen beschermen tegen besmetting.

Hoe de ziekte op de plantage van boer Robson in Tully terecht kwam, weet niemand. Misschien hebben trekvogels de schimmel overgebracht, of backpackende toeristen of vakantiewerkers. Een paar zandkorrels aan een schoen of een paar modderspatten op een laars zijn al voldoende om de ziekte mee te nemen.

Een paar modderspatten op een laars zijn al voldoende om de ziekte mee te nemen

© Trouw

Robson kreeg na de ontdekking van de ziekte op zijn bedrijf de Australische voedsel- en warenautoriteit over de vloer. Medewerkers van de voedselveiligheidsdienst hebben zieke planten verwijderd, net als gezonde exemplaren in een straal rond de plek van de besmetting. De grond dekten ze af met plastic zeilen, in de hoop verdere verspreiding te voorkomen.

Hoewel 90 procent van zijn plantage niet besmet is, mag Robson zijn bananen niet verkopen. Ze waren vooral bedoeld voor de lokale markt - de banaan is het meest verkochte product in Australische supermarkten. Collega-telers kijken hem nu met de nek aan, zei Robson tegen de lokale krant. "Het lijkt wel of ik hondsdolheid heb."

Om te achterhalen hoe de Panamaziekte zich over de wereld verspreid heeft, hebben Wageningse onderzoekers het DNA van veel schimmelmonsters uit acht landen waaronder Jordanië, Libanon en Pakistan, waar de schimmel recent werd gevonden, geanalyseerd. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de verzamelde schimmelstammen genetisch identiek zijn. Ze zijn klonen van elkaar. Als dezelfde schimmel zich zo ver verspreid heeft, concluderen de onderzoekers, dan hebben de quarantainemaatregelen en alle voorlichting over de ziekte blijkbaar onvoldoende geholpen.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Collega-telers kijken hem nu met de nek aan, zei Robson tegen de lokale krant. "Het lijkt wel of ik hondsdolheid heb."

© anp

Plant zonder zaden
Bijkomend probleem is dat alle Cavendish-bananen óók genetisch identiek aan elkaar zijn. De banaan is steriel, bevat geen zaden en kan zich dus niet voortplanten. Nieuwe bananenplanten krijg je door een bestaande plant te stekken. Dat zorgt er wel voor dat een en dezelfde schimmel alle bananen (klonen van elkaar) ter wereld ziek kan maken.

Als dat gebeurt, kan de Cavendish binnen een jaar of vijf uitgestorven zijn. Die schatting komt van Californische wetenschappers die onderzochten hoe die andere bananenziekte, Sigatoka, zich voltrekt. Sigatoka dringt een bananenplant binnen via de bladeren. De schimmel blijkt zich aan de banaan aan te passen om er optimaal van te 'profiteren'. Nu bekend is hoe de ziekte in zijn werk gaat, wordt het misschien mogelijk er iets aan te doen, aldus de onderzoekers.

Vooralsnog weet niemand iets beters dan spuiten met gewasbeschermingsmiddelen om aantasting van de bananenplant te voorkomen. Op de meeste commerciële plantages moet meer dan vijftig keer per jaar gespoten worden, vaak met vliegtuigjes.

Dat heeft gevolgen voor de omgeving, die lijdt onder vervuiling van water en bodem, en het loopt in de papieren: het kost de bananenbranche naar schatting elk jaar 400 miljoen dollar. Bovendien neemt de effectiviteit van zulke bestrijdingsmiddelen na verloop van tijd af. Het antwoord daarop is nog meer spuiten, totdat er helemaal niets meer wil groeien en de plantage wordt verlaten. De gevolgen van de vervuiling blijven daarna nog decennia merkbaar.

De banaan is steriel, bevat geen zaden en kan zich dus niet voortplanten

Een duurzamere oplossing voor de bananenziektes is dus gewenst. De genetische samenstelling van de Cavendish zou misschien zo aangepast kunnen worden dat de banaan resistent wordt. De wilde banaan is dat, maar die lijkt verder nauwelijks op de gele Cavendish - hij is veel kleiner en bevat veel zaden, waardoor die voor consumptie minder geschikt is.

Bovendien lijkt de 'bananenindustrie' niet heel happig op een nieuwe banaan. Het zou namelijk maar zo kunnen betekenen dat die vrucht om een heel andere infrastructuur vraagt dan de Cavendish. Die wordt in trossen geoogst en daarna gekoeld per boot getransporteerd naar het land waar de bananen worden geconsumeerd.

Daar gaan ze naar de rijperij, waar de trossen op een temperatuur van 16 graden worden gebracht en met ethyleengas rijp worden. Zo'n kostbare keten willen de bananenverkopers niet graag vervangen. Bovendien vragen de producenten zich af hoe het publiek zal reageren op een nieuwe banaan die misschien wel heel anders van kleur, smaak en vorm zal zijn dan de grote gele Cavendish.

De Australische boer Robson weet ondertussen niet hoe het verder moet met het bedrijf dat zijn grootvader ooit begon, zei hij. Hij heeft een schadevergoeding gekregen, maar die volstaat volgens hem bij lange na niet. Vandaag beslist de Australische bananenbranche over het uitkopen van Robson. De Australische regering heeft toegezegd de helft te betalen, als de sector de andere helft betaalt. Robson kan dan met pensioen, zijn bedrijf wordt voorgoed gesloten en de Panamaziekte - voorlopig - ingedamd.

De 'ba­na­nen­in­du­strie' niet heel happig op een nieuwe banaan

© Trouw

Afweer inbouwen
De stelling dat de banaan binnen vijf jaar uitgestorven kan zijn, is schromelijk overdreven. Dat stelt 'bananenprofessor' Andre Drenth van de Universiteit van Queensland in Australië.

Zijn collega's uit Wageningen en Californië schetsen een dramatisch scenario maar volgens Drenth is - in ieder geval in Australië - de zaak onder controle. Dat betekent niet dat een ziekte-uitbraak onschuldig is. Drenth becijferde eerder dat het de Australische banenbranche meer dan honderd miljoen euro per jaar zou kunnen kosten.

Om dat te voorkomen zou geprobeerd kunnen worden om bananen resistent te maken. Wagenings onderzoek heeft uitgewezen dat wilde bananen een afweerreactie geven op de Sigatoka-schimmel. Ook tomatenplanten kunnen de schimmel 'herkennen' en afweren. Volgens de onderzoekers is het 'relatief eenvoudig' om het tomatengen in het DNA van bananen in te bouwen.

De stelling dat de banaan binnen vijf jaar uitgestorven kan zijn, is schromelijk overdreven

Deel dit artikel

De vrucht, waarvan ieder Nederlands huishouden jaarlijks zo'n honderd stuks consumeert, is zeer vatbaar voor ziektes en wordt daardoor met uitsterven bedreigd

Een paar modderspatten op een laars zijn al voldoende om de ziekte mee te nemen

Collega-telers kijken hem nu met de nek aan, zei Robson tegen de lokale krant. "Het lijkt wel of ik hondsdolheid heb."

De banaan is steriel, bevat geen zaden en kan zich dus niet voortplanten

De 'ba­na­nen­in­du­strie' niet heel happig op een nieuwe banaan

De stelling dat de banaan binnen vijf jaar uitgestorven kan zijn, is schromelijk overdreven