Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Australische ibis is de schrik van de stad

Groen

Jelle Reumer

De Australische Witte ibis. © Getty Images/iStockphoto
Jelle's weekdier

Een interessant berichtje haalde deze week de kolommen van de krant: de Australische witte ibis is een probleem! Ondanks het hoge komkommertijdgehalte geeft het toch te denken. De eerste, bijna reflexmatig opkomende gedachte is dat het wel weer om een uit de hand gelopen invasieve exoot zal gaan. Zoiets als hier de halsbandparkiet. Of, om in Australië te blijven, de konijnen en de vossen.

Maar niets is minder waar. Het is daar een inheemse soort, die net zo in Australië thuishoort als de kangoeroe en de koala. De natuurlijke leefomgeving van de ibissen in wetlands langs rivieren wordt echter in toenemende mate benut voor landbouw en is door wateronttrekking ongeschikt als habitat. Gevolg: de vogels verleggen hun leefgebied naar de plek waar altijd wat te halen valt, de stad.

Lees verder na de advertentie

Aussy Ibis

Het is een overal toenemend verschijnsel. Steden breiden wereldwijd tamelijk ongebreideld uit en sommige diersoorten blijken zich daaraan prima te kunnen aanpassen. Voorbeelden te over: natuurlijk de stadsduiven, maar denk ook aan patatmeeuwen en op grinddaken broedende scholeksters. Zelfs slechtvalken hebben de stad ontdekt als prima habitat met voldoende prooi en nestelplekken. Allemaal inheemse soorten. Uiteraard profiteren ook exoten, zoals nijlganzen en halsbandparkieten. Of in Amerika de huismussen.

Het toont alles bijeen de enorme veerkracht van de natuur. In steden als Sydney is nu dus de Australische witte ibis, Threskiornis molucca, tot een patatmeeuwachtige stedelijke stoorzender uitgegroeid. Toeristen schijnen het leuk te vinden, maar de bevolking zelf vindt het maar niks. De ibissen stinken, vreten alles wat ze voor de lange kromme snavel krijgen en poepen de parken en het straatmeubilair onder.

Ook in Europa komen ibissen voor, maar dan als exoot. Het gaat om de heilige ibis, Threskiornis aethiopicus, een andere soort uit hetzelfde ibissengeslacht. Ikzelf zag deze dieren voor het eerst, en tot mijn intense verbazing, een jaar of vijftien geleden tijdens een vakantie langs de zuidkust van Bretagne. Nooit eerder gezien, maar er bleek in de buurt van de beroemde zoutpannen van Guérande een grote populatie van de vogels te vertoeven. Ze lijken sterk op de Australische witte ibis, met ook een zwarte kop alsof ze die in een inktpot hebben gedoopt, en ze hebben iets meer zwart aan hun achterlijf dan de Aussies hebben. Met veel kakelend misbaar vlogen ze regelmatig in groepjes over onze kampeerplek, je hoorde ze al aankomen voordat je ze had gezien.

In ons eigen land was de heilige ibis tot 2009 langzaam bezig een potentieel probleem te vormen. Er waren wat exemplaren ontsnapt uit Avifauna en er kwamen er uit Frankrijk overgevlogen. Er werden enkele broedgevallen gemeld en toen is besloten de dieren weg te vangen voor het te laat zou zijn. Dat lijkt verstandig, getuige de halsbandparkiet. De Australische witte ibis levert naar verluidt een gevaar op voor de luchtvaart. Een vlucht kakelende ibissen wil je niet in een vliegtuigmotor hebben. Hm, denkt het duiveltje op mijn schouder dan, jammer dat die irritante ibissen in Sydney zitten, maar zich intussen niet in grote zwermen rond vliegveld Lelystad hebben genesteld.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier.

Lees hier meer Jelle's weekdier


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel