Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Compost als de kern van een nieuwe economie

Groen

Kees de Vré

©BRENDA ZEBREGS

Het idee dat vis en vlees de basis van elke maaltijd vormen, is niet meer houdbaar, zegt Lars Charas. De afgelopen weken stelde de voedselexpert een duurzaam menu samen. In dit slot van de serie schetst hij een toekomstbeeld van Nederland.

Het eten op ons bord zal in de toekomst veranderen, maar een gezonde planeet bewoond door steeds meer mensen vereist niet een radicaal ander menu. We zullen meer producten gaan eten die relatief weinig beslag leggen op schaarse hulpbronnen als grond, zoet water en energie. Dan kom je al snel uit op minder vlees en minder zuivel. Daar eten we toch al meer van dan goed is voor onze eigen gezondheid. Een lagere consumptie van dierlijke eiwitten is dus een tweesnijdend zwaard.

Meer producten (vooral groenten) uit het seizoen zullen ons bord opluisteren, maar ook dat is niet zo'n revolutionaire wisseling. Hier en daar zal binnen een productgroep nog een accent worden verlegd. Meer thee in plaats van koffie en meer bier in plaats van wijn, omdat schaarser wordende hulpbronnen en dus uiteindelijk de prijs de doorslag gaan geven.

Compost van organisch materiaal
Wat wel aanzienlijke veranderingen zal ondergaan is de productie van ons eten. "De landbouw moet na al die decennia met kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen weer leren werken met compost gemaakt van organisch materiaal", stelt voedseldeskundige Lars Charas. "Kunstmest is een olieproduct en dat is over 40 jaar op. We kunnen dan twee dingen doen. Wachten tot het op is en tot die tijd net doen of onze neus bloedt. De overgang is dan zó abrupt. We kunnen beter de komende decennia gebruiken als overgangstijd om de compostering van de grond weer op een behoorlijk peil te brengen. Honderd jaar gebruik van kunstmest heeft de bodem flink uitgeput. Er is veel leven uit gehaald, maar er is in al die jaren niets aan toegevoegd. We moeten toe naar een nieuw evenwicht."

Charas stelt voor om kunstmest, zo lang dat nog kan, volledig in te zetten voor de teelt van zo veel mogelijk plantaardig materiaal dat daarna wordt gecomposteerd en over het land verdeeld. "Die teelt moet dan wel een gecontroleerde teelt zijn in kassen. De kunstmest sijpelt zo niet meer door naar het grondwater. In het begin is er nog wel wat kunstmest nodig voor de verbouw van voedsel, maar dat gaat worden afgebouwd. Daarnaast moeten we menselijke en dierlijke uitwerpselen opvangen en gebruiken om de composthoop mee aan te vullen. Menselijke uitwerpselen moeten nog wel worden ontdaan van met name medicijnresten. Uiteindelijk ontstaat er een gezonde, veerkrachtige bodem waar je even veel organisch materiaal in de vorm van voedsel uithaalt als er later weer als compost wordt opgegooid. Dat is dat nieuwe evenwicht."

Bio-based economy
De productie van compost is voor Charas het centrale thema in onze voedselvoorziening. "Eigenlijk het centrale thema voor de hele economie. Ook de industrie zal zich moeten voorbereiden op een wereld zonder olie en wordt afhankelijk van plantaardig materiaal als grondstof voor allerlei producten. Dat is de bio-based economy waar tegenwoordig zo veel over te doen is. Reden te meer om goed na te denken over het vormen van een compostvoorraad. Het gebruik van zoiets als biobrandstoffen zal voorlopig nog wel doorgaan, totdat zon en waterstof de energiebronnen worden. Uiteindelijk is toch al het plantaardig materiaal nodig om de landbouwgronden vruchtbaar te houden."

Charas ziet in dit licht voor Nederland een interessante tijd aanbreken. "We zijn goed in landbouw en goed in ruimtelijke ordening. In de toekomst zal plantengroei voor de voedselvoorziening en voor overige producten uit de bio-based economy moeten worden gepland. Landbouw wordt vooral akkerbouw en dat gaat met name plaatsvinden op kleigronden. Friesland speelt daarin de hoofdrol, in Nederland in ieder geval en misschien wel in West-Europa. Er zijn namelijk niet zo veel kleigronden. De overige gebieden staan volledig ten dienste van die akkerbouw."

Kassen op arme grond
Charas wijst bij voorbeeld op Drenthe. "Dat kent veel arme grond. Daar zouden kassen kunnen staan voor de teelt van plantaardig materiaal voor de compostvoorraad. Ook alles dat uit bossen en overige natuur beschikbaar komt - denk aan hout - is voor die compostvoorraad. Op de zandgronden van Noord-Brabant kun je beesten houden. Voor het beetje vlees dat we nog eten en voor de mest. Die kan weer naar Friesland, hoewel in dit geval Zeeland ook kan. Daar is ook goede klei voor de akkerbouw aanwezig."

Het lokaal opzetten van dit soort systemen is niet ondenkbaar. Steden zijn vaak gebouwd aan rivieren waardoor er klei in de buurt is voor akkerbouw. Charas: "Neem Arnhem. Ten zuidoosten ligt de Ooypolder met veel klei. Iets ten westen daarvan vind je zandgronden waar de compost voor de akkerbouw in de Ooypolder kan worden geregeld."

Keurmerken overbodig
Het dagelijks menu van de consument verandert weliswaar niet radicaal, wel zal een aantal bekende zaken die daarbij houvast geven verdwijnen, denkt Charas. "Keurmerken en streekproducten hebben hun langste tijd gehad. Ik weet het: streekproducten zijn tegenwoordig erg in. Maar ze bestaan voor bijna 80 tot 90 procent uit kaas en vlees. Dat is onhoudbaar straks. Groenten en fruit van oude rassen worden interessant, of als je toch aan vlees denkt: wild uit de regio."

Dat bekende keurmerken verdwijnen komt doordat we vanwege ons duurzame menu van de toekomst anders gaan boeren. "Eigenlijk gaan we terug naar de landbouw van voor de kunstmest, alleen wel op een veel grotere schaal. Bijna alles voldoet straks weer aan biologische normen. Dat maakt keurmerken als EKO overbodig. Ik kan me voorstellen dat er heel af en toe nog bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Bijvoorbeeld bij de aardappelteelt of bij het tegengaan van een agressieve plantensoort uit een ander continent. Het huidige EKO-keurmerk laat dat echter niet toe. Dat is te statisch en past niet in de landbouw van de toekomst waarbij duurzaamheid het grote criterium is."

Ook fairtrade gaat het niet halen bij een duurzaam menu, stelt Charas. "Fairtrade is er om boeren in ontwikkelingslanden een redelijk inkomen te bezorgen. De almaar schaarser wordende grondstoffen leiden tot stijgende prijzen. Vlees wordt weer een luxe product. De planten die we nu aan de beesten geven als voer zijn straks hard nodig voor de compost en voor de industrie als grondstof voor duurzame producten. Boeren krijgen van die stijgende prijzen hun deel."

Vijftien stellingen over het voedsel van de toekomst
Lars Charas heeft zijn ideeën over het eten van de toekomst samengebald in een aantal stellingen. Op de website www.feedinggood.com staan er zestig vermeld. Hierbij de voornaamste:

- Kunstmest gaat, onder beheersbare omstandigheden, gebruikt worden om biomassa te produceren dat vervolgens gecomposteerd wordt om onze agrarische gronden vruchtbaar te maken.

- Onze eigen fecaliën zullen via een omweg gebruikt gaan worden voor bemesting.

- Insectenkweek groeit explosief om vooral forel en zalm te kunnen kweken. Insecten als menselijk voedsel is niet haalbaar.

- De grootschalige veehouderij zal grotendeels uit Nederland verdwijnen. Er blijven nog wat natuurkoeien over en kwaliteitskoeien van mooie rassen worden gehouden op veengronden, zandgronden en lössgebieden.

- Kippenvlees wordt vele malen duurder. Kippen worden gehouden in kleinschalige productie-eenheden rondom steden. De internationale kippenhandel verdwijnt grotendeels.

- Dierenwelzijn is binnen enkele jaren al uitgestorven. Het is een typisch Nederlandse rijkeluisterm die, als we straks keuzes moeten maken, niet meer tot ons vocabulaire behoort.

- De meeste keurmerken verdwijnen en worden in sommige situaties omgevormd tot een nieuw systeem, alleen geloofskeurmerken blijven bestaan (halal, kosjer en demeter).

- Streekproducten worden minder sexy. Het zijn straks met name groenten of wellicht nog worst van speciale koeienrassen. Bijna alle huidige Nederlandse streekproducten verdwijnen.

- Er ontstaat een enorm tekort aan boeren, tekort aan opleidingen voor agrariërs en de kwaliteit en kennis laat te wensen over.

- Rondom de steden ontstaan kleine, maar zeer intensieve biologische landbouwbedrijfjes van 0,5 tot 1 hectare, waar stedelingen parttime boer worden.

- Grote industriële bedrijven worden opgesplitst in kleinere semi-industriële bedrijven die op zoek gaan naar regionale en nationale verankering.

- De productie van de meeste tropische producten krijgt door de economische crisis komende jaren een enorme slag te verwerken. De prijzen crashen en daarmee de meeste, zo niet alle, fairtrade initiatieven.

- Alle kleigronden zullen ontdaan worden van 'koeien in de wei' en ingezet worden als producent van akkerbouwproducten.

- De Nederlandse ruimtelijke ordening zal worden ingezet om ook voedsel te plannen. Hieruit gaat een exporteerbare activiteit ontstaan. De twee iconen van Nederland smelten samen: landbouw en ruimtelijke ordening.

- Biodiesel als brandstof gaat verdwijnen.

Lees verder na de advertentie

 Keurmerken en streekproducten hebben hun langste tijd gehad  
Lars Charas

Deel dit artikel