Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Chocoladesculpturen maken voor natuurherstel in Congo

Groen

Jeroen den Blijker

Renzo Martens © Lars van den Brink
Interview

Wie veroverde het afgelopen jaar voor het eerst een plaatsje in de Duurzame 100 van Trouw? Een kennismaking met vijf nieuwkomers. Vandaag aflevering 2: Renzo Martens, de kunstenaar die het liefst plantages weer vruchtbaar wil maken.

Het was afgelopen jaar wel een verrassing: vanuit het niets belandde Renzo Martens, filmmaker en kunstenaar, zomaar op plaats 28 in de Duurzame 100. “Ik stond dat jaar niet meer in de Culturele Top 100 van NRC Handelsblad. Maar dus wel in de Duurzame 100 van Trouw.” En die lijst bevalt hem eerlijk gezegd beter. Er staat in de moderne wereld veel meer op het spel dan de ranking van zijn persoon. En daar wil hij zich, als geëngageerde kunstenaar, graag voor inzetten.

Lees verder na de advertentie

Dat deed hij al met de controversiële film ‘Enjoy Poverty’ (2008), waarvoor Martens naar Congo afreisde, een van de armste, en door het westen leeggeplunderde Afrikaanse landen. Daar spoorde hij Congolezen aan het enige exportproduct waarover ze nog zeggenschap hadden - de armoede - zelf te verkopen. Hij gaf ze fotocamera’s, leerde ze bijvoorbeeld hoe ze ondervoede baby’s moesten fotograferen - maar van de gedroomde harde westerse valuta kwam niks terecht. Westerse interesse in lokale ‘zwarte fotografie’, was nauwelijks te genereren, wat critici deed twijfelen aan Martens’ integriteit. Er vielen zelfs verwijten als neo-kolonialisme omdat de kunstenaar immers, dankzij die arme Congolezen, wel zijn naam internationaal kon vestigen.

Maar hoe terecht zijn eigenlijk die verwijten? Vorig jaar opende Martens Institute for Human Activities (IHA) in Congo een museum, samen met CATPC, een door plantage-arbeiders opgericht collectief van kunstenaars - en milieuactivisten. De White Cube, naar een ontwerp van Rem Koolhaas’ architectenbureau OMA, staat in Lusagna, op zo’n 700 kilometer afstand van de hoofdstad Kinshasa. Op een plek die is leeggeplunderd door exponenten van het westers kapitalisme, een voormalige palmolieplantage van Unilever.

Natuurherstel, op grond in eigendom van de arbeiders, daar gaat het uiteindelijk allemaal om

Het is een uitstekende ruimte, 120 vierkante meter groot, bestemd voor exposities en debatten. Maar minstens even belangrijk is dat deze plek geld en creatieve ideeën aantrekt en ontwikkelt - waarmee de voormalige plantage-arbeiders aan ‘zelfrealisatie’ kunnen doen, zoals Martens dat noemt. “De impact van zo’n centrum kan enorm zijn”, zegt Martens, die ooit naar Congo vertrok in de stellige overtuiging dat wat zou werken in een van de armste landen ter wereld, waarschijnlijk ook elders zou kunnen werken. “Vergelijk het met het effect van het Stedelijk Museum op Amsterdam en de provincie: die invloed is enorm.”

En niet alleen in creatieve of spirituele zin. Ook in klinkende munt. “Dankzij The White Cube is al 2,3 miljoen euro vrijgekomen. Geld van private investeerders en instellingen dat gebruikt wordt voor de productie van films bijvoorbeeld of voor andere projecten, zegt Martens over ‘zijn’ White Cube. Nee, namen van investeerders wil hij niet noemen. “We werken in alle rust en stilte. Maar voor mij gaat het erom: de cube doet wat het moet doen”.

Een spraakmakend project dat zo ontstond, is dat van de Congolese chocoladesculpturen, waarbij Martens optreedt als ‘impresario’, zoals hij dat bescheiden uitdrukt. De voormalige landarbeiders maken daartoe zelfportretten in klei, die vervolgens worden gescand in 3D. “Daarna worden ze afgegoten in pure chocolade.”

Lof

De keuze voor chocolade was logisch, want de grondstof daarvoor (cacao) komt toch al van plantages in Congo, zegt Martens. “En de haven van Amsterdam ligt er vol mee. Chocolatiers voegen er in feite alleen emotie, en daarmee economische waarde, aan toe. Maar dit is vooral ons project.”

De beelden reizen de wereld rond en oogsten veel lof. The New York Times heeft bijvoorbeeld CATPC’s tentoonstelling vorig jaar maart opgenomen in de lijst van meest aangrijpende en aansprekende tentoonstellingen van 2017, zegt Martens trots. En commercieel lijkt het project ook succesvol te worden: Inmiddels zijn al zo’n 3000 kleine chocoladebeelden (gewicht: 300 gram) verkocht en zo’n 50 grote (gewicht: 70 kg). “Eigenlijk zou het concept nog veel verder ontwikkeld kunnen worden. Helaas ben ik geen bedrijfseconoom”, peinst Martens. De nettowinst is inmiddels de 80.000 euro al ruimschoots gepasseerd.

De keuze voor chocolade was logisch, want de grondstof cacao komt van de plantages in Congo

Dat is van grote betekenis voor de voormalige plantage en haar bewoners. “Straatarm zijn die arbeiders. Ze verdienden toen ik daar in 2012 aankwam, gemiddeld 50 dollarcent per dag. Dus alles is voor hen welkom.” Dankzij de monocultuur is de grond van Leverville, zoals Lusanga heette toen Unilever daar in 1911 zijn eerste palmolieplantage startte, uitgeput, zegt Martens. “Het concept van zelfrealisatie maakt het nu voor de bewoners mogelijk weer op positieve wijze aan het werk te gaan.”

De leden van CAPTC hebben bedacht dat van de opbrengst van de chocoladesculpturen natuurherstel kan worden betaald. De voormalige plantagearbeiders kopen daartoe de grond terug van de huidige eigenaren en maken daarmee een einde aan de monocultuur. “De mensen verbouwen wat ze zelf willen, medicinale gewassen bijvoorbeeld. Er komen planten die niet alleen iets van de grond nemen, maar ook de grond kunnen voeden. Er komen weer wilde dieren én andere levensvormen. Natuurherstel, op grond in eigendom van de arbeiders, daar gaat het uiteindelijk allemaal om.” Over vijf jaar moet het mogelijk zijn om zo 2500 hectare grond weer tot bloei te brengen, schat Martens.

Herstelbetaling

Om dit proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen en om de impact zo maximaal mogelijk te maken, zijn Martens’ IHA en CATPC een samenwerking aangegaan met Commonland, een organisatie die wereldwijd grote gedegradeerde gebieden tot natuur herstelt in samenwerking met lokale partijen, Commonland is opgericht door Willem Ferwerda, in 2016 de nummer 1 van de Duurzame 100.

Natuurherstel zou natuurlijk stukken sneller gaan als er flink wordt geïnvesteerd - bijvoorbeeld door de voormalige plantage-eigenaar Unilever. “Als Unilever met tien miljoen euro over de brug zouden komen, zouden de arbeiders de grond geheel kunnen terugkopen van de Unilever-erfgenamen”, filosofeert Martens. “Wij zouden het gesprek daar wel over aangaan.” Uiteindelijk zijn er in het westen ook talloze culturele instellingen en musea die worden gesponsord door bedrijven en door winsten die voortkomen uit koloniale praktijken. “De Londense Tate Gallery is mede ontstaan dankzij geld dat is verdiend op de suikerplantages. Voor het Van Abbemuseum in Eindhoven was dat tabak.”

Wij hebben onze armoede naar Centraal Afrika verplaatst

Nee, ‘herstelbetaling‘ vindt hij in dit verband een verkeerd gekozen woord. De uitputting van Congo gaat zoveel verder dan louter materieel. En het is niet meer dan logisch dat wie verantwoordelijk is voor extreme exploitatie van een land, ook de mogelijkheden voor herstel creëert, vindt hij.

Onbegrip

Heeft hij nog ambities voor de Duurzame 100? Wil Martens nog wat plaatsjes naar boven klimmen? “Nou, ik zou het passend vinden als René Ngongo of Cédérick Tamasala, de president en vicepresident van CATPC), hoog op die lijst zouden komen. Hun werk is zo groot en betekenisvol.” Dat de Duurzame 100 toch echt bedoeld is voor Nederlanders, stuit bij Martens op onbegrip. “Zij zijn natuurlijk wél Nederlanders. Hun leefomgeving is helemaal uitgeput omwille van onze economie. Daarmee hebben wij onze armoede verplaatst: onze krottenwijken staan tegenwoordig in Congo. En ga maar kijken in de Amsterdamse haven - en in elke supermarkt - welke bijdrage Centraal Afrika, tot op de dag van vandaag, levert aan onze economie.”

Vijf kopstukken

In deze serie komen vijf duurzame kopstukken langs, die in 2017 voor het eerst de Duurzame 100 haalden. Ondertussen beginnen de voorbereidingen voor de nieuwe editie. dit jaar viert Trouw een jubileum met alweer de tiende lijst. de aftrap volgt in de kranten online. Vanaf eind april kan iedereen weer mensen nomineren. Na een uitgebreid juryproces wordt op 10 oktober de nieuwe nummer 1 bekend. Lees ook aflevering 1, met Greenchoice-directeur Evert den Boer: "Ener­gie­be­spa­ren is altijd het eerste, daarna komen de zonnepanelen en warmtepomp."

Bekijk hier De Duurzame 100.

Deel dit artikel

Natuurherstel, op grond in eigendom van de arbeiders, daar gaat het uiteindelijk allemaal om

De keuze voor chocolade was logisch, want de grondstof cacao komt van de plantages in Congo

Wij hebben onze armoede naar Centraal Afrika verplaatst