Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Boze boer zal moeten bijdraaien

Home

Emiel Hakkenes

Staatssecretaris Martijn van Dam (midden) neemt in het Utrechtse Kamerik deel aan een ‘strobalensessie’: praten met (jonge) boeren en wetenschappers over de toekomst van een duurzamer landbouwbeleid. © Jorgen Caris

Elke nieuwe milieuregel maakt boeren boos. In discussies met hen laat scheidend staatssecretaris Van Dam zich niet ontmoedigen. ‘Het is geen ambitie maar pure noodzaak.’

Hierin lijken een boer en een politicus op elkaar: het werk gaat altijd door. Dus al is Martijn van Dam staatssecretaris in een demissionair kabinet, al heeft ‘zijn’ PvdA verloren bij de verkiezingen, al moet hij zelf een andere baan zoeken, het werk gaat door. Nu ja, een déél van het werk, want een reeks van onderwerpen waarmee Van Dam zich als staatssecretaris voor landbouw op het ministerie van economische zaken bezighield is door de nieuw geïnstalleerde Tweede Kamer controversieel verklaard.

Lees verder na de advertentie
Hierin lijken een boer en een politicus op elkaar: het werk gaat altijd door

Of het nu gaat over gewasbeschermingsmiddelen, mest, koeien in de wei of weidevogels – de Kamerleden willen er pas weer over praten als Van Dam is opgevolgd door iemand anders. Tot die tijd wordt er niets besloten. Dus rest de staatssecretaris een vrij abstract onderwerp als de toekomst van het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid. Toch is dat samen te vatten in een concrete vraag: wat eten we in de toekomst en wie produceert dat op welke manier? 

Sinds zijn aantreden in november 2015 heeft Van Dam verschillende keren duidelijk gemaakt waar volgens hem het antwoord ligt. Nederlandse boeren en ‘food professionals’ hebben het steeds met afwachtende argwaan gevolgd.  Ze knikten bij wat Van Dam naar voren bracht, maar protesteerden als het erop leek dat er iets van hen verwacht werd.

Neem nu Dronten, vorig voorjaar. Op de agrarische hogeschool Vilentum wilde Van Dam van studenten horen hoe die de toekomst van hun vak zien. Zelf sprak de staatssecretaris herhaaldelijk over ‘duurzame’ landbouw. Opmerking uit de zaal: als dat in de praktijk betekent dat er strengere regels komen voor dierenwelzijn, is dat onwenselijk omdat het boeren geld kost en hun concurrentiepositie verslechtert.

Dat is maar een van de argumenten die klinken tegen overheidsmaatregelen die moeten bijdragen aan een duurzame landbouw. Een ander luidt dat zulke maatregelen niet genomen worden vóór het milieu of het dierenwelzijn of de volksgezondheid, maar tégen de boeren, om hen dwars te zitten. Toen Nederlandse en Ierse deskundigen in oktober 2015 in Dublin samen nadachten over het landbouwbeleid, wist een van de aanwezigen: elke vergroeningsmaatregel zien boeren als weer een extra rode streep waar ze binnen moeten blijven.

Evaluatierapport 

Dat het inderdaad zo werkt, bleek vorige maand toen het Planbureau voor de Leefomgeving een evaluatierapport presenteerde over het Nederlandse mestbeleid. Aan boeren was gevraagd hoe zij denken over limieten voor fosfaat en stikstof in mest, wat moet leiden tot schoner oppervlaktewater. Het planbureau noteerde: “De geënquêteerde ondernemers vinden het huidige mestbeleid nadelig en niet nuttig voor hun bedrijf. Over de haalbaarheid ervan voor hun bedrijf zijn ze niet uitgesproken positief of negatief. Ze achten het waarschijnlijk dat het huidige mestbeleid ten koste gaat van hun bedrijfsresultaten en gericht is op het inperken van de veehouderij in Nederland.” Het PBL signaleerde dat er in Brabant en Noord-Limburg op grote schaal gesjoemeld wordt met mest. Zegt CDA-Kamerlid Geurts in reactie daarop tegen Van Dam: “Het is een hetze tegen de boeren.”

De staats­se­cre­ta­ris verheft zijn stem om verstaanbaar te blijven boven het geklater van een pissende koe

Daar sta je dan als staatssecretaris. Maar het werk gaat door, en dus toog Van Dam vorige week naar het Utrechtse Kamerik om daar van boeren suggesties te horen voor het Europese landbouwbeleid. In blauw pak stapt de staatssecretaris de stal binnen. Omdat zijn ministerie dit gesprek de vorm heeft gegeven van een ‘strobalensessie’, zitten de broekspijpen van de bewindsman binnen de kortste keren vol droge graanstengels. Daar zit hij, demissionair tussen de koeien, kippen en konijnen. Om hem heen boeren uit de omgeving en vertegenwoordigers van onder meer het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt en de Youth Food Movement.

Als hij het woord krijgt, legt Van Dam uit dat de huidige ‘uitdagingen’ op het gebied van landbouw en voeding heel andere zijn dan bij de start van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, 70 jaar geleden. De staatssecretaris verheft zijn stem om verstaanbaar te blijven boven het geklater van een pissende koe. Hij citeert Ban Ki Moon, de vorige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, die erop wees dat het voedsel en de energie voor de groeiende wereldbevolking geproduceerd moet worden op een manier die de aarde aankan. Van Dam: “Wij liggen nu niet op schema om dat te kunnen.”

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Of het nu gaat over gewasbeschermingsmiddelen, mest, koeien in de wei of weidevogels – de Kamerleden willen er pas weer over praten als Van Dam is opgevolgd door iemand anders. © ANP

Concrete ideeën

Zelf heeft hij een paar concrete ideeën om ervoor te zorgen dat voedsel duurzamer geproduceerd wordt. Bijvoorbeeld: boeren moeten niet langer subsidie krijgen om te produceren, maar een beloning voor hun maatschappelijke bijdrage. Een mooi landschap, daar heeft iedereen wat aan. Als boeren daarvoor zorgen, is het volgens Van Dam ‘niet onrechtvaardig’ dat ze een vergoeding krijgen. Maar de tijd dat boeren ongelimiteerd vlees, graan of zuivel produceerden zonder zich af te vragen wie dat moet opeten of drinken, is volgens hem voorbij.

In de Kamerikse stal is er weinig bijval voor de suggestie om inkomenssteun voor boeren af te schaffen. Meteen roept een jonge boer iets over de Nederlandse concurrentiepositie. En in de kring van strobalen gaat Marc Calon staan. Hij is als voorzitter van LTO Nederland de voorman van alle boeren. Hij zegt: “Als Duitsland en Frankrijk wel doorgaan met subsidies zijn wij gekke Henkie.” Kortom: milieumaatregelen mogen boeren geen geld kosten, vinden boeren.

Van Dam laat een volgend idee voor een duurzamer Europees landbouwbeleid voorlezen: de EU zou een voedselbeleid moeten voeren, dat zich richt op de keuzes die consumenten maken, in plaats van een landbouwbeleid dat zich richt op de productie van de boer. Boerenvoorman Calon lijkt een Europees voedselbeleid niet zinvol. Willen we ‘duurzaam eten’, dan moet de hele wereld meedoen. Hij roept uit: “Wij kunnen er hier toch niet voor zorgen dat Chinezen minder kip gaan eten?”

Ook dat argument wordt vaak naar voren gebracht: Nederland kan wel allerlei maatregelen bedenken, maar wat stellen die op wereldschaal eigenlijk voor? En waarom zou Nederland het braafste jongetje van de klas zijn als het buitenland gewoon zijn gang blijft gaan? Had iemand klachten over Nederlandse varkensstallen? Ga eens in Roemenië kijken!

Van Dam pareert Calon. “Je kop in het zand steken is gevaarlijk. Je moet niet wijzen naar de andere kant van de wereld. Het probleem is van ons allemaal.” De LTO-voorman gaat hoofdschuddend zitten en tikt op zijn telefoon een appje: deze discussie is volgens hem ‘een ramp’.

De staatssecretaris sluit de strobalensessie af met op te merken dat de Nederlandse landbouwsector ‘vooruitstrevend en ontwikkeld’ is. Deze week praat hij met Eurocommissaris Phil Hogan over het landbouwbeleid.

Opgeheven vingertje

Marc Calon klopt stro en stof van zijn jas. Of zijn verwijzing naar China niet een afschuiven van verantwoordelijkheid is? “Helemaal niet”, antwoordt hij. “Maar je moet wel realistisch zijn. Opkomende landen willen een zelfde welvaartsniveau als westerse landen. Dat wij vinden dat die welvaart ook nadelen heeft, kan geen reden zijn om het die andere landen te ontzeggen. Dat zou aanmatigend zijn. Zo ziet het buitenland ons, met ons opgeheven vingertje.”

De reactie van Van Dam, dat Nederlandse boeren niet hun kop in het zand moeten steken, noemt Calon “een politiek trucje”. Hij maakt er een wegwerpgebaar bij. “Wij zijn ook voor duurzaamheid. De rommelaars moeten eruit. Alleen, CO2 houdt zich niet aan landsgrenzen.”

Boeren reageren als een kat in het nauw. Maar een duurzamere landbouw is niet te bereiken zonder dat de overheid zich daar mee bemoeit

Jorrit Kiewik, directeur van de Youth Food Movement

Daar komt Jorrit Kiewik aanlopen, de directeur van de Youth Food Movement. Of hij een verklaring heeft voor de geïrriteerde houding van boeren jegens de overheid? “Verandering geeft onzekerheid”, zegt Kiewik na even nadenken. “Boeren reageren als een kat in het nauw. Maar een duurzamere landbouw is niet te bereiken zonder dat de overheid zich daar mee bemoeit.”

En Van Dam zelf? Is het niet frustrerend om duurzaamheidsdoelen te formuleren en dan argwaan en drogredenen terug te krijgen? “De overheid komt steeds dichter bij de boeren”, zegt hij. “Dat brengt een zekere spanning met zich mee. De kunst is om veel met elkaar te blijven praten. Uiteindelijk willen de boeren ook een duurzamere landbouw, daarvan ben ik overtuigd. Natuurlijk, een boer denkt ook aan zijn eigen financiële positie. Daarom moeten we duurzaamheid presenteren als een ondernemingsmodel, bijvoorbeeld door innovaties te subsidiëren.”

En, zegt Van Dam, om terug te komen op Ban Ki Moon, over een manier van produceren die de aarde aankan: “Dat is een transitie waarbij iedereen moet meehelpen. Het is geen ambitie maar pure noodzaak.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Hierin lijken een boer en een politicus op elkaar: het werk gaat altijd door

De staats­se­cre­ta­ris verheft zijn stem om verstaanbaar te blijven boven het geklater van een pissende koe

Boeren reageren als een kat in het nauw. Maar een duurzamere landbouw is niet te bereiken zonder dat de overheid zich daar mee bemoeit

Jorrit Kiewik, directeur van de Youth Food Movement