Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Boeren, natuurorganisaties en wetenschappers in overleg om de biodiversiteit te redden

Groen

Joop Bouma

Heide met goudplevieren. Beeld: H. ROL, UIT J.P. Thysse ‘Waar wij wonen’ © RV

Wetenschappers en natuurorganisaties gaan met de boeren en andere partijen uit de agrarische sector praten over de toekomst van de landbouw in Nederland. 

Ook banken zoals de Rabobank, grote voedingsbedrijven zoals Unilever en zuivelgiganten zoals FrieslandCampina worden uitgenodigd voor het gesprek, dat volgende maand plaats heeft.

Lees verder na de advertentie
Na­tuur­or­ga­ni­sa­ties en de landbouw hebben decennialang lijnrecht tegenover elkaar gestaan

Het is voor het eerst dat op initiatief van wetenschappers een breed debat van maatschappelijke organisaties wordt opgezet over de landbouw in Nederland, waarbij alle partijen samen gaan overleggen. Natuurorganisaties en de landbouw hebben decennialang lijnrecht tegenover elkaar gestaan.

De bijeenkomst zal besloten zijn. Ook politici worden in eerste aanleg niet uitgenodigd. De brancheclub van agrariërs LTO Nederland zegt op voorhand ‘ja’ tegen de uitnodiging. “Wij willen graag meedoen aan het overleg”, aldus voorzitter Marc Calon.

Directe aanleiding is de Duits-Nederlandse studie die een week geleden werd gepubliceerd, waaruit blijkt dat sinds 1989 driekwart van de vliegende insecten is verdwenen. Begin jaren negentig kwamen er nieuwe, zeer giftige bestrijdingsmiddelen op de markt, de neonicotinoïden.

Deze zogeheten systemische middelen werken als een zenuwgif, ook op insecten en weidevogels waarvoor ze niet bedoeld zijn. Volgens ecologen staat vast dat deze middelen op grote schaal schade aanrichten in de natuur.

Verduurzamen

Eén van de initiatiefnemers is de Groninger ecoloog Han Olff. “We kunnen natuurlijk na de jongste studie over insectensterfte opnieuw onze grote zorgen kenbaar maken bij het kabinet. Maar het zou een herhaling van zetten zijn. Er ligt een hele grote uitdaging, die we alleen gezamenlijk kunnen aanpakken. Het is een gedeelde agenda. Ook onder boeren is er serieuze bezorgdheid, dat merk ik dagelijks.”

Olff zegt dat de landbouwsector aan de vooravond staat van een ingrijpende transitie en dat er veel signalen zijn dat boeren willen verduurzamen.

We wisten dat er iets serieus mis was. Maar het bi­o­di­ver­si­teits­ver­lies blijkt nog groter dan we dachten.

Louise Vet

Niet alleen aan de politiek

De hoogleraar ecologie en natuurbeheer aan de RuG vindt dat de transitie in de landbouw niet mag worden overgelaten aan de politiek alleen. “Dit is een kwestie die ons allemaal raakt en die we ons allemaal moeten aantrekken.”

De Tweede Kamer besloot deze week, na publicatie van de studie over de grote sterfte onder vliegende insecten, dat er een hoorzitting zal komen over de milieucrisis in de landbouw.

Louise Vet, directeur van het Nederlandse instituut voor ecologie NIOO in Wageningen, vindt de insectenstudie alarmerend. “We wisten dat er iets serieus mis was. Maar het biodiversiteitsverlies blijkt nog groter dan we dachten.” Vet is voorzitter van een netwerk van ecologen, het Netherlands Ecological Research Network, dat de bijeenkomst met de landbouwsector organiseert. Vet: “We hebben de boeren nodig, willen we biodiversiteit herstellen. En de boeren hebben ons nodig willen ze de landbouw verduurzamen. Het is nu het juiste moment. We hebben een nieuwe regering. We zitten in een cruciale fase, we hebben ongelooflijke problemen met ons grondgebruik, er moet echt iets gebeuren.”

Volgens Olff moet de landbouw in Nederland volledig op de schop. “We moeten ons afvragen of onze bulkproductie in de zuivel- en vleessector, bestemd voor de export, nog langer houdbaar is. We zullen op dit vlak te maken krijgen met andere landen die mogelijk concurrerender kunnen produceren. Er gaat veel veranderen.

“Consumenten worden steeds kritischer over schade aan milieu en natuur en over het dierenwelzijn in de veeteelt. We hebben nu een uitgelezen kans het probleem op te lossen met positieve uitkomsten voor natuur én landbouw.”

Herstelplan

Noem het een Deltaplan Biodiversiteitherstel. Het thema ligt gevoelig. Natuurorganisaties en landbouw hebben decennialang lijnrecht tegenover elkaar gestaan. Maar langzaamaan is er het besef dat WNF, Natuurmonumenten, Greenpeace en Milieudefensie het milieu alleen niet gaan redden. En ook wordt duidelijk dat er heel veel boeren zijn die naar een duurzamere landbouw willen. Daarom: het moment is er om het overleg te verbreden, zegt ecoloog Olff.

De uitkomsten van het Duitse onderzoek naar insecten hakten erin. Louise Vet: “Toen hebben we gezegd: de landbouw moet aan ons debat mee doen. We hebben de boeren nodig willen we biodiversiteit herstellen. En de boeren hebben ons nodig willen ze de landbouw verduurzamen. Het is nu het juiste moment. We hebben een nieuwe regering. We zitten in een cruciale fase, we hebben ongelooflijke problemen met ons grondgebruik, er moet echt iets gebeuren.”

Het is nogal een term, Deltaplan Biodiversiteitsherstel, maar hoogleraar Han Olff vindt die zwaarte gepast. “Dit is een onderwerp dat iedereen raakt, links of rechts. Dit gaat iedereen aan. Er zijn grote zorgen over de toestand van de natuur en onze leefomgeving. We zien dat er steeds minder weidevogels zijn, we zien insecten verdwijnen. En juist op dit moment staat de landbouwsector voor grote veranderingen. Boeren zien dat het klassieke patroon dat Brussel onvoorwaardelijk met subsidies hun inkomen veilig stelde, aan het verdwijnen is. Dat maakt hun toekomst onzeker.”

Er zijn intussen ook genoeg hoopvolle ontwikkelingen, zegt Olff. De natuur-inclusieve landbouw, waarbij gewassen worden geteeld binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving, wint terrein. Agrarische collectieven met meer aandacht voor natuur- en landschapsbeheer komen op. “Maar het blijft ingewikkeld dat ruim de helft van ons grondgebied wordt gebruikt voor de landbouw voor producten die in hoofdzaak voor de export zijn. De neveneffecten daarvan op biodiversiteit en gezondheid van mensen in het landelijk gebied zullen we beter moeten beheersen.”

De studie die de oorzaak van de insectensterfte onbesproken liet

 Verlies aan biodiversiteit – de rijkdom aan soorten – heeft meerdere oorzaken. Soorten verdwijnen door versnippering van landschappen, door de uitstoot van stikstof door verkeer, energiecentrales en intensieve veehouderij, door verdroging en door de almaar verdere intensivering van de landbouw (lees: het gebruik van bestrijdingsmiddelen).

In de Duits-Nederlandse studie die afgelopen week werd gepubliceerd over de opmerkelijke insectensterfte in de afgelopen 27 jaar, zijn de resultaten gecorrigeerd voor veranderingen in klimaat en natuurbeheer. Bleef logischerwijs over: de veranderingen in de landbouw, ofwel, het gebruik sinds 1990 van nieuwe systemische bestrijdingsmiddelen, de neonicotinoïden.

De onderzoekers hebben angstvallig vermeden om te zeggen dat het de neonicotinoïden zijn

Maarten Blijleveld

Maar die oorzaak van de insectensterfte, die door vrijwel iedere wetenschapper als de belangrijkste wordt gezien, werd door de onderzoekers niet genoemd in hun insectenstudie. “We hebben dit niet onderzocht, dus we kunnen dit niet met zekerheid zeggen”, aldus onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Drie jaar geleden nog schreven zij in het tijdschrift Nature dat nieuwe systemische insecticiden leiden tot achteruitgang van de spreeuw, de veldleeuwerik, boerenzwaluw, ringmus en andere insecten-etende vogels. De insectenstudie was eigenlijk een vervolg op deze publicatie. Maar de bestrijdingsmiddelen bleven in Plos One buiten beeld.

“Beetje slap”, vindt bioloog Maarten Bijleveld van Lexmond. Bijleveld, ooit één van de oprichters van het Wereld Natuur Fonds in Nederland­­, is ondanks zijn gevorderde leeftijd (80) nog steeds voorzitter van een internationale werkgroep van wetenschappers, die sinds 2009 onderzoek doet naar de effecten van systemische bestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden). “De onderzoekers hebben angstvallig vermeden om te zeggen dat het de neonicotinoïden zijn. Ze hadden natuurlijk in hun publicatie een vingerwijzing moeten geven naar de echte oorzaak van de dramatische teruggang van insecten. Het bewijs is inmiddels overweldigend.”

Bijleveld, woonachtig in Frankrijk, was in 2014 betrokken bij de publicatie van een samenvattende analyse van meer dan 800 gepubliceerde wetenschappelijke publicaties over neonicotinoïden. Een groep van uiteindelijk ruim dertig wetenschappers werkte vier jaar aan de analyse. Een van de onderzoekers, de Franse bioloog Jean-Marc Bonmatin zei in 2014: “Het bewijs is helder. We zijn getuige van een bedreiging van de productiviteit van ons natuurlijk en agrarische milieu die te vergelijken is met de effecten van DDT”. Bonmatin wees toen ook op de risico’s voor bestuivende insecten.

De vergelijking met DDT is vaker gemaakt. DDT is een chemisch insecticide dat in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw enorme schade aanrichtte. Veel nuttige insecten waarvoor het middel niet was bedoeld, zijn door DDT gedood. Het ongebreidelde gebruik leidde tot resistentie bij vele insecten. DDT is allang verboden in de westerse wereld, maar sporen ervan kunnen nog altijd worden aangetroffen, bijvoorbeeld in moedermelk. Het middel is in 1973 in onder meer Nederland verboden, maar het duurde bijna twintig jaar voordat veel diersoorten zich hadden hersteld.

Bijleveld nam destijds het initiatief voor de vergelijkende studie naar neonicotinoïden. De neonicotinoïden waren begin jaren negentig op de markt gekomen. Vrij snel kwamen er berichten­­ dat de nieuwe bestrijdingsmiddelen meer schade veroorzaakten dan alleen aan de plaagdieren waarvoor ze werden ingezet.

Bijleveld nodigde op 20 juli 2009 zes Franse en zes Zwitserse insecten- en vogeldeskundigen uit in zijn woning in het Franse Notre-Dame-de-Londres. Dat groepje groeide uiteindelijk uit tot de Task Force on Systemic Pesticides, waarvan de ledenlijst altijd geheim is gebleven. “Alleen de bestuursleden zijn bekend. We zijn wel juridisch gedekt, maar niet juridisch georganiseerd en de belangen van de industrie zijn groot.”

Afgelopen september publiceerde zijn werkgroep in Canada een tweede analyse van ditmaal meer dan vijfhonderd studies die sinds de vorige publicatie in 2014 waren verschenen over de effecten van bestrijdingsmiddelen. De conclusie was ongewijzigd: neonicotinoïden vormen wereldwijd een ernstige bedreiging van ecosystemen, ze zijn zeer giftig, zelf in extreem lage doseringen. Bijleveld: “Als we nu niet ingrijpen, zijn de gevolgen zeer ernstig.”

Syngenta, fabrikant van de neonicotinoïden, houdt zich stil. Bayer zegt dat in de Duits-Nederlandse studie de landbouw niet als veroorzaker wordt genoemd van de insectensterfte.

Lees meer over het onderzoek naar insecticiden
Insecten verdwijnen, wat nu? Drie vragen en antwoorden
Hoe zeker is die insectensterfte eigenlijk?

Deel dit artikel

Na­tuur­or­ga­ni­sa­ties en de landbouw hebben decennialang lijnrecht tegenover elkaar gestaan

We wisten dat er iets serieus mis was. Maar het bi­o­di­ver­si­teits­ver­lies blijkt nog groter dan we dachten.

Louise Vet

De onderzoekers hebben angstvallig vermeden om te zeggen dat het de neonicotinoïden zijn

Maarten Blijleveld