Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Blauwgrasland, juicht de botanicus

Groen

Koos Dijksterhuis

Spaanse ruiter, een paarsrode distel met zachte doorns. © BUITEN BEELD

Landschap Blauwgrasland - een eeuwenoud, zeldzaam cultuurland - wordt in Overijssel in ere hersteld. De strijd is hard en gaat tegen verzuring. Braam en wilg werden reeds verslagen.

Een jonge purperreiger stapt door de vochtige graslanden van de Olde Maten en Veerslootslanden, een weiland- en moerasreservaat van bijna duizend hectare in het Staphorsterveld. In een klein deel van dit gebied, bij de eendenkooi Kloosterkooi, ligt nog een paar hectare ouderwets blauwgrasland en daarmee is het een van de bijzonderste landschappen van Nederland.

Lees verder na de advertentie

Ik hobbel erheen over een onverharde landweg en zie in de verte Piet Bremer staan, die me het gebied zal laten zien. Voordat arme veengronden met ontwatering en kunstmest droog en vruchtbaar gemaakt werden, viel er eeuwenlang hooguit wat hooi van te oogsten. Dat deden boeren dan ook. Hooi groeit op voedingsstoffen uit de bodem, die met het hooi werden afgevoerd. Zo werd de bodem voedselarm en bloemrijk. Bestaat hooi tegenwoordig meestal uit twee soorten hoog productief gras, honderd jaar geleden bestond het uit allerlei grassen, kruiden en - op de veengronden - uit zeggen. Zeggen zijn verwant aan de grassen; blauwe en blonde zegge samen zorgen voor de blauwe tint, waarnaar het blauwgrasland is genoemd.

Honderd jaar geleden was er in Nederland dertigduizend hectare blauwgrasland, in laagveengebeden, langs sommige beken en bij veenplassen. Nu is daar nog maar een fractie van over, verdeeld enkele over snippers, zoals hier tussen Zwartsluis en Rouveen, onder de kop van Overijssel. Was blauwgrasland vroeger boerenland, nu ligt al het blauwgrasland in natuurreservaten. De Veerslootslanden zijn nooit met kunstmest verrijkt, tenzij het onbedoeld met regen en wind meeliftte, wat op het zwaar bemeste platteland bijna onvermijdelijk is. Die aanvoer van plantenvoeding wordt gecompenseerd met maaien en afvoeren. Dat gebeurt iedere nazomer in opdracht van de beheerder, Staatsbosbeheer, zoals de boeren het sinds de Middeleeuwen deden.

Topnatuurgebied

Behalve zeggen groeien er typerende bloemen als Spaanse ruiter, een paarsroze distel met zachte doorns, blauwe knoop met hemelsblauwe bloemen op dunne stengels en grote pimpernel, eveneens op dunne stengels maar dan met bordeauxrode bloemen in een compact hoofdje samengebald. Er zijn bijzondere paddestoelen, zoals de veenmoswasplaat. Er leven zeggekorfslakjes en schijfhorentjes, er wroeten modderkruipers door de sloten - vandaar die purperreiger (ze zijn gek op modderkruipers). Ook fladderen er zilveren manen en aardbeivlinders, hoppen er moerassprinkhanen en broeden er grauwe klauwieren, zeldzame zangvogels die als roofvogels aan de kost komen door op kikkers, muizen en grote insecten te jagen. Kortom: een topnatuurgebied maar zo klein, nauwelijks tien hectare meet het.

Opboksen

"Wij vatten twintig jaar geleden het plan op dit gebied uit te breiden", vertelt Piet Bremer, die als natuurman van de provincie Overijssel bij de gebiedsuitbreiding betrokken was. Omdat blauwgrasland moet opboksen tegen ontwatering, bemesting en verzuring, leek dat nogal ambitieus. Van vierenhalve hectare weiland werd de bovenlaag van een paar decimeter afgeplagd, waaronder zwarte veengrond tevoorschijn kwam. Er werden peilbuizen in de bodem geboord om de grondwaterstand bij te houden en in de nazomer werd er gemaaid, waarna het afwachten was of de typische soorten van het blauwgrasland zich vanuit het oude reservaat zouden uitbreiden.

"Sommige soorten keerden verrassend snel terug", vertelt Bremer, "zoals blauwe zegge, geelgroene zegge, biezenknoppen en tormentil. Die kiemden uit zaden die nog in de grond zaten. Tormentil bijvoorbeeld houdt tientallen jaren zijn kiemkracht."

Grote pimpernel, met bordeauxrode bloemen in een compact hoofdje samengebald. © BUITEN BEELD

Omdat het blauwgrasland zich veelbelovend ontwikkelde, is er vier jaar geleden nog eens een stuk afgeplagd van maar liefst vijftig hectare. Dat is nu geel bespikkeld met de kleine bloemen van tormentil, er bloeien kale jonkers, watermunt en wolfspoot, er groeien blauwe en blonde zegge, maar het blijft er dun begroeid, met stukken kale grond, dus zo snel gaat het nou ook weer niet.

"Nee", zegt Bremer, "sommige soorten komen snel terug, maar niet zo massaal dat de boel dichtgroeit. Dat duurt twintig jaar. De bodem is dan ook verrassend schraal. We hielden in het begin ons hart vast voor woekerende bramen en kiemende wilgen, maar bramen bleven pietepeuterig en gingen vanzelf weer dood, die krijgen te weinig voedingstoffen. En wilgen werden gemaaid." Hier en daar wist één zich te redden en tot een boompje op te groeien. En wel precies op de plaatsen waar een peilbuis staat, want daar wordt omheen gemaaid.

Sommige planten verspreiden zich vanzelf, andere zijn minder succesvol, waaronder tandjesgras, blauwe knoop, Spaanse ruiter en grote pimpernel. Bremer en collega's hebben die op enkele plekken gezaaid, om te kijken of ze dan wel zouden aanslaan. De Spaanse ruiters zijn uitgebloeid maar de blauwe knopen staan er prachtig bij. Vanuit de proefvlakken hebben drie soorten zich verspreid volgens een soort raster. "En niet toevallig", lacht Bremer, "ze staan precies langs de looproute tussen de peilbuizen. Blijkbaar kleefde het zaad aan de laarzen van de boswachter. Pimpernel echter kwam niet verder dan de zaaiplek."

Meeliften

Nadat er maaisel uit het oude deel op de jonge percelen werd gelegd, ontkiemden daar allerlei soorten, zoals borstelgras, moerasstruisgras, moeras- en hondsviooltje. "Ook de maaimachine is een goede zaadverspreider", zegt Bremer, "daarom is het beter om maaiend met het oude deel te beginnen, zodat er zaden meeliften naar de jongere percelen." Hij hurkt bij een klein, wit bloempje: geelhartje, een zeldzame kustbloem. "Weet je hoe die hier komt? De grasmaaier bleek kort ervoor in het Lauwersmeer te zijn gebruikt, waar geelhartjes met miljoenen voorkomen!"

Behalve blauwe, blonde en geelgroene zegge wijst Bremer snavelzegge en draadzegge aan, soorten waarvoor iedere botanicus graag door de knieën gaat. Maar er zijn ook stoorzenders. Het grijs kronkelsteeltje bijvoorbeeld: een exotisch mos dat verstikkende plakken kan vormen. Dat gebeurt vooralsnog niet, maar wel groeit er veenmos. Voor die soort sparen natuurbeheerders doorgaans kosten noch moeite, maar veenmos wijst op verzuring en dat is funest voor blauwgrasland. Ook de veenpluis en ronde zonnedauw die hier groeien, duiden op verzuring. Tegen binnenwaaiend ammoniak van de bemesting van nabijgelegen weilanden is niet op te maaien en af te voeren. "De enige manier is om het oppervlakte 's winters tijdelijk laten overstromen met basisch water", zegt Bremer fronsend. "De essentie van blauwgraslandbeheer is samen te vatten als strijd tegen verzuring."

Tot dusverre is dat hier goed gelukt. Een zilveren maan strijkt voor ons neer en spreidt zijn parelmoeren vleugels. Een moerassprinkhaan kruipt door de zeggen en in de verte wiekt de purperreiger weg.

Blauwe koop, met hemelsblauwe bloemen op dunne stengels. © BUITEN BEELDT



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie