Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bij de buren van de lelieteler daalt een nevel van pesticiden op de trampoline neer

Groen

Joop Bouma

© rv
interview

Meten = Weten is een initiatief van burgers die bezorgd zijn over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt in Drenthe. Ze vroegen medeburgers bij te dragen aan een bodemonderzoek. Er was 1500 euro nodig. In korte tijd was er 7400 euro binnen. ‘Die pesticiden maken mensen onzeker.’

We willen de feiten op tafel. En als gemeente, provincie of rijksoverheid die feiten niet leveren, dan verzamelen we ze zelf wel, besloten Alok van Loon en Rob Chrispijn vorig jaar. Ze horen bij een groeiende groep burgers die ongerust zijn over de lelieteelt in Drenthe. Ze richtten de werkgroep Meten = Weten op, samen met twintig sympathisanten. Geld voor het onderzoek was er in een ommezien, de donaties stroomden binnen. “Dat zegt iets over de bezorgdheid”, aldus de twee.

Lees verder na de advertentie

En nu ligt er een lange lijst met chemische stoffen die in de bodem en in de gewassen zitten van tuinen en natuurgebieden die grenzen aan lelievelden in de Drentse gemeente Westerveld. Een gecertificeerd laboratorium onderzocht tien monsters op 600 stoffen. In planten en in de bodem blijken de resten van 57 bestrijdingsmiddelen te zitten, ook in de monsters uit natuurgebieden. Aan de rand van een tuin die grenst aan een bollenveld werden 32 middelen gevonden: totaal 318 microgram per kilo grond.

Je kunt een groot maat­schap­pe­lijk probleem niet versmallen tot een burenkwestie. De teler zit in een machtspositie.

Alok van Loon, Meten = Weten

Ze zijn geschrokken van de uitkomsten. In de boerenkool en de spruiten uit een moestuin op tien meter van een lelieveld zijn de concentraties per chemische stof weliswaar niet zo hoog dat ze de veiligheidsnorm voor voedsel overschrijden, maar omdat het per plant zo veel verschillende stoffen zijn rijst de vraag of het verstandig is nog uit die moestuin te eten.

Gefrustreerd naar huis

Chrispijn: “Het gaat bij bestrijdingsmiddelen in hoofdzaak om vergif dat op het zenuwgestel van insecten werkt. Je kunt een effect bij mensen niet uitsluiten. Niemand weet precies wat de opstapeling van al die chemische middelen op langere termijn kan veroorzaken.” Hun belangrijkste grief: er zijn op dit moment geen normen voor landbouwgif in de bodem.

Vorig jaar oktober was er een debat in Diever, op initiatief van Bollenboos, een burgerstichting die de gemeente en provincie al jaren aanspoort de onstuimige groei van de lelieteelt in Drenthe te beteugelen. Er kwamen 140 mensen op af, waaronder het voltallige college van burgemeester en wethouders van Westerveld en veel raadsleden.

Van Loon: “Tijdens dat debat bleek dat de gemeente de sector nog weer een jaar de tijd wil geven om zelf met oplossingen te komen. Al meer dan vijftien jaar voert Bollenboos actie. Weer gingen burgers gefrustreerd naar huis. De gemeente overlegt met de lelietelers, maar doet niets voor de burger. Die heeft kennelijk geen bescherming nodig. Wij dachten toen: dan moeten we de overheid dwingen tot actie. Daarom zijn we zelf gaan meten.” De werkgroep nam een bodemkundig bureau in de arm en liet bodemmonsters nemen nabij lelievelden. Uit moestuinen werden boerenkool en spruiten onderzocht. Ook uit de bodem van nabijgelegen natuurgebieden zijn bodemmonsters genomen. Verder zijn er enkele monsters gehaald uit het oppervlaktewater, maar daarvan zijn de resultaten nog niet binnen. 

Exportteelt

Van alle teelten worden per hectare in de lelieteelt de meeste bestrijdingsmiddelen gebruikt, 125 kilo per 10.000 vierkante meter, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het merendeel daarvan is minerale olie (paraffine) dat, vermengd met insecticiden, tijdens de groei met tussenpozen op het gewas wordt gespoten. In de afgelopen twintig jaar is de oppervlakte met bollenteelt (waaronder onder ook gladiolen, pioenroos en tulp) in Drenthe verviervoudigd. In Westerveld groeide de bollenteelt in 2018 met 30 procent tot 423 hectare. De leliebollen zijn voornamelijk voor de export naar China, Japan, Taiwan en Vietnam.

© Jeanette Vos001

“We richten ons niet tegen boeren en lelietelers”, zegt Chrispijn. “Wij spreken een gemeente aan die haar burgers, haar natuur en haar platteland niet beschermt.” Ook de provincie moet optreden, vindt hij. “In het gebied liggen Natura2000-gebieden en twee nationale parken. De balans tussen draagkracht en draaglast van de samenleving, de natuur en de bodem zijn volledig uit evenwicht. De provincie heeft te weinig oog voor de gevolgen van de lelieteelt op de natuur.”

Afhankelijk van de goede wil

Zowel Van Loon als Chrispijn wonen in de directe nabijheid van lelievelden. Chrispijn heeft met de bollenteler die naast zijn huis grond in eigendom heeft, afgesproken dat hij een zone van dertig meter vrijhoudt van het periodieke bespuiten met chemicaliën. “Dit is een vrijwillige afspraak tussen twee buren. Maar je bent afhankelijk van de goede wil van een lelieteler. Wij kennen mensen die lelietelers zelfs betalen om een bredere strook vrij te houden.”

De gemeente Westerveld moedigt volgens hen omwonenden aan om direct met lelietelers in contact te treden. Begrip kweken tussen telers en omwonenden lijkt het doel te zijn. “De gemeente had beleid moeten ontwikkelen en dat is niet gebeurd. Het is prima dat je met je buren overlegt”, zegt Van Loon. “Maar dit is geen zaak die tussen buren speelt. Je kunt een groot maatschappelijk probleem niet versmallen tot een burenkwestie. De teler zit in een machtspositie. Alles wat hij doet om je tegemoet te komen, is in feite een gunst.”

Van Loon vertelt over een jong gezin dat op zes meter van het huis een lelieveld heeft. “Zij zagen verbijsterd hoe bij het spuiten op dat lelieveld de nevel neerdaalde op het gazon en de trampoline. Iemand met de longziekte COPD had tijdens het spuitseizoen extra medicijnen nodig, en is het huis ontvlucht. Er zijn veel meer zorgen onder burgers: over allergieën, opgezwollen slijmvliezen en er zijn gevallen van de ziekte van Parkinson en kanker. Je weet niet of dit door die pesticiden komt, maar het maakt de mensen erg onzeker.”

Ik snap die ongerustheid, ook al is uit onderzoek nog niet gebleken dat er reden is voor zorg

Wilfried de Jong, wethouder Westerveld

De rechter

Wat nu? Rob Chrispijn: “Wij gaan dit jaar tijdens het groeiseizoen een nieuwe meting doen, net zo lang tot de gemeente en de provincie met beleid komen.”

Alok van Loon kijkt met een schuin oog naar de gewonnen rechtszaak van duurzaamheidsorganisatie Urgenda, die de staat dwong het klimaatbeleid serieus op te pakken. “Misschien moeten wij uiteindelijk ook naar de rechter stappen. Het is treurig, maar het lijkt de enige weg om als burger nog bescherming te krijgen.”

Chrispijn: “Als we niets doen dan zijn de landbouwgronden in Westerveld binnen tien jaar voor een groot deel in handen van lelietelers, is de bodem vervuild met pesticiden, zullen de insecten en de vogels nog verder in aantal teruglopen, is het landschap verziekt en zullen inwoners vertrekken.”

De wethouder snapt de ongerustheid

Dat burgers zelf metingen doen naar bestrijdingsmiddelen, zegt iets over de mate van ongerustheid, constateert ook Wilfried de Jong (Progressief Westerveld), wethouder in Westerveld en verantwoordelijk voor de lelieteelt. “Ik snap die ongerustheid, ook al is uit onderzoek nog niet gebleken dat er reden is voor zorg.”

Hij wijst erop dat de gemeente geen juridische mogelijkheden heeft om het spuiten van chemicaliën te verbieden. “We zijn daarom in gesprek met telers en bewoners om tot afspraken te komen. We streven naar spuitvrije zones van zo’n honderd meter rondom lelievelden die grenzen aan woonbebouwing. Maar ook die kunnen we niet afdwingen.”

© Jeanette Vos001

De Jong zegt net als Meten = Weten bezorgd te zijn over de teruggang van soorten planten en dieren. “De intensieve teelt gaat ten koste van landschap en biodiversiteit. Daarom willen wij in onze gemeenten een platform voor duurzame landbouw, waarin bewoners en telers met elkaar overleggen over duurzame methoden.”

De wethouder herkent zich niet in de kritiek dat de gemeente vooral oog heeft voor de ondernemers. “Wij blijven in gesprek. Ook wij willen dat er normen komen voor bestrijdingsmiddelen in de bodem. Daarmee bereik je meer dan de normering van pesticiden in groenten en fruit, want als de bodem schoon is, is het probleem er niet meer. Maar dit is een landelijk, maatschappelijk thema.”

Lees ook:

Drentse burgers meten landbouwgif in bodem en vinden 57 middelen

De teelt van lelies laat gifstoffen achter in de bodem rond landbouwvelden, blijkt in Drenthe. Hoogleraren maken zich zorgen.

Drenten vrezen het gif van de leliebollen

Vanaf 2000 kwamen er steeds meer lelietelers van Holland naar Drenthe. Bewoners zagen dat karakteristieke hooggelegen essen werden bespoten, soms een paar keer per week. En ze kregen er niet eens kleurrijke bollenvelden voor terug, “Voordat de lelies in bloei komen, worden de knoppen afgemaaid”, zei de actiegroep Bollenboos in 2006 in Trouw. 

‘Wij zitten de hele dag in die dampen’

De angst voor landbouwgif zit diep in de Drentse gemeente Westerveld, waar (in 2014) op meer dan 200 hectare akkergrond leliebollen worden geteeld. Voor een ronde-tafelgesprek tussen alle partijen stroomde de ruime hal van het gemeentehuis in Diever stampvol. De tegenstellingen bleven. ‘Een povere bijeenkomst’, aldus een inwoner na afloop.

Wie richtlijn Voedingscentrum volgt, krijgt dagelijks 20 bestrijdingsmiddelen binnen

Het RIVM heeft onderzocht wat de effecten zijn van blootstelling aan mengsels van bestrijdingsmiddelen. 

Deel dit artikel

Je kunt een groot maat­schap­pe­lijk probleem niet versmallen tot een burenkwestie. De teler zit in een machtspositie.

Alok van Loon, Meten = Weten

Ik snap die ongerustheid, ook al is uit onderzoek nog niet gebleken dat er reden is voor zorg

Wilfried de Jong, wethouder Westerveld