Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bessen telen doe je samen met bijen

Groen

Kirsten Dorrestijn

Veel van de rosse metselbijen die worden gekweekt leggen hun eigen eitjes op de plek waar ze geboren zijn. © Koen Verheijden

Wilde bestuivers hebben een belangrijk aandeel in de opbrengst van fruittelers. Een groep blauwebessentelers wil de rosse metselbij dan ook graag faciliteren in haar werk.

Blauwebessenteler Johanneke Vrielink (56) houdt een houten plankje met langgerekte groeven in haar handen. Elk geultje ligt vol met bruine coconnetjes, afgewisseld met schotjes van klei en bolletjes stuifmeel. Het is de binnenkant van een bijenhotel. In de cocons zitten larven van de rosse metselbij, die zo heet omdat het vrouwtje tussen elk eitje dat ze legt een ‘muurtje’ van klei metselt. Vrielink gutst met de achterkant van een koffielepeltje de cocons in een plastic teil. “Als je er nu een zou openmaken, komt er een levend bijtje uit”, vertelt ze glunderend.

Lees verder na de advertentie

We zijn op de zogenoemde ‘Coconoogstdag’, georganiseerd door een aantal blauwe­bessentelers om kennis uit te wisselen. In april, als de plantage van Vrielink en haar man in Twente weer in bloei staat, zal ze de cocons uit de koelkast halen, zodat de rosse metsel­bijen kunnen helpen met bestuiven.

Honingbijen en hommels worden al langer bedrijfsmatig ingezet door fruittelers. Door ze in de juiste periode in de plantage los te laten, bestuiven ze het gewas. Wilde bijen en zweefvliegen kunnen een belangrijke bijdrage leveren, naast de gecultiveerde honingbijen en hommels.

Uit onderzoek blijkt dat een mix van bestuivers het beste resultaat oplevert. Bij blauwe bessen zorgt dit voor een groter gewicht, meer smaak en een langere houdbaarheid. Maar liefst 12 procent van de opbrengst van blauwe bessen is te danken aan wilde bestuivers, berekenden onderzoekers van Wageningen University Research, Naturalis en EIS Kenniscentrum Insecten. Niet zo gek dus dat de blauwebessentelers de wilde bijen graag in hun plantage willen hebben.

Experimenten

Eigenschappen van de verschillende soorten bijen vullen elkaar goed aan: metselbijen vliegen al bij lagere temperaturen dan honing­bijen – en ook bij bewolking en wind, ze dragen het stuifmeel op hun buik in plaats van aan hun pootjes waardoor het sneller aan de stamper blijft plakken en ze bezoeken meer bloemen per minuut dan de honingbij. Dat

de metselbij niet eerder werd gebruikt in de fruitteelt komt doordat de soort solitair leeft, waardoor hij in tegenstelling tot honingbijen en hommels niet gemakkelijk massaal kan worden ingezet.

Toch experimenteert een steeds grotere groep fruittelers met het kweken van metselbijen. Ze zorgen op hun land voor onderdak in de vorm van nestblokken en voor voedsel in de vorm van bloemen. Van alleen de bloemen van de blauwe bessen kunnen de rosse metselbijen niet leven: ze moeten meerdere soorten stuifmeel aangeboden krijgen.

Bijenpost

Johanneke Vrielink schafte drie jaar geleden het eerste bijenhotel aan nadat ze een lezing had bijgewoond over bestuiving door metselbijen bij fruittelers. Inmiddels heeft ze twaalf nestblokken in haar plantage staan. Een professioneel bijenhotel kost zo’n 100 euro.

Het eerste nestblok kreeg ze samen met zo’n tweehonderd cocons per post opgestuurd. “In het voorjaar heb ik ze in een kartonnen doos met een gat erin vlakbij een nestblok in de plantage geplaatst. Door de toenemende temperatuur knagen ze zich uit hun cocon – dat kun je horen! – en vliegen ze via de opening naar buiten. Bij slecht weer zie je ze schuilen in de holletjes. Zodra je dichtbij komt, kruipen ze nog iets naar achteren.” ­Binnen enkele weken zag Vrielink de eerste gaatjes in het bijenhotel bezet raken.

Roeland Segers (46) geeft met zijn bedrijf De Bijen Bestuivingstechniek advies over bestuiving en handelt in rosse metselbijen. Tien jaar geleden ontdekte hij dat deze bijen in Amerika worden ingezet voor het verbeteren van bestuiving. Hij begon zijn bedrijf door de bijtjes in het wild te vangen en kweekte ze door de cocons in een stuifmeelrijke omgeving in de buurt van bijenhotels te zetten. Een groot percentage van de nieuwe metselbijtjes legt haar eitjes vervolgens in de nabijgelegen hotels – op de plek waar ze geboren zijn.

In een succesvol bijenhotel reproduceren ­wilde bijen zich met factor 3 of 4, volgens ­Segers. Een nestblok telt gemiddeld zo’n 240 gaatjes. Elk vrouwtje produceert minimaal één rij van 10 tot 15 cocons. De oogst van een hotel is op die manier al gauw zo’n 2.000 cocons. Afgelopen jaar had Segers honderd teellocaties. Zo komt het dat er nu meer dan honderdduizend cocons in zijn koeling klaarliggen voor de verkoop.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Cocons van de metselbij met klompjes stuifmeel. © Koen Verheijden

Geklooi

In Nederland maken ongeveer honderd fruittelers gebruik van rosse metselbijen. Behalve door blauwebessentelers worden ze ook ingezet door appel- en frambozentelers. Bij peren en kersen wordt de gehoornde metselbij gebruikt, ook een van oorsprong ‘wilde bij’ die net iets eerder vliegt. Maar volgens Segers vinden telers het ‘geklooi’ met bijenhotels over het algemeen nog teveel gedoe. “Het zijn ­vooral liefhebbers die er nu mee bezig zijn.”

Als agrariërs ontdekken dat dit soort ingrepen hun oogst verbetert, kan langzaam het natuurlijk evenwicht worden hersteld

Menno Reemer, EIS Kennisinstituut Insecten

Menno Reemer (43) van EIS Kennisinstituut Insecten juicht het toe dat telers de waarde van wilde bestuivers in gaan zien. “Als je een deel van het land inricht als natuurlijke habitat voor bestuivers, zijn die nestblokken misschien niet eens nodig”, zegt hij. “Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat boeren die akkerranden inzaaien met een goede bloemenmix zoveel wilde bestuivers trekken dat er na een paar jaar duidelijk verschil in de oogst te merken is. In plaats van bijenhotels kun je ook nestgelegenheid creëren in de vorm van zanddijkjes, dood hout, bramen of meidoorn. Als agrariërs ontdekken dat dit soort ingrepen hun oogst verbetert, kan langzaam het natuurlijk evenwicht worden hersteld.” In 2015 werkte Reemer mee aan een onderzoek naar de bestuiving van appels en blauwe bessen door wilde bijen en zweefvliegen.

Johanneke Vrielink teelt al 26 jaar blauwe bessen. Of de oogst door de komst van de rosse metselbijen ook daadwerkelijk is verbeterd, kan ze niet met zekerheid zeggen. “Het zou mooiere, dikkere bessen opleveren volgens onderzoek, maar ik weet niet of dat echt door de metselbijen komt.” Speciaal voor de metsel­bijen en andere wilde bestuivers legden Vrielink en haar man een bloemenwei van een halve hectare aan. “Zo helpen we de natuur een handje.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Als agrariërs ontdekken dat dit soort ingrepen hun oogst verbetert, kan langzaam het natuurlijk evenwicht worden hersteld

Menno Reemer, EIS Kennisinstituut Insecten