Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bedreigde rivierdonderpadjes gedijen goed in de Leidse grachten, met dank aan fietswrakken

Groen

Jelle Reumer

© Buitenbeeld
Jelle's weekdier

Dat koraalriffen een grote biodiversiteit herbergen wisten we al. Dat ook kunstmatige riffen zoals gezonken schepen huisvesting bieden aan een boeiende hoeveelheid dierenleven was ook wel bekend. 

Maar dat winkelwagentjes die in de stadsgracht zijn gevallen een rol als kunstmatig rif vervullen en huisvesting en beschutting bieden een diverse vissoorten, dat was nieuw voor me. Het is een mooie illustratie van de uitspraak van die bekende Amsterdamse voetbalfilosoof: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’ Al die te water geraakte fietsen en winkelwagentjes beschouwen we in principe als hinderlijke verontreinigingen die zo snel mogelijk moeten worden opgevist, maar nee hoor, ze blijken een substraat te vormen voor het urbane onderwaterleven.

Lees verder na de advertentie

Deze conclusie komt voort uit een leuk citizen science-project, waarbij tientallen bewoners van de Leidse binnenstad de visfauna van hun grachten hebben geïnventariseerd. Dankzij snorkelen en nachtelijke waarnemingen met behulp van zaklampen werden in de heldere en met gele plomp begroeide grachtjes maar liefst zeventien vissoorten ontdekt, waaronder zelfs de bot, een platvis die je er niet direct zou verwachten. Ook snoeken, baarzen, zeelten, voorns, pos en paling en exoten als de marmergrondel leiden een bestaan in Leiden, alsook de rivierdonderpad, Cottus perifretum.

Het is een mooie illustratie van de uitspraak van die bekende Amsterdamse voet­bal­fi­lo­soof: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’

Verstoppertje

Rivierdonderpadjes zijn kleine, bodembewonende vissen die maximaal zo’n 13 centimeter lang kunnen worden. Met een relatief enorme kop, een grote bek en dito borstvinnen zijn het opvallend vormgegeven diertjes. De visjes, die weliswaar donder‘pad’ heten maar uiteraard niets met padden van doen hebben (want dat zijn amfibieën en geen vissen), zijn overdag weinig actief. Ze verstoppen zich dan in holtes en spleten, tussen boomwortels of in de beschoeiing van de oever. Pas bij schemer komen ze tevoorschijn, vandaar dat ze in de Leidse grachten vooral met zaklampvissen worden waargenomen. Ze voeden zich met allerhande klein grut, watervlooien, jonge visjes, waterpissebedden, muggenlarven en ook visseneitjes. De donderpadjes hebben het lastig, want de laatste jaren dreigen ze te worden overvleugeld door invasieve exoten zoals de marmergrondel en de zwartbekgrondel, die vanuit oostelijk Europa in onze streken zijn doorgedrongen dankzij de aanleg van het Main-Donaukanaal. Rivierdonderpadjes staan daarom onder de noemer ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst, maar in Leiden wordt goed voor ze gezorgd.

Wrakken

De bewoners die aan het vissenproject deelnemen, hebben namelijk samen met de gemeente rivierdonderpaddenhotels gemaakt van op elkaar gestapelde dakpannen en die in het water geplaatst op plaatsen waar de oude houten beschoeiing moet worden vervangen door iets nieuws, waardoor mooie donderpaddenschuilplekjes verloren gingen of dreigen te gaan. En dan dat grofvuil in de gracht, ook dat vormt habitat. In plaats van boomwortels zijn roestige kettingkasten of gescheurde jasbeschermers ook prima schuilplekken. Dus hoewel het op het eerste gezicht aantrekkelijk lijkt om alle te water geraakte fietswrakken en supermarktkarretjes meteen te verwijderen, hebben ze er in Leiden voor gekozen om dat op plaatsen waar het geen gevaar oplevert, juist níet te doen. Ik zie het helemaal voor me: een met modder bedekt winkelwagentje, begroeid met zoetwaterwieren en zebramosseltjes, en met een rivierdonderpadje slinks verstopt onder dat ding waar je het muntstuk in moet steken. Echte stadsecologie is dat.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier. Lees hier alle afleveringen terug.

Deel dit artikel

Het is een mooie illustratie van de uitspraak van die bekende Amsterdamse voet­bal­fi­lo­soof: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’