Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als je de grutto wilt helpen, moeten rovers voldoende te vreten hebben

Home

Rob Buiter

© Roos Kentie

Terwijl de meeste volwassen grutto’s alweer in Afrika zitten, maken onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen de balans op van het broedseizoen 2017. ‘In deze zware tijden hakt predatie er steeds harder in.’

De Groningse promotieonderzoeker Jelle Loonstra maakt zich geen illusies. De signalen van een van zijn gezenderde grutto’s komen al dagenlang van precies hetzelfde plekje aan de oevers van een Fries meertje.

Lees verder na de advertentie

“Die is dus dood”, weet hij. “Maar blijkbaar ligt de zender nog voldoende in de zon om de batterij opgeladen te houden met het kleine zonnepaneeltje dat erop zit. Dan kunnen we hem in ieder geval nog terugvinden.”

Na het nodige zoeken met een speciale peilantenne vindt Loonstra eerst een kaal gevreten kop en een halve romp. Even later, naast een afgekloven pootje met gekleurde ringen, ziet hij ook het even prijzige als minuscule satellietzendertje liggen. “Die kunnen we dan in ieder geval weer hergebruiken. Gezien de plek waar dit karkas ligt, vlakbij een rietkraag, en met die bruine kiekendief die je daar ziet vliegen, heb ik wel een heel sterk vermoeden wie deze grutto heeft gepakt.”

Zendertje

Het werk van Loonstra is onderdeel van een veel groter, langlopend onderzoek naar de grutto’s in Zuidwest-Friesland, door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Door verschillende groepen jonge vogels met een zendertje van niet meer dan 5 gram uit te rusten, hoopt hij te ontdekken wat hun trekstrategieën zijn. Ondertussen houden Loonstra en een groot aantal collega’s zo goed mogelijk de successen – of het gebrek daaraan bij, van zoveel mogelijk nesten in de regio.

“Het broedsucces van de grutto’s laat zich in grote lijnen aflezen door naar het gedrag van de ouders te kijken”, vertelt de coördinator van dit langlopende onderzoek, Jos Hooijmeijer van de RUG. “Een grutto die nog jongen heeft, slaat alarm als je in de buurt komt. Zijn ze de jongen of de eieren kwijt, dan zoeken ze soortgenoten op, op gezamenlijke eet- en slaapplaatsen. Dat er in de eerste week van juni al een groep van maar liefst 6000 vogels bij het Lauwersmeer werden gezien was wat dat betreft een veeg teken. Die waren de tank alweer aan het vullen om naar het zuiden te vliegen.

Dé grote boosdoeners lijken op dit moment de rovers van eieren en kuikens

“En nota bene eind juni werden de eerste grutto’s met onze combinaties van gekleurde ringen alweer gezien in het natuurreservaat de Djoudj in Senegal, terwijl die individuen eerder dit jaar nog in Friesland waren gesignaleerd. Die vogels zijn dus een maand of vier bezig geweest met op en neer vliegen naar Nederland om zonder succes weer in Afrika terug te komen”, aldus Hooijmeijer.

Toch is hij over het broedseizoen 2017 in Zuidwest-Friesland niet per se ontevreden. “De eerste resultaten wijzen erop dat er iets meer jongen zijn uitgevlogen dan in andere jaren, al zien we per deelgebied wel grote verschillen. In grote lijnen zagen we in ons onderzoeksgebied dit jaar de helft van de eieren uitkomen, waarna vervolgens een op de tien uitgekomen kuikens ‘vliegvlug’ werd. In goede jaren kan dat 15 procent zijn, in slechte jaren is het maar 5 procent.”

Rovers

Dé grote boosdoeners lijken op dit moment de rovers van eieren en kuikens. “En dat zijn bepaald niet alleen maar vossen”, benadrukt Hooijmeijer. “Van driekwart van de gevallen van eierroof kunnen we niet met zekerheid zeggen wie het heeft gedaan. Als we wel een schuldige kunnen aanwijzen, zijn het voor de helft vogels als kraaien of kiekendieven. De andere helft zijn zoogdieren, maar daarvan is maar een klein deel vos. Ook steenmarters en wezels roven de nodige eieren. Van de gedode kuikens is een kwart door vogels gepakt en een kwart door zoogdieren. Van de helft kennen we de daders niet.”

Toch is dat niet het hele verhaal, benadrukt Hooijmeijer. “Dat een bruine kiekendief nu al de moeite neemt om een grutto-eitje te pakken, of zo’n klein kuiken, dat is een teken aan de wand. Dat betekent dat hij blijkbaar niet meer voldoende andere prooien kan vinden. Met een flinke eendenbout kan een kiekendief natuurlijk veel beter zijn jongen voeren, maar als die er niet meer zijn, dan moet ‘ie toch wat.”

Hooijmeijer denkt dan ook niet dat de oplossing voor het groeiende probleem voor de grutto’s alléén in de zogenoemde reservaten moet worden gezocht. Die reservaten zijn gebieden van minder intensief werkende boeren, of van terreinbeheerders als It Fryske Gea of Staatsbosbeheer. Daar wordt laat gemaaid, er staan de nodige kruiden tussen het gras voor de broodnodige insecten en de grondwaterstand wordt hoog gezet, om de regenwormen bereikbaar te houden. In die reservaten komen in veel gevallen nog voldoende jongen groot om de stand van de vogels plaatselijk op peil te houden. In de ‘gewone’, intensief bewerkte weidegebieden worden veel minder jongen groot dan nodig is om de sterfte van oude vogels te compenseren.

Vos­sen­be­strij­ding is zeker geen lan­ge­ter­mijn­op­los­sing

Te rooskleurig beeld

“Maar als je alleen maar kijkt naar het aantal jongen dat uitvliegt schets je nog een te rooskleurig beeld”, waarschuwt Hooijmeijer. “Na het uitvliegen worden er nog steeds behoorlijk veel vogels gepakt door predatoren. Als je serieus iets wilt doen om de stand van de grutto en de andere weidevogels te verbeteren, dan zul je ervoor moeten zorgen dat predatoren ook in het gewone boerenland voldoende te vreten hebben. Anders worden de reservaten niets anders dan een goedgevulde voorraadkast waar kraaien, kiekendieven of marters hun tekorten aanvullen.”

Vossen bestrijden

Het weghouden of zelfs bejagen van predatoren is volgens Hooijmeijer een klein deel van een tijdelijke oplossing. “Nu de stand van de weidevogels door ons intensieve landgebruik zó ver is teruggelopen, is predatie steeds zwaarder gaan wegen. Op sommige plekken kun je die pijn misschien eventjes verlichten door vossen te bestrijden. Maar dat is zeker geen langetermijnoplossing. Onderzoek in Engeland heeft bijvoorbeeld laten zien dat in gebieden waar de vossen door middel van kilometers stroomdraad buiten werden gehouden andere rovers ineens hun kans schoon zagen.

“De predatoren hebben gewoon meer alternatieve prooien nodig die een stuk aantrekkelijker zijn dan schaarse grutto-eieren en -kuikens. Ook het gewone boerenland moet weer veel rijker worden. Want laten we wel wezen, predatie hoort er in de natuur gewoon bij. Misschien gaven de jaren zeventig met veel meer weidevogels ook een vertekend beeld. Door de DDT-crisis ontbraken veel roofvogels . Dat is een situatie waar je zeker niet naar terug wilt.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Dé grote boosdoeners lijken op dit moment de rovers van eieren en kuikens

Vos­sen­be­strij­ding is zeker geen lan­ge­ter­mijn­op­los­sing