Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aanvalsplan Grutto moet het noodlijdende vogeltje er weer bovenop krijgen

Groen

Joop Bouma

Grutto © Rob Kuiper

Het gaat nog altijd slecht met de grutto. Initiatieven om de leefomgeving van de Vogel des Vaderlands te verbeteren helpen niet genoeg. Tijd voor serieus ingrijpen, met een ‘Aanvalsplan Grutto’.

Het lijntje loopt steil naar beneden – als aandelen zo zouden kelderen, was er allang een economische crisis uitgeroepen. Sinds 1990 is het aantal broedparen van de grutto gedaald van 100.000 naar 35.000. Voorjaar 2018 zijn er in Nederland naar schatting 6500 jonge grutto’s geboren. Om de ­populatie in stand te houden was het dubbele aantal nodig geweest. Dat is pijnlijk, omdat de wereldpopulatie Europese grutto’s voor het voortbestaan is aangewezen op Nederlandse weiden. Liefst 85 procent broedt in de open graslanden van laaggelegen Nederland.

Lees verder na de advertentie

“Ons land heeft een bijzondere verantwoordelijkheid als kraamkamer van de grutto”, zegt Pieter Winsemius, oud-minister van milieu. Hij heeft Friese wortels en trekt zich het lot van de weidevogels aan. Daarom heeft hij een ‘Aanvalsplan Grutto’ opgesteld. 

De grutto, vier jaar geleden door lezers van Trouw uitgeroepen tot ‘Vogels des Vaderlands’, staat symbool voor een algemene malaise onder weidevogels: ook de tureluur, de kievit, de scholekster, de slobeend, de zomertaling (nog maar maximaal veertienhonderd broedparen), de watersnip (nog hoogstens vijftienhonderd broedparen) en de wulp zitten in een neerwaartse tendens. Van een miljoen veldleeuweriken die er in de jaren vijftig nog waren, zijn er nu nog 35.000 over. Sinds 1960 is het aantal boerenlandvogels met 60 tot 70 procent teruggelopen.

De gruttotijd begonnen? Nee, de tijd van de grutto is voorbij

Koos Dijksterhuis

Het is al jaren duidelijk dat er wat moet gebeuren en er gebeurt ook al veel. Zoals in de polder de Ronde Hoep ten zuiden van Ouderkerk aan de Amstel. In dit waterrijke gebied broeden in een gesloten reservaat van honderdestig hectare elk jaar zo’n tweehonderd gruttopaartjes – hier worden predatoren (dieren die eieren en kuikens van grutto’s eten) actief verjaagd. Ook wordt een deel van het gebied afgerasterd met stroomdraden.

© Sander Soewargana

Kening fan ’e greide

Maar al die maatregelen zijn niet genoeg, vinden ook landschapsorganisatie It Fryske Gea en de Friese Milieufederatie. Zij steunen het Aanvalsplan Grutto volledig. Winsemius voert intussen overleg met boerenorganisatie LTO Nederland en met het ministerie van landbouw, natuur en visserij over het voorstel. De kening fan ’e greide, de koning van het weiland, moet voor Nederland worden behouden, vindt hij.

Maar de vooruitzichten voor de grutto zijn somber. “De gruttotijd begonnen? Nee, de tijd van de grutto is voorbij”, schreef een pessimistische Koos Dijksterhuis onlangs in zijn ‘Natuurdagboek’, na een tochtje naar het Hoeksmeer in Oost-Groningen. Hij telde twee kieviten en één grutto bij de ondiepe plas. Elke nieuwe lente zijn het er minder.

Winsemius hoopt dat verdergaande maatregelen voor de grutto tot een breder herstel van de weidevogelpopulatie leiden. De oud-voorzitter van Natuurmonumenten denkt stiekem aan een actie van het kaliber ‘Red de zeehond in de Waddenzee’ of ‘Breng de zalm terug in de Rijn’, uit de jaren dat de natuur in die unieke gebieden wankelde. Die acties leidden destijds tot een snelle verbetering.

De kansen voor een reddingsplan anno 2019 zijn toegenomen, denkt Winsemius, nu zowel landbouwminister Carola Schouten in haar Landbouwvisie als een groot aantal maatschappelijke organisaties in het Deltaplan ­Biodiversiteit het behoud van soorten tot speerpunt hebben gemaakt.

Wat moet er volgens de initiatiefnemers gebeuren?

1. De kerngebieden voor grutto’s moeten veel groter

Grutto’s broeden bij voorkeur in weidegebieden rond natuurgebieden. Maar de totale omvang van de gebieden is vaak te klein. Bovendien is het beheer niet altijd goed op orde. Er moet worden gewerkt aan de vorming van grotere aaneengesloten gebieden van 1000 hectare open terrein, met zo weinig mogelijk verstoring. Een vijfde van het oppervlak zou natuurreservaat moeten zijn met begroeiing waarin jonge grutto’s kunnen schuilen voordat ze uitvliegen.

2. Het waterpeil in de kerngebieden moet hoger

In het vroege voorjaar moet het water maximaal 10 tot 20 centimeter onder het maaiveld staan. Bij voorkeur zijn er tijdelijke natte ‘plasdras’-gebieden met een zachte bodem waarin de vogels vette wormen kunnen vinden na terugkeer van de wintertrek. In Fryslân zijn nu veel grote percelen vrijwel drooggelegd door drainage en zijn vaak sloten gedempt. Desnoods moeten die sloten weer opengegraven worden.

3. Het agrarische landgebruik moet verder worden aangepast

Om het aantal grutto’s te laten groeien moet de begrazing door vee worden verminderd en het maaien van het gras worden uitgesteld. Van ieder nest met vier eieren moet ongeveer één jongen kunnen overleven. Dat betekent niet maaien tot half juni, want de pullen moeten kunnen schuilen in hoog gras.

Het injecteren van drijfmest in de bodem moet worden gestopt, omdat dit de wormen in de bodem doodt. Alleen ruige mest kan nog op het land worden gebracht. Door een verhoogd waterpeil en het verspreiden van ruige mest zullen er meer insecten in het gebied zijn, waarmee jonge grutto’s zich voeden. Eén gruttojong eet duizenden insecten per dag. Op het land kan maximaal één koe per hectare grazen – tegen de gangbare begrazing van tweeënhalve koe per hectare.

4. Roofdieren moeten worden verjaagd

Hoewel de grutto het moeilijk heeft door versnippering en ontwatering van het land en ook door het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waardoor er minder insecten zijn, is ook de natuur zelf niet barmhartig voor de weidevogel. Het aantal predatoren dat graag een gruttonest leegvreet neemt toe: buizerds, ooievaars, kraaien, bunzings, marters, hermelijnen, vossen en (verwilderde) katten verschalken graag een eitje of een gruttojong dat daar net is uitgekropen.

Scholeksters en een grutto (rechts) in de Ronde Hoep. © Florantijn van Spronsen

Dus, zeggen de opstellers van het aanvalsplan, moet ervoor worden gezorgd dat de rovers zich niet prettig voelen in het gebied door het zo open mogelijk te houden en door verjaging. Henk de Vries, directeur van It Fryske Gea: “Je kunt de gruttolandschappen ongeschikter maken voor predatoren, door te zorgen dat er geen uitzichtpunten zijn voor roofvogels, geen ruige plekken zijn voor nesten van marters.”

Winsemius sprak met veehouders in Eemland die op hun bedrijven agrarisch natuurbeheer toepassen, gericht op behoud van weidevogels. “Zij zeggen: als je niets doet aan een actief beheer tegen predatoren, is gruttobeheer weggegooid geld.”

Er zijn volop kansrijke gebieden, vooral in Groningen en Friesland, aldus Hans van der Werf van de Friese Milieufederatie. “Wij lopen in Friesland al voorop, de Friese boer is positief over maatregelen om de grutto te behouden. Dat merken we steeds meer.” Winsemius: “Ook in het Groene Hart, bij Bodegraven en Zegveld en in Eemland zijn er volop kansen.”

Volgens Van der Werf is aanpassing van het beleid nodig, omdat het huidige onvoldoende is. “We hebben in de afgelopen tijd een beter inzicht gekregen. We hebben grotere aaneengesloten gebieden nodig. De schaal is nu te klein, We moeten naar een steviger structuur. En er moeten langjarige regelingen komen voor de boeren. Wij zijn er nu achter, dat het niet vanzelf gaat. We moeten de grutto helpen.”

Het gaat dus wel geld kosten, dat aanvalsplan. “Er moet voor boeren een verdienmodel zijn. Voor de agrariër moet er een economisch perspectief in zitten”, zegt Winsemius. “Dat betekent in de eerste plaats dat de boeren zekerheid voor lagere termijn moeten krijgen. Dat is trouwens ook een natuurbelang. Wij vinden ook dat het beheer niet moet worden gekoppeld aan een boer, maar aan de grond, zodat bij bedrijfsopvolging de voortgang is verzekerd.”

Het is een taak van de provincies, die nu midden in het proces van collegevorming zitten na de Statenverkiezingen, om de financiële kant én de zekerheid voor langere termijn voor boeren te waarborgen, vindt Winsemius. Inkomstenderving en afwaardering van grondwaarde moeten worden gecompenseerd, aldus de plannenmakers.

Lees ook:

Nadat vloeibare mest in een weiland gespoten is, hebben de worm en grutto het nakijken

Bioloog Jeroen Onrust telde nachtenlang de wormen die zich in verschillende Friese weilanden aan het oppervlak waagden. In grasland waar vloeibare mest was geïnjecteerd telde hij er veel minder. Die vorm van bemesting is ook een probleem voor weidevogels die van die wormen leven.

Slimme boeren weten: in een goed weiland lopen grutto’s

Met een kunstwerk in een weiland wil het platform Slimme Vogels laten zien dat boeren wel degelijk begaan zijn met weidevogels. ‘De boeren geven vogels een thuis.’

Speuren naar grutto’s in Krommenie

Ze waren er weer en Monica Wesseling had ze nog niet gezien, de grutto’s. Dus ze moest naar buiten. Het voorjaar in, naar Noord-Holland, naar de drasse weiden van de Zaanstreek.

Deel dit artikel

De gruttotijd begonnen? Nee, de tijd van de grutto is voorbij

Koos Dijksterhuis