Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Overheidsprogramma voor woningisolatie desastreus voor vleermuizen'

Groen

Monica Wesseling

Gewone dwergvleermuis, een vrij veelvoorkomende soort in Nederland. © archieffoto

Vleermuizen dreigen massaal slachtoffer te worden van woningisolatie. Zeker voor de zeldzamere soorten als de meervleermuis, laatvlieger en ingekorven vleermuis kunnen de gevolgen dramatisch zijn.

Het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie van ecologische adviesbureaus, maakt zich grote zorgen. “Van de meervleermuis kan door het grootschalig isoleren driekwart van de West-Europese populatie het loodje leggen”, aldus Dirk van Pijkeren van het Netwerk. “En niet alleen de vleermuizen. Ook gierzwaluw en huismus komen in de knel.”

Lees verder na de advertentie

Nederland staat aan de vooravond van een grootschalig isolatieprogramma voor woningen. Per jaar moeten er minimaal 300.000 huurwoningen worden geïsoleerd en het Nul Op de Meter (NOM) keur krijgen. De grootschalige renovatie (isolatie) is onderdeel van het klimaatbeleid.

De code voorziet niet in gedegen onderzoek vooraf naar de in de huizen aanwezige dieren

Dirk van Pijkeren, van Netwerk Groene Bureaus

Om vertraging als gevolg van onderzoek en vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming te voorkomen – en zo ook kosten te besparen – heeft de Vereniging Stroomversnelling, een samenwerkingsverband tussen onder meer bouwers, woningcoöperaties en gemeenten, een gedragscode Wet Natuurbescherming Natuurinclusief Renoveren bestemd voor projecten met het NOM-keurmerk, opgesteld. De code, met daarin richtlijnen hoe om te gaan met de woningbewonende vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen en steenmarters, wil voormalig staatssecretaris Van Dam (EZ) overnemen en is in juli in de Staatscourant gepubliceerd. 

Het Netwerk Groene Bureaus en een aantal andere organisaties hebben bezwaar aangetekend. De code gaat uit van een gestandaardiseerde compensatie van nest-, slaap- en overwinteringsplekken. Uitgebreid onderzoek vooraf, gevolgd door tijdrovende vergunningaanvragen zijn daarmee overbodig. Met het vereenvoudigen kan ‘de vaart erin gehouden worden’. Achteraf wordt er een aantal jaar gemonitord.

Donkere wolken

Het Netwerk Groene Bureaus ziet donkere wolken. “Even vooraf, ook wij onderschrijven de noodzaak tot grootschalige klimaatmaatregelen. Maar niet op deze manier. Deze handelwijze is juridisch en ecologisch onjuist en druist in tegen de Wet Natuurbescherming en de Vogel- en Habitatrichtlijn. De code voorziet niet in gedegen onderzoek vooraf naar de in de huizen aanwezige dieren. Geen maatregelen die rekening houden met de specifieke wensen van de, onderling sterk verschillende diersoorten, maar eenheidsworst als compensatie. Zo worden er voor elk gerenoveerd, dus geïsoleerd huis een of meer vleermuiskasten opgehangen of kieren open gelaten. Dat klinkt mooi en ruimhartig, maar gaat volstrekt voorbij aan de behoeften van vleermuizen, zeker van de zeldzame soorten”, aldus Van Pijkeren.

Hoe kun je zeldzame soorten met specifieke eisen beschermen met uniforme stan­daard­op­los­sin­gen?

Piet Bergers, directeur Zoogdiervereniging

De ene vleermuis is de andere niet. Gewone dwergvleermuizen overwinteren massaal in spouwmuren en ook laatvliegers verblijven ’s winters massaal in huis. Zolders zijn belangrijke kraamkamers voor de ingekorven vleermuis en grijze grootoorvleermuis, terwijl onder meer laatvliegers ’s zomers in spouwmuren slapen. De baardvleermuizen zijn achter gevelbetimmeringen te vinden.

“Door spouwmuren vol te spuiten, muren te isoleren door een extra schil om de woning te zetten of zolders te isoleren raak je overwinterings- en kraamgelegenheden kwijt. Die vallen met wat vleermuiskasten niet te compenseren. In die kasten kunnen onmogelijk de – in spouwmuren zo ideale – gebufferde temperatuur en luchtvochtigheid heersen. Er is in elk geval nooit onderzoek naar gedaan.”

Te experimenteel

Ook andere voorgestelde maatregelen zijn volgens secretaris Bas van Leeuwen van het Netwerk door gebrek aan kennis veel te experimenteel. “Zo wordt voorgesteld voor het volspuiten van spouwmuren eerst de vleermuizen weg te jagen door er lucht in te spuiten. Maar hoe vleermuizen, zeker lethargische, overwinterende vleermuizen daarop reageren en welke luchtdruk ongevaarlijk is, is totaal onduidelijk. Ik houd mijn hart vast.”

Voor sommige, zeldzame soorten, kunnen de gevolgen volgens Van Pijkeren écht verstrekkend zijn. Zo herbergt Nederland binnen West-Europa de grootste populatie meervleermuizen (jagers boven grote open water). “Een flinke achteruitgang hier heeft dus internationale repercussies.”

De code voorziet, zo brengt Van Leeuwen naar voren, nu slechts in een historisch onderzoek naar verspreidingsgegeven en een quick scan van het gebouw om de geschiktheid van het pand voor vleermuizen te beoordelen. “Een dergelijke scan zegt niets. Niet alleen kom je er zo niet achter welke vleermuizen er nu werkelijk zitten of wat ze er doen. Er gelden altijd dezelfde standaardcompensatiemaatregelen.”

Dezelfde, naar het idee van de Netwerkvertegenwoordigers foutieve standaardisering van compensatiemaatregelen worden ook bij gierzwaluwen en huismussen toegepast. “Het heeft geen zin om standaard een aantal nestkasten of neststenen in te bouwen. Soms gaan honderden nestplaatsen in één keer verloren.”

Gebrek aan kennis

Niet alleen het Netwerk Groene Bureaus, ook de Zoogdiervereniging en in mindere mate de Vogelbescherming Nederland hebben problemen met de voorgestelde werkwijze, ook al hebben beide organisaties meegewerkt aan het opstellen van de code. “Door bezuinigingen in het verleden op wetenschappelijk onderzoek is er veel te weinig kennis over vleermuizen. De voorgestelde maatregelen zijn daarmee nergens op gestoeld. Hoe kun je zeldzame soorten met specifieke eisen beschermen met uniforme standaardoplossingen?”, uit directeur Piet Bergers van de Zoogdiervereniging zijn twijfels.

Als ‘schuldige’ voor de foutieve en ontoereikende gedragscode is naar zijn idee dan ook Economische Zaken en niet Stroomversnelling aan de wijzen. “Net als wij zijn ook de bouwers op zoek naar een goede natuurvriendelijke manier om de klimaatdoelstellingen te bereiken. Daarvoor is onderzoek nodig waarvoor het ministerie een verantwoordelijkheid heeft. Ze pakt die tot nu toe echter niet op. Als Zoogdiervereniging hebben we vorig jaar de advisering in het kader van het opstellen van de code moeten stopzetten. We hebben 40.000 euro uit eigen zak betaald omdat we dit onderwerp zo belangrijk vinden. Meer was echter niet verantwoord. Bovendien is een deel van onze adviezen terzijde gelegd.”

Stadsvogelspecialist Jip Louwe Kooijmans is milder in zijn oordeel. “Vogels zijn in dit geval ook makkelijker tevreden te stellen. Ze gebruiken de gebouwschil alleen als nestgelegenheid. Met de voorgestelde maatregelen worden het verlies aan nestplekken meer dan gecompenseerd. Dankzij jarenlang onderzoek en praktijkervaring is er veel kennis over gierzwaluwen en huismussen. Dat geeft ons het vertrouwen dat de vogels bereid zijn nieuwe nestgelegenheden te gebruiken. Huismussen wat makkelijker dan de honkvaste gierzwaluwen, maar ook die verkassen echt wel in geval van nood. Ze hebben immers in het verleden ook al het buitengebied voor de stad ingeruild en koloniseren in de huidige tijd nieuwbouwsteden als Zoetermeer.”

We hebben ongelooflijk veel tijd gestoken in het ontwikkelen van een goede verblijfplaats voor vleermuizen

Leen van Dijke, voorzitter van Stroomversnelling

Het vertrouwen in de souplesse van de vogels betekent overigens niet dat Vogelbescherming nu achterover leunt. “Ook we hebben twijfels. Bijvoorbeeld over de handhaving van de richtlijnen en de monitoring achteraf. De juridische waarborging daarvan is erg dun.”

Stroomversnelling

Voorzitter Leen van Dijke van Stroomversnelling werpt de aantijgingen verre van zich. “Bouwers, gemeenten, woningbouwcoöperaties en andere partijen proberen met de code Nederland zo snel mogelijk fossielvrij te maken. Dat zou toch op sympathie van de groene clubs moeten kunnen rekenen. Met de code omzeilen we de vertragende obstakels van de vergunningverleningen. En inderdaad, uitgebreid onderzoek vooraf is niet meer nodig. Dat zal een bittere pil zijn voor bureaus die hun geld hieraan verdienen.”

Ook de inhoudelijke bezwaren onderschrijft Van Dijke niet. “We hebben bijvoorbeeld ongelooflijk veel tijd gestoken in het ontwikkelen van een goede verblijfplaats voor vleermuizen. En oké, er zitten wellicht experimentele maatregelen in de code, maar met een goede monitoring en het zo nodig jaarlijks aanpassen van de voorschriften aan de bouwers zorgen we ervoor dat vleermuizen en vogels geen schade lijden. Niet voor niets hebben de soortbeschermingorganisaties meegepraat.”

De aantijging als zou het het Netwerk te doen zijn om instandhouding van het werk, werpt Van Leeuwen ver van zich. “Er is geen gedegen onderzoek vooraf, maar de code voorziet wel in vijf jaar monitoring achteraf. Werk dat bij de ecologische adviesbureaus terecht zou komen. Uiteindelijk betekent de code dus meer werk.”

Aanpassen

Voor twee vleermuissoorten, de gewone en de ruige dwergvleermuis, en de steenmarter hoeven de isolatiemaatregelen naar de mening van het Netwerk Groene Bureaus niet verkeerd uit te pakken. De dieren passen zich makkelijk aan. Daarom ook zijn ze veelvoorkomend.

Adviezen

De leden van het Netwerk Groene Bureaus, de ecologische en groene adviesbureaus, adviseren opdrachtgevers (bouwers, gemeenten, wegenbouwers) hoe aan de wettelijke eisen ten aanzien van flora en fauna te voldoen.

Bezwaarschriften

De termijn voor het indienen van bezwaarschriften tegen de gedragscode Wet Natuurbescherming Natuurinclusief Renoveren is verstreken. Eind november wordt de code – al dan niet gewijzigd – vastgesteld. Behandeling in de Eerste of Tweede Kamer is niet nodig.

Deel dit artikel

De code voorziet niet in gedegen onderzoek vooraf naar de in de huizen aanwezige dieren

Dirk van Pijkeren, van Netwerk Groene Bureaus

Hoe kun je zeldzame soorten met specifieke eisen beschermen met uniforme stan­daard­op­los­sin­gen?

Piet Bergers, directeur Zoogdiervereniging

We hebben ongelooflijk veel tijd gestoken in het ontwikkelen van een goede verblijfplaats voor vleermuizen

Leen van Dijke, voorzitter van Stroomversnelling