Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Kippen zijn leuk maar niet heilig', zegt boer Ruud Zanders

Groen

Emiel Hakkenes

Ruud Zanders. © Maartje Geels
Duurzame 100

Ruud Zanders is het brein achter het klimaatneutrale Kipster-ei – dat voordurend uitverkocht is. Gisteren werd hij uitgeroepen tot de één-na-duurzaamste in de Duurzame 100.  Dat succes kwam trouwens niet zomaar: eerst ging het familiebedrijf over de kop. 

Een jaar geleden stond hier een hijskraan die ijzeren spanten op hun plaats takelde. Nu staan er dure ­auto’s: drie Tesla’s, twee Audi’s, een BMW. En er scharrelen 24.000 kippen rond. Ja, glimlacht Ruud Zanders, er is nogal wat veranderd. Vorig jaar was ­Kipster een idee in ontwikkeling, nu is het een ­volcontinu legkippenbedrijf én een geliefde vergaderlocatie – vandaar die wagens op de parkeerplaats.

Lees verder na de advertentie

Zanders (1973) is bedenker en boegbeeld van Kipster, dat diervriendelijke én klimaatneutrale eieren produceert. Met één bescheiden kippenstal in Noord-Limburg is het bedrijf nog kleinschalig. Maar een tweede Nederlandse stal staat op stapel, want de vraag naar de eieren – uitsluitend te koop bij discounter Lidl – is permanent groter dan het aanbod. Kipster verwacht in de nabije toekomst niet alleen aan de supermarkt te ­leveren, maar ook aan verwerkende bedrijven, zoals makers van koekjes en sauzen. Dit jaar won het bedrijf de Duurzame Innovatieprijs van Rabobank (25.000 euro) en de Mansholt Business Award for ­Sustainable Entrepreneurship (12.500 euro).

Die Mansholtprijs heeft iets ironisch, want als Zanders érgens van is teruggekomen, is het wel het denken in de geest van Sicco Mansholt, dat ­gericht is op een zo hoog ­mogelijke productie tegen een zo laag mogelijke kostprijs.

Vraag hem welke inzichten hem ertoe hebben gebracht om kippen te gaan houden, en Zanders ­begint over ‘ons pap en ons mam’. Net na de oorlog groeiden zijn ouders op in een groot, arm boerengezin. Etensresten werden niet ­weggegooid, maar gevoerd aan het varken, dat eenmaal ­vetgemest werd geslacht en opgegeten – kringlooplandbouw voordat het zo heette.

Rondeelstal

Aangejaagd door Eurocommissaris Mansholt werd na de Tweede Wereldoorlog het adagium voor boeren: schaalvergroting. Zanders’ vader nam de boerderij van zijn ouders over en bouwde die uit tot een groot kippenbedrijf. Nadat hij zelf aan de Wageningse universiteit was geschoold in de geest van Mansholt, nam Zanders met zijn broer het familiebedrijf over. “We hadden drie waarden”, zegt hij. “Grootschalig, grootschalig en grootschalig.” Op het hoogtepunt had het kippenbedrijf miljoenen dieren op locaties in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Turkije en 125 man op de loonlijst. En toen, in 2007, ging de zaak failliet, onder meer als gevolg van een uitbraak van vogelgriep. “Ik ben privé flink het schip in gegaan. Ik moest mijn huis verkopen en met mijn vrouw en dochters naar een huurwoning verhuizen.”

Onder de vleugels van het internationale kippenstallenbedrijf Vencomatic maakte Zanders een nieuwe start. Hij kreeg het verzoek de Rondeelstal (een in Wageningen ­bedachte diervriendelijke kippenstal) verder te ­ontwikkelen. Het leidde tot Rondeelbedrijven op een handvol locaties, en leveringscontracten met Albert Heijn en KLM. Dat leerde hem, zegt Zanders, dat er een markt is voor duurzame eieren. Maar óók dat hij het begrip ­‘duurzaamheid’ nog verder wilde doordenken. “Kippenvoer werd gemaakt van granen. Daar kun je ook eten voor mensen van maken. Die concurrentie lijkt mij ­onwenselijk.”

Het kan niet de primaire functie van een dier zijn om opgegeten te worden

Ruud Zanders van Kipster

Zanders stelde zichzelf een fundamentele vraag: waarom zou je dieren houden en wat is hun functie in het voedselsysteem? Vroeger was het helder: beesten waren er om restjes te verwerken. Dát zou weer het uitgangspunt moeten zijn. Dus niet: op vruchtbaar land veevoer ­verbouwen, dat aan dieren geven en die daarna opeten. Maar wel: op vruchtbaar land eten voor mensen verbouwen, en wat daarvan overblijft aan de kippen of de ­varkens voeren. En op de gronden waar geen eten verbouwd kan worden, kunnen koeien of geiten grazen. Zanders: “Het kan niet de primaire functie van een dier zijn om opgegeten te worden."

En dat zegt de man die zijn brood verdient met het ­verkopen van dierlijke producten? “Het klinkt idealistisch hè? Maar ik neem dat heel serieus. Kipsterkippen eten voer dat is gemaakt van restjes beschuit, knäckebröd en eierschaal van bakkerijen.”

© Maartje Geels

Kippen zijn niet heilig

In Zanders’ redenering bepaalt de hoeveelheid menselijke voedselresten de omvang van de ­veestapel. Blijven er dan wel genoeg dieren over om alle mensen van vlees te voorzien? “Daar is in Wageningen onderzoek naar gedaan. In 2050 kun je met dit systeem 9 miljard mensen 20 gram dierlijk eiwit per dag bieden. Volgens het Voedingscentrum is dat genoeg, de rest van je eiwitinname kan plantaardig zijn. Alleen: de meesten eten nu zo’n 70 gram dierlijk eiwit. Daar zit een probleem.”

20 gram dierlijk eiwit per dag: Zanders heeft het zelf uitgeprobeerd. “Het is bijvoorbeeld één ei en twee glazen melk per dag. Als ik dat op een dag op had, was mijn quotum bereikt. Dan at ik bij het avondeten geen vlees. Of als ik mijn dierlijk eiwit uit een stukje vlees haalde, deed ik op mijn boterham geen kaas, maar jam. En dronk ik water in plaats van melk. Want als ik meer dierlijk eiwit consumeer, draag ik eraan bij dat veevoer en menselijk voedsel om landbouwgrond concurreren. Tegenwoordig eet ik bijna veganistisch, terwijl ik ook kippenboer ben.”

Want, zegt Zanders, de dieren die je benut in het voedingssysteem, moet je een zo goed mogelijk bestaan geven, op een boerderij zonder milieu-impact. “Ik wil niet voldoen aan de minimale normen voor milieu en ­dierenwelzijn, maar aan de hoogst denkbare.” Dus ligt de Kipster-stal vol zonnepanelen en wordt alle fijnstof ­afgevangen. Ook de hanen die er worden geboren krijgen een nuttige bestemming: ze worden niet meteen ­gedood, maar opgefokt en verwerkt tot burger. De uitgelegde hennen verdwijnen niet op een dumpmarkt aan de andere kant van de wereld, maar worden nuggets.

Misschien hebben we op een dag wel helemaal geen dieren meer nodig

Ruud Zanders van Kipster

“Kippen zijn leuk, hoor”, zegt Zanders. “Maar ze zijn niet heilig. Ik zie mijzelf als boer, maar ik wil niet per se ­eieren produceren. Ik wil duurzaam voedsel maken. Dat ­betekent: de reststromen van het menselijk eten optimaal benutten. Misschien hebben we daarvoor op een dag wel helemaal geen dieren meer nodig.”

De eigenaren van de dure auto’s op de parkeerplaats komen uit de vergaderruimte boven de kippenstal. Het is tijd voor hun lunch. “Vegetarisch”, knipoogt Zanders. “Maar dat weten ze zelf niet.” 

Oordeel van de jury - Joris Lohman

Ruud Zanders weet als geen ander de brug te bouwen tussen de ‘gangbare’ landbouwsector en de nieuwe stemmen in het landbouwdebat met het totaalconcept Kipster. Dat initiatief is hard op weg de pluimveesector op zijn kop te zetten.”

Wie staat er nog meer in de Duurzame 100? Bekijk de hele lijst op trouw.nl/duurzame100.

Lees meer over de mensen in de Duurzame 100 in ons dossier. 

Deel dit artikel

Het kan niet de primaire functie van een dier zijn om opgegeten te worden

Ruud Zanders van Kipster

Misschien hebben we op een dag wel helemaal geen dieren meer nodig

Ruud Zanders van Kipster