Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ja, je hebt een uitstervingsgolf, maar ook een ontstaansgolf'

Groen

Marco Visscher

De huismus begaf zich ooit louter op de steppe in Centraal Azië; tegenwoordig kom je het beestje tegen op ieder continent. © ANP
INTERVIEW

Ja, dieren en planten sterven rap uit. Maar volgens bioloog Chris Thomas is de natuur tegelijk bezig de wereld te veroveren - óók dankzij de mens.

De soortenrijkdom op aarde stemt somber, experts hebben het al over een uitstervingsgolf. Een kwart van de zoogdieren en bijna de helft van de amfibieën worden bedreigd.

Lees verder na de advertentie

Ook de Britse bioloog Chris Thomas liep jarenlang rond met deze zorgen. Maar een paar jaar geleden realiseerde hij zich dat er ook een andere kant is. Dat soorten, zoals de mens, zich verspreiden over de wereld. Dat ze veranderen, kruisen en iets nieuws in gang zetten. Op tal van plaatsen, zo blijkt, vergróót de moderne mens namelijk de biologische diversiteit. Waar de natuur een beperkte dynamiek kende vóór de komst van Homo sapiens, daar raakte ze aanvankelijk ernstig in verval toen onze primitieve voorouders ‘in harmonie met de natuur’ op jacht gingen en aldus zorgden voor de verdwijning van grote zoogdieren en vogels. Maar vandaag, nu steeds meer delen van de wereld worden opgestuwd in de vaart der volkeren, wordt die dynamiek eveneens opgestuwd - en dat is niet alleen met nadelige gevolgen.

Doordat we meer reizen en handelen dan ooit, zo beargumenteert Thomas, verspreiden flora en fauna zich overal op de aardbol, in een ongekend tempo. Zo begaf de doodgewone huismus zich ooit louter op de steppe in Centraal Azië; tegenwoordig kom je dit beestje tegen op ieder continent, zelfs op een overvol caféterras. De natuur past zich aan en verovert de wereld. Liefst twee derde van alle dieren, becijfert Thomas, leeft nu op plaatsen waar ze nog maar twee generaties geleden niet hadden overleefd. “Bij planten gaat de soortvorming nog sneller dan bij dieren.”

U klinkt nogal optimistisch.

“Alleen al in de afgelopen driehonderd jaar zijn er in Groot-Brittannië meer nieuwe kruisingen van plantensoorten ontstaan dan er in heel Europa zijn uitgestorven.

In vrijwel ieder land is het aantal soorten toegenomen sinds de mens zich er heeft gevestigd. In die tijd veranderden we het landschap ingrijpend. We kapten bomen voor landbouwgrond en weide, beteugelden rivieren, bouwden bruggen en tunnels, dorpen en steden. Als gevolg verdwenen soorten en kwamen er andere. In het dynamische systeem van de natuur, heb je altijd winnaars en verliezers.

Veel verliezers, inderdaad, en daar gaat doorgaans alle aandacht naar uit. Maar er zijn tegelijk ook veel winnaars. Je hebt een uitstervingsgolf, maar ook een ontstaansgolf.

Doordat we meer reizen en handelen dan ooit verspreiden flora en fauna zich overal op de aardbol, in een ongekend tempo

Chris Thomas

We leggen ons nu toe op natuurbehoud en het voorkomen van overexploitatie. Daardoor zien we alleen de afbraak van biodiversiteit, niet meer de groei. Het tempo waarin nieuwe soorten op aarde ontstaan, is waarschijnlijk nog nooit zo hoog geweest.”

Zijn inzichten heeft hij uitgewerkt in ‘Erfgenamen van de aarde’, zijn debuut vol verslagen van persoonlijke observaties tijdens zijn internationale reizen en in de nabije omgeving van York, waar hij woont en aan de universiteit werkt als professor ecologie en evolutie. Met zijn brede blik werpt de 59-jarige Thomas, zoals de ondertitel meldt, ‘een optimistische kijk op de natuur in het tijdperk van de mens’.

Onlangs toonde een Duits-Nederlandse studie juist aan dat het aantal insecten in nog geen dertig jaar was afgenomen met zeker 75 procent. Klopt dat dan niet?

“Dat was een nogal ongebruikelijke studie. Op de meeste locaties was maar één keer gemeten, dus er was niet echt zicht op de lange termijn. Meer studies zijn nodig. Uit betere onderzoeken - waarbij op meerdere momenten de diverse soorten planten en dieren worden geteld op een vierkante meter oppervlakte grond of een monstertje zeewater - weten we dat de biodiversiteit op sommige plaatsen inderdaad afneemt, maar op veel méér plaatsen toeneemt.”

Toch zeker niet in een tropisch regenwoud dat wordt gekapt om er een sojaplantage van te maken voor ons veevoer?

“Nee. Maar zelfs dan zie je dat er soorten zijn die na een tijdje in die nieuwe, open velden gedijen. Wereldwijd geldt de toename in nog sterkere mate voor planten dan voor dieren. Dat is zeer gunstig, want van planten weten we dat ze een belangrijke voorspeller zijn voor de diversiteit van insecten en daardoor ook weer van vogels. Omdat in de meeste regio’s in de wereld de diversiteit van planten omhoog gaat, wordt de toon gezet voor langetermijngroei van algehele biodiversiteit.”

Zorgt de klimaatverandering niet juist voor een extra bedreiging?

“Jazeker, dat geldt bijvoorbeeld voor de Ethiopische wolf of de prachtige klompvoetkikker in Zuid-Amerika, die zich allebei ophouden in de bergen. Naar verwachting zal zeker 10 procent van alle soorten die op het land leven, uitsterven als gevolg van klimaatverandering. Daarom vind ik dat we de uitstoot van broeikasgassen moeten terugdringen en moeten leren om binnen de natuurlijke grenzen te leven.

“Tegelijk moeten we beseffen dat een veranderend klimaat ook kansen brengt. Meer soorten hebben het liever warm dan koud. Soorten zullen noordwaarts trekken, zoals vlinders in Engeland al laten zien, waarmee ze hun leefgebied vergroten en dus de lokale biodiversiteit verrijken. In Costa Rica zijn veel meer vogels zoals de goudhaanzanger en de zwavelborsttoekan naar de hoger gelegen nevelwouden getrokken dan er zijn uitgestorven. Als het op aarde warmer wordt, zal de biodiversiteit in de meeste gebieden naar alle waarschijnlijkheid toenemen, behalve op enkele plekken waar het droger zal worden.”

Tegelijk moeten we beseffen dat een veranderend klimaat ook kansen brengt

Chris Thomas

Wanneer soorten hun gebied vergroten, kunnen nieuwe soorten ontstaan, vooral door kruising tussen twee bestaande soorten uit andere delen van de wereld. Moeten we die hybride soorten wel volwaardig meetellen?

“Waarom niet? De meeste hybride soorten blijken niet erg levensvatbaar, maar andere wel en die beginnen zich te verspreiden. Zoölogen identificeren hen als een nieuwe soort met een eigen evolutie. U lijkt te denken dat zulke kruisingen niet echt meetellen, maar u vergeet dat veel van onze hedendaagse gewassen ooit zijn gevormd door kruising: tarwe, haver, aardappel, rijst, wortel, aardbei, et cetera. En de mens is natuurlijk zelf ook het product van kruising tussen verschillende Hominidae, ofwel mensachtigen.”

Wat vindt u van uitheemse soorten die andere soorten soms ernstig bedreigen? Biologen zeggen: bestrijd ze, want biodiversiteitswinst is niet altijd een zegen.

“Ze kunnen inderdaad een zeer nadelige invloed hebben op het ecosysteem waarin ze terechtkomen. De waterhyacint uit Zuid-Amerika verstikt andere waterplanten en verstopt rivieren, de Aziatische tijgermug verspreidt dengue en de westnijlziekte. Maar biologen erkennen dat de meeste ‘uitheemse’ soorten niet schadelijk zijn. Het onderscheid op basis van afkomst is volgens mij niet erg relevant. Er zijn genoeg inheemse soorten die het ons moeilijk maken.

“Neem de brandnetel. Als die niet oorspronkelijk voorkwam in Noord-Europa, maar overzees was geïmporteerd om zich te verspreiden en zo alomtegenwoordig te worden als nu, dan hadden we brandnetel gezien als een regelrechte ramp - niet alleen voor de natuur, maar ook voor ons: in de academische vakliteratuur zouden artikelen verschijnen over de vervelende huidirritatie. Wanneer we daarentegen nu de literatuur over brandnetels erop naslaan, zien we hoe geweldig nuttig brandnetels zijn voor de leefomgeving van rupsen en hoe vogels het gebruiken om te kunnen foerageren. Dit is illustratief voor onze neiging om bij inheemse soorten te denken aan de voordelen voor de natuur, maar bij uitheemse soorten aan de nadelen. Het is xenofobie.”

Ofwel: eigen soort eerst!

Lachend: “Inderdaad. Ik geloof dat we in kringen van hoger opgeleiden zulke oneerlijke vooroordelen nooit zouden accepteren als we die zouden toepassen op de menselijke soort.”

U bent begaan met natuurbehoud. Waarom moeten we eigenlijk soorten behouden?

Thomas denkt enige tijd na. “Ongetwijfeld zal de mens nog technologische veranderingen in gang zetten, waarvan de gevolgen ondenkbaar zullen zijn. Met zoveel mogelijk soorten op aarde bouwen we aan de veerkracht van onze aarde. Hoe meer soorten, des te meer bouwstenen voor een gezond ecosysteem.”

Laten we dus maar alles te houden zoals het is?

“Nee, dat zeg ik niet. Er is een verschil tussen de wens om zoveel mogelijk soorten in leven te houden en de wens om alles te laten zoals het is. Ieder proces in de natuur gaat over dynamiek - en we beleven momenteel een periode van sterke veranderingen in ons milieu. Of we het nu leuk vinden of niet, die periode zal nog wel eens minstens honderd jaar kunnen aanhouden. Binnenkort zijn we met 10 miljard mensen op deze aarde. Dat legt een nog grotere druk op de natuurlijke grondstoffen. De sterkste bevolkingsgroei zal zijn in Afrika, waar ook de grootste vooruitgang zal worden geboekt op het gebied van de kwaliteit van leven. Er is daarom geen enkele sprake van dat we de natuur kunnen behouden zoals ze nu is, ook al zou je dat nog zo graag willen.”

Moeten we volgens u die veranderingen aan de natuur maar domweg accepteren?

“Ja, eigenlijk wel. Dat vinden we lastig, want wij zijn geneigd om iedere verandering te zien als een gevaar. We wegen de gevolgen niet zozeer, maar tellen de risico’s bij elkaar op. Zo’n optelsom is oneerlijk, want iedere verandering brengt niet alleen risico’s, maar ook mogelijkheden. Er zijn nadelen én voordelen.

“Het probleem is dat we altijd vergelijken met een referentiepunt: of dat nu de wereld is zoals ze vandaag is, of tweehonderd jaar geleden, of twintigduizend jaar geleden, whatever. Omdat we leven in een voortdurend veranderend systeem van leven en dood, is het onvermijdelijk dat de natuur verder afdrijft van jouw gekozen beginpunt wanneer de tijd verstrijkt. We moeten ervoor waken dat we iedere afwijking van dat beginpunt niet automatisch zien als een verslechtering.

“Laten we ons bovendien realiseren dat elk beginpunt dat we kiezen de suggestie wekt dat iedere verandering tot dat ene gekozen punt goed is geweest - alsof de wereld perfect was zoals ze tóen was - en dat alle veranderingen die daarná zijn gekomen een slechte zaak waren. Dat is filosofisch gezien onhoudbaar. Het is zeker niet hoe de natuur werkt.”

We moeten ervoor waken dat we iedere afwijking van dat beginpunt niet automatisch zien als een verslechtering

Chris Thomas

Bent u niet bezorgd dat uw optimistische, dwarse blik wordt gebruikt als argument om de inspanningen voor natuurbehoud overboord te gooien?

“Dat is een vrees van veel van mijn vakgenoten. Die zorgen begrijp ik. Om die reden heb ik lang getwijfeld om dit boek te schrijven. Maar ik vind het belangrijk dat we inzien dat het een ijdele hoop is om de wereld te behouden zoals ze is. We zullen de voortdurende dynamiek moeten accepteren en erkennen dat wij als mens hooguit kunnen proberen om te zorgen dat we die veranderingen zo bijsturen dat ze over het algemeen goed zullen uitpakken.”

Hoe kunnen we dat het beste doen?

“Er is niet één recept, maar het is een goed begin als we niet langer zoveel moeite en geld steken in het behouden van de natuur zoals ze nu is of het herstellen van de natuur naar een staat zoals ze ooit was. Soorten komen en gaan. Zo is het altijd geweest.”

Vindt u het verkeerd dat milieuorganisaties willen vasthouden aan wat er is?

“Ik neem het ze niet kwalijk; ik ben en blijf lid van veel van deze organisaties. Maar ik zou wel graag zien dat ze afstappen van hun doemretoriek en meer besef tonen van de dynamiek en de kansen die ontstaan door de constante veranderingen in de natuur.” 

Bioloog en ecoloog Chris Thomas (59) is hoogleraar aan de universiteit van York. De Angelsaksische pers onthaalde zijn boek ‘Erfgenamen van de aarde’ juichend: ‘zorgvuldig beargumenteerd’, prees The Guardian. Thomas spreekt op 27 maart in Arminius (Rotterdam) en op 28 maart in De Balie (Amsterdam).

Erfgenamen van de aarde. Een optimistische kijk op de natuur in het tijdperk van de mensNieuw Amsterdam; 320 blz. € 24,99 (e-book € 9,99)

Deel dit artikel

Doordat we meer reizen en handelen dan ooit verspreiden flora en fauna zich overal op de aardbol, in een ongekend tempo

Chris Thomas

Tegelijk moeten we beseffen dat een veranderend klimaat ook kansen brengt

Chris Thomas

We moeten ervoor waken dat we iedere afwijking van dat beginpunt niet automatisch zien als een verslechtering

Chris Thomas