Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘De boer wil richting, die geef ik nu’

Groen

Emiel Hakkenes en Bart Zuidervaart

Minister Carola Schouten bezoekt een suikerbietenveld in Eerste Exloërmond. ‘Gebruik je zintuigen, kijk, ruik, proef voordat je iets weggooit.’ © Reyer Boxem
INTERVIEW

Minister Carola Schouten maakt zich zorgen over uitputting van de aarde. De huidige voedselproductie is onhoudbaar, zegt ze. Het roer moet om in de landbouw.

Het was de zomer van de droogte. Van gras dat verdorde en gewassen die niet wilden groeien. Vorige week nog was Carola Schouten, minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit, in de Veenkoloniën om de gevolgen ervan met eigen ogen te aanschouwen. De minister had toen al besloten getroffen boeren tegemoet te komen – al was dat volgens sommigen te weinig en te laat. 

Lees verder na de advertentie

Het was ook de zomer waarin Schouten na een jaar ministerschap de laatste hand legde aan haar toekomstvisie voor de Nederlandse landbouw. Die presenteert ze vanmiddag, tijdens een bijeenkomst op een boerderij in het Zuid-Hollandse Delfgauw.

Aan een richtinggevend document van de minister hebben Nederlandse boeren behoefte, is Schoutens overtuiging. “Wat ik hoorde in gesprekken, en wat ik las in het onderzoek ‘De Staat van de Boer’ dat Trouw heeft uitgevoerd, is dat boeren zich zeer bewust zijn van maatschappelijke vraagstukken rond duurzaamheid, natuur en dierenwelzijn. Aan ons nu de taak om wetten en regels aan te passen die het voor hen heel lastig maken daar goede en eigen keuzes in te maken. Er is behoefte aan logica en overzicht, een duidelijk beeld van wat we willen met de landbouw in Nederland.”

Als we zo doorgaan, kunnen Nederlandse boeren uiteindelijk niet meer boeren

De minister zit aan de grote ovalen vergadertafel in haar werkkamer op het ministerie in Den Haag. Op tafel koffie, een kan water, en drie bonbons op een schoteltje. De gewenste duidelijkheid voor de toekomst, zegt ze, “die bied ik nu.”

U bent nu bijna een jaar minister. Welk beeld heeft u gekregen van de Nederlandse landbouw?

“We hebben een heel mooie, innovatieve agrarische sector. Mensen werken er met hart en ziel aan ons voedsel. We leveren een hoge kwaliteit af, en als je kijkt onder welke condities boeren moeten werken, bijvoorbeeld vanwege de eisen voor het milieu, is dat indrukwekkend. We lopen voorop in Europa.”

En toch is het tijd voor een nieuwe ­toekomstvisie?

“Ja, want ook de landbouw zal met grote opgaven te maken krijgen. Steeds verdere duurzaamheidseisen, maatregelen vanwege het Klimaatakkoord van Parijs. Je kunt daar maar beter op voorbereid zijn dan dat je het je laat overkomen. Daarom is het nodig duidelijke keuzes te maken. Sinds ik minister ben heb ik veel gesproken met boeren, tuinders en vissers. Zij vroegen: geef ons richting. Met hun bedrijven doen ze investeringen voor de lange termijn en terecht willen ze weten waar ze aan toe zijn. En nu er weer een eigen ministerie van landbouw is, is er een nieuw momentum.”

Uw visiedocument bevat stevige teksten. U schrijft dat de manier waarop we ons voedsel produceren verder gaat dan wat de aarde kan geven. En dat ­deze situatie onhoudbaar is. Is het zo alarmerend?

“Ja, maar deze visie gaat niet alleen over de boer, visser of tuinder. Het gaat over ons allemaal, over ons hele voedselsysteem, de manier waarop we ­voedsel produceren en consumeren.

Als ­consumenten besteden we nog maar 11 procent van ons inkomen aan voedsel, door de lage prijzen. Om voor zo’n prijs te produceren moet een boer heel wat halsbrekende toeren uithalen. Tegelijkertijd stelt de maatschappij steeds meer eisen aan de boer: op het gebied van weidegang, biodiversiteit, sterrenvlees. Dat is een onbalans.

“Ons voedselsysteem zit tegen de grens aan en is op de lange termijn onhoudbaar. Als we zo doorgaan, kunnen Nederlandse boeren uiteindelijk niet meer boeren. Je kunt dan macro-economisch zeggen: produceer het voedsel maar op de plek waar dat het goedkoopst kan, desnoods buiten Nederland. Maar wat is er duurzaam aan eten van ver halen? En we willen toch vers eten? Het is tijd voor een herwaardering van ons voedsel.”

Om de toekomst van de Nederlandse voedselvoorziening veilig te stellen wilt u dat boeren overstappen op kringlooplandbouw. Wat verstaat u daar precies onder?

“Kringlooplandbouw gaat uit van zo efficiënt mogelijk gebruik van grondstoffen, en niet van zo efficiënt mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Dat is een omslag in het denken. Ons voedselsysteem bestaat uit allerlei schakels: de boer, de leverancier, de supermarkt, de consument. Voor al die schakels hebben we regels, die vaak niet op elkaar zijn afgestemd. Dat zorgt voor verkwisting en inefficiëntie.

© Reyer Boxem

“Dat is voor de toekomst onhoudbaar, want we hebben maar één aarde met een beperkte hoeveelheid hernieuwbare grondstoffen. Kringlooplandbouw benut die grondstoffen optimaal. Veehouders, akkerbouwers en tuinders gebruiken grondstoffen van elkaar: mest van de veehouder kan naar de akkerbouwer die voer voor het vee levert. Resten uit de voedselindustrie kunnen naar het vee, denk aan het blad van suikerbieten dat de suikerfabriek niet gebruikt. Bij kringlooplandbouw is de bodem de basis: wat we aan de bodem onttrekken aan water en mineralen, moeten we ook weer teruggeven. Ik noem dat ook wel boeren met boerenslimheid. Onze voorouders hadden het al door.”

U schrijft ook dat in 2050 de honger uit de wereld moet zijn, dat straks 9 miljard mensen duurzaam moeten worden gevoed. Dat vraagt om grootschalig produceren. In hoeverre gaat dat samen met uw plan?

“Nederland staat bekend om zijn innovatiekracht. Ik ben ervan overtuigd dat we kringlooplandbouw kunnen krijgen op een behoorlijke schaal. Natuurlijk, Nederland is een klein land en onze boeren werken voor de internationale markt. Dat verliezen we niet uit het oog. Hoe grootschalig een boer wil produceren, is zijn eigen keuze. Als hij maar werkt in een gesloten kringloop. Die organiseer je lokaal waar dat kan, en regionaal of internationaal waar dat moet. Kringlooplandbouw zorgt voor minder verspilling en minder uitputting van de bodem. Dat is de richting die we uit moeten.”

Zijn duurzaamheidseisen en klimaatdoelen niet eenvoudiger te behalen door minder dieren te houden?

“Dit is geen verrassende vraag, hahaha.”

Misschien wel een terechte vraag.

“Ik ken de discussie. En waar het echt knelt met de veedichtheid, zoals met de varkens in Brabant en Noord-Limburg, willen we dat oplossen: in het regeer­akkoord hebben we een sanering en verduurzaming van de varkenssector afgesproken. Maar bij een discussie over alleen aantallen dieren kom je in allerlei loopgraven terecht. Hoe kun je vaststellen wat het juiste aantal ­dieren in Nederland is? Terwijl, als je uitgaat van een kringloop, je niet hoeft te discussiëren over de hoeveelheid vee. Het gaat dan om het evenwicht tussen de aanvoer van voer en de afvoer van mest. Hoeveel dieren er bij dat evenwicht passen, zal per boer ver­schillen.”

© Reyer Boxem

Minder vlees eten zou ook helpen om de milieudruk van de landbouw te verlagen.

“Als de gedachte daarachter is dat we door minder vlees te eten minder vleesvee kunnen houden en daarmee klimaatwinst halen, denk ik dat dat een misvatting is. Want als het vlees niet uit Nederland kan komen, komt het wel van elders. En hoe duurzaam is dat? Het is juist waardevol om te weten dat je vlees van een boer uit de buurt komt. Als minister zal ik ook niet zeggen dat mensen maar één keer in de week vlees mogen eten. Maar als mensen meer plantaardig gaan eten, vind ik dat heel goed.”

U wilt dat er minder voedsel wordt verspild. Wat kunt u daaraan doen?

“Voedsel heeft waarde, en verspilling is letterlijk waardeloos. Consumenten gooien eten weg dat over de datum is, terwijl het nog goed is. Ik zou zeggen: gebruik je zintuigen, kijk, ruik, proef voordat je iets weggooit. Als minister kan ik in Europa proberen de regels rond houdbaarheidsdata aangepast te krijgen. Mijn ongeduld is groot, maar het gaat heel traag.

Wat we aan de bodem onttrekken aan water en mineralen, moeten we ook weer teruggeven

“Gelukkig komen consumenten ook in actie. Dat zag je deze zomer toen ze protesteerden omdat supermarkten groenten en fruit afkeurden dat door de droogte niet mooi gegroeid was. Aan supermarkten vraag ik: waarom stel je zulke eisen? Waarom mag een komkommer niet twee millimeter kleiner zijn? En als consumenten zich daartegen uitspreken juich ik dat toe. Als minister kan ik het niet alleen.”

Schouten laat een blik op de klok vallen. Het is tijd, de bonbons op tafel zijn nog onaangeroerd, op de gang wacht het volgende bezoek al. “Deze visie is het begin”, zegt ze. Medio volgend jaar wil de minister afspraken maken met ‘maatschappelijke partijen’ (boerenorganisaties, de zuivel- en vleesindustrie, supermarkten, banken) om af te spreken welke resultaten de komende jaren bereikt moeten worden en wie daarvoor welke acties moet ondernemen.

In 2030 moet Nederland koploper zijn in kringlooplandbouw. “Ik blijf hierover in gesprek, met boeren en het publiek.” Maandagavond doet ze dat in Zwolle, met lezers van Trouw. Schouten: “We moeten met elkaar nadenken over de vraag wat de waarde van ons voedsel is. En dat is geen onderwerp om alleen in Den Haag te bespreken.”

Als boeren de door u gewenste overstap niet willen of kunnen maken, wat dan?

“Als ik afga op jullie onderzoek naar De Staat van de Boer verwacht ik dat er draagvlak voor mijn visie is. Ik sluit aan bij bestaande ontwikkelingen, zoals het deltaplan voor biodiversiteit. Dat hebben boeren en natuurorganisaties samen opgesteld, zonder de overheid. Op het gebied van duurzaamheid en landbouw gebeurt er al heel veel in het land. Ik ga dat nu consequent doorzetten. Voor de nieuwe mestwetgeving ligt het bijvoorbeeld voor de hand om af te spreken dat we in de toekomst stoppen met kunstmest gebruiken. Er zal niet direct een verbod komen, maar er is wel een weg ernaartoe. Wat er in mijn visiedocument staat, zal doorklinken in het toekomstige beleid. En zo niet, dan mag iedereen me op de vingers tikken.”

Lees ook:

Minister Schouten geeft boeren wel hulp vanwege de droogte, maar geen geld

Het geduld van de boeren werd op de proef gesteld, maar nu komt minister Schouten van landbouw alsnog met een handreiking: boeren mogen voor een langere periode mest uitrijden op hun land.

Een verkleining van de veestapel is dé weg naar een duurzamere landbouw

Een krimp met een miljoen varkens is maar een kleine stap op weg naar duurzaamheid. Lang niet genoeg, vindt directeur Selçuk Akinci van de Brabantse Milieufederatie.

Deel dit artikel

Als we zo doorgaan, kunnen Nederlandse boeren uiteindelijk niet meer boeren

Wat we aan de bodem onttrekken aan water en mineralen, moeten we ook weer teruggeven