Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Bayer, kom op met die studies over gif'

Groen

Joop Bouma

Prevecur Energy, tegen schimmel, wordt rijkelijk gesproeid in kassen. 'Niet verantwoord voor het milieu', stelt Natuur & Milieu. © ANP

Bij de gewasbeschermingsindustrie zijn ze nog niet bekomen van de rechterlijke uitspraak, eerder deze week, dat interne rapporten over de risico's van bestrijdingsmiddelen toch echt openbaar behoren te zijn. 'We kunnen de reikwijdte van het oordeel nog niet overzien.' Milieuorganisaties kunnen dat al wel: 'Een mijlpaal. Voor heel Europa.'

Op de kantoren van Natuur & Milieu en Milieudefensie wordt reikhalzend uitgekeken naar vrijdag 27 januari. Uiterlijk op die datum moet de overheidsdienst die in Nederland bestrijdingsmiddelen toelaat, een stapeltje tot dusver geheime rapporten afleveren. Het zijn studies over de milieurisico's van een bestrijdingsmiddel van fabrikant Bayer.

Procedure van zes jaar
De gedwongen openbaarmaking is de uitkomst van een procedure die liefst zes jaar voortsleepte. De zaak is zo ongewoon lang onder de rechter geweest, dat de milieuorganisaties inmiddels een schadeclaim hebben ingediend tegen de Staat. De overheid heeft de 'redelijke termijn' overschreden waarbinnen een geschil moet worden beslecht, vinden de eisers.

Zes jaar geleden vroegen de milieuclubs de rapporten op bij de overheidsinstantie die ze heeft, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in Wageningen. Het Ctgb weigerde de documenten af te geven, omdat Bayer zich verzette. Openbaarmaking zou de concurrentiepositie van het bedrijf aantasten.

De rapporten moesten worden beschouwd als een bedrijfsgeheim, vond de producent. Het was een standaardverweer dat vaker bij openbaarheidsverzoeken werd gehanteerd.

Anti-schimmelmiddel
Natuur & Milieu en Milieudefensie wilden de rapporten over het anti-schimmelmiddel Prevecur Energy (propamocarb) inzien omdat het bestrijdingsmiddel in hoge doses wordt toegepast, onder meer in de groenteteelt (komkommers, tomaten en sla).

"Die hoge concentraties kunnen naar ons gevoel niet verantwoord zijn voor het milieu", aldus Sijas Akkerman van Natuur & Milieu. De onderzoeksrapporten die de milieuorganisaties willen zien, gaan over studies naar de restanten die na het toepassen van deze middelen in het milieu achterblijven.

Bayer wijst erop dat de resultaten van die studies altijd al worden gepubliceerd. "We doen er helemaal niet geheimzinnige over", aldus woordvoerster Hélène de Kruijs. Maar de milieuorganisaties willen weten hoe die uitkomsten tot stand zijn gekomen, of de studies wel goed zijn opgezet.

Openbaarheid in milieuzaken weegt extra zwaar
De milieuorganisaties vinden dat fabrikanten en toezichthouder volledige openheid moeten geven over de risico's van bestrijdingsmiddelen voor de voedselketen en de gezondheid van de mens. In Nederland stonden bij het Ctgb in 2010 309 werkzame stoffen voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden (gifstoffen die ongewenste organismen doden) geregistreerd. In 2006 waren dat er overigens nog 1482.

Openbaarheid weegt in milieuzaken extra zwaar, zegt Bondine Kloostra, advocaat van de milieuclubs. Op grond van het VN-verdrag van Aarhus (1998) geldt voor overheidsinformatie over milieuaspecten een speciaal regiem, omdat toepassing van milieuregels direct de leefomgeving en de volksgezondheid raken. Om die reden is het verzoek van Natuur & Milieu en Milieudefensie door de Nederlandse rechter voorgelegd aan het Europese Hof in Luxemburg.

Documenten in hele EU openbaar
Eerst moest worden bepaald, vertelt Kloostra, of deze rapporten ook echt milieu-informatie betreffen, of dat ze - zoals de praktijk was - terecht werden beschouwd als bedrijfseconomische documenten die niet openbaar hoeven te zijn. De Europese rechter oordeelde dat ook de risicostudies onder het bijzondere openbaarheidsregime vielen. "Die uitspraak betekende dat in de hele EU deze documenten openbaar zijn", aldus de advocaat.

In een poging toch nog enige controle te houden over de openbaarheid opperde Bayer om de documenten dan beschikbaar te stellen in een speciale 'leeskamer' waar geïnteresseerden dan onder toezicht inzage konden krijgen. Maar de rechter oordeelde dat openbaarheid inhoudt dat de documenten volledig beschikbaar komen, voor iedereen.

Gevolgen voor andere kwesties
De uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kan ook gevolgen hebben voor andere kwesties die vragen oproepen over de rol van bestrijdingsmiddelen, zoals bij de sterfte onder bijen in Nederland, zegt Akkerman van Natuur & Milieu.

Wetenschappers en imkers zien landbouwgif als de belangrijkste oorzaak van de bijensterfte. De fabrikanten van deze middelen ontkennen ieder causaal verband. Bestudering van de risicorapportages in de dossier van het Ctgb zou misschien enige duidelijkheid kunnen bieden, aldus Akkerman.

"Geruchten gaan dat dit middel in Nederland is toegelaten op grond van een studie van één student. Dat soort verhalen wil je dan als maatschappelijke organisatie wel eens toetsen. Wij denken dat dat na deze uitspraak ook kán. Wij kunnen nu tegen het Ctgb zeggen: Kom maar op met die gegevens."

De massale bijensterfte is een bedreiging voor de voedselvoorziening, want zonder bijen geen groenten, geen noten, geen chocolade, geen koffie en geen fruit. Tachtig procent van alle planten op aarde is voor de voortplanting of evolutie afhankelijk van de bestuiving door de bij.

Bijensterfte
De sterke stijging in de bijensterfte loopt volgens experts gelijk op met de invoering van het insecticide imidacloprid, eveneens van Bayer, dat in de jaren negentig op de markt kwam. Imidacloprid is acuut toxisch voor bijen. In de toelating van dit insecticide in de EU staat dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bescherming van honingbijen bij het verspuiten van imidacloprid.

Nefyto, brancheorganisatie van de Nederlandse gewasbeschermingsindustrie, wil nog niet op de uitspraak van het College van Beroep vooruit lopen. "We zijn nog aan het kijken wat de gevolgen zijn", zegt directeur Maritza van Assen.

"Enerzijds hebben wij geen enkele moeite met openbaarheid, anderzijds zijn wij liever terughoudend als het gaat om onze documenten waarvan concurrenten in landen waar het toezicht minder streng is, misbruik kunnen maken. De fabrikanten hebben als investerende partij natuurlijk ook hun belangen."

Deel dit artikel