null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

ReconstructiePandora Papers

Zo kwam het geld van Wopke Hoekstra op de Maagdeneilanden

Wopke Hoekstra investeerde in het bedrijf van een oude bekende die in Afrika safari’s aanbiedt. Dat leek de CDA’er een nobel doel. Maar hij kwam hierdoor terecht in de wereld van brievenbusfirma’s in belastingparadijzen.

Hij moet nú van die aandelen op de Britse Maagdeneilanden af, zegt Wopke Hoekstra op een najaarsdag in 2017 aan de telefoon tegen een oud-studievriend. Hoekstra is zojuist gepolst voor zijn droombaan: minister van financiën. Die functie dwingt hem al zijn aandelenbezit af te stoten, en daar is haast bij.

Nu is het afstoten van beursgenoteerde aandelen geen enkel probleem, die verkoop je met één druk op de knop. Maar in dit geval gaat het om een privé-investering die niet op de beurs verhandeld wordt. Hoekstra maakt deel uit van een informeel netwerk van veelal hooggeplaatste Nederlanders dat een belastingparadijs in de Cariben gebruikt om te investeren in een safaribedrijf in Oost-Afrika. Dat geld zit min of meer vast: leden van die club mogen hun aandelen alleen aan anderen in de groep doorverkopen. En die moeten daar dan maar net trek in hebben.

Elite lijkt de kijk op belastingparadijzen niet te delen

Dus heeft Hoekstra zijn oude vriend Bas Hochstenbach, ook lid van de investeerdersclub én de mede-oprichter van het safaribedrijf, nu echt nodig. Hochstenbach moet hem helpen om van zijn belang van ruim 31 duizend euro af te komen. Hochstenbach begrijpt de haast, maar heeft dat geld niet zomaar op zijn rekening staan. “Volgens mij hebben we toen een soort drieregelig dingetje getekend”, zegt Hochstenbach terugdenkend aan dat telefoongesprek met Hoekstra. “Waarin hij zei: ik draag de aandelen gewoon aan jou over, want ik mag ze niet hebben, en ik vertrouw je wel dat jij me terugbetaalt. Dat moet je maar doen wanneer je dat kan.”

Een week later staat Hoekstra samen met de koning op het bordes. Enkele weken daarna betaalt Hochstenbach hem terug. Vier jaar later zal Hoekstra zeggen dat hij nooit heeft geweten dat hij aandelen had op de Maagdeneilanden.

Onderzoek van Trouw, Het Financieele Dagblad en platform Investico levert een verhaal op vol ogenschijnlijk goede bedoelingen, die de hoofdrolspelers nu in verlegenheid brengen. Een verhaal over een langzaam veranderende kijk op belastingparadijzen, en een Nederlandse elite die deze veranderende kijk niet lijkt te delen. Die haar conclusies niet trok toen de internationale gemeenschap hard begon te oordelen over de handelwijze van de tropische oorden, en die nu min of meer gevangen zit in één daarvan.

De drie media hebben toegang tot de Pandora Papers, gelekte financiële gegevens in handen van journalistencollectief ICIJ. Het gaat om bijna twaalf miljoen documenten uit belastingparadijzen van over de hele wereld, van Panama tot de Seychellen, van de Bahama’s tot de Britse Maagdeneilanden.

Die laatste eilandengroep staat wereldwijd bekend als een van de meest beruchte belastingparadijzen. Het land kent geen winstbelasting, en schermt de ingezeten bedrijven en de aandeelhouders daarvan volledig af.

Wie vermogen onderbrengt op een belastingparadijs moet welhaast iets te verbergen hebben, zo is het algemene beeld tegenwoordig. En wie blijken dat te doen? De leden van het informele netwerk waar Wopke Hoekstra tot een week voor zijn ministerschap nog deel van was. Het clubje dat hij net op tijd kon verlaten, doordat zijn oude vriend zijn aandelen wilde overnemen.

Gelden de Maagdeneilanden tegenwoordig als notoir, begin deze eeuw was dat nog heel anders. Vóór de onthullingen uit journalistieke onderzoeken als de Panama Papers en de Offshore-leaks maalde bijna niemand om dit soort landen.

‘That’s my kind of guy’

Dat gold ook voor een zekere zakenbankier, Jeroen Harderwijk. Harderwijk zegde in 2003 zijn succesvolle baan bij ABN Amro op om met zijn vrouw te vertrekken naar haar vaderland Tanzania. Hij had haar enkele jaren eerder ontmoet in een trein in Afrika, waarna zij met haar familie naar Nederland kwam.

Het lukte alleen niet om hier te aarden. Nu gaan ze het dus samen in Tanzania proberen. Harderwijk wil zich inzetten voor de dieren, de natuur en de mensen daar. Dat begint met een stichting die onderwijs organiseert voor mensen in afgelegen gebieden. Daarna volgt het idee van een groot safariconcern: dat kan lokale mensen aan banen helpen en geld afdragen aan de overheid voor natuurbehoud.

Rond diezelfde tijd bedenkt een andere Nederlander, Bas Hochstenbach, dat ook hij wel klaar is voor een volgende stap. Ja, het snoeiharde werken bij advieskantoor McKinsey bevalt hem op zich prima. Maar hij merkt dat hij toe is aan een leven dat verder reikt dan de Nederlandse zakenwereld. Dus als hij van een andere McKinseyaan hoort over een man die zijn hele loopbaan heeft opgezegd om opnieuw te beginnen in Tanzania, denkt hij: ‘That’s my kind of guy’.

Lees hier de politieke reacties Hoekstra's bezittingen op de Maagdeneilanden: ‘Beleggingen Hoekstra schadelijk voor reputatie Nederland

Een eerste contact tussen Hochstenbach en Harderwijk volgt. De laatste zegt: “Mijn vrouw heeft tien jaar met mij in de modder en de kou gezeten. Nu verdient ze het dat ik het hier ga proberen. Ik weet nog niet wat we gaan doen, maar als je wilt mee denken: hartstikke leuk’”, herinnert Hochstenbach zich nu. “Dat was 2004, en daar is safaribedrijf Asilia uit ontstaan.”

Inmiddels werken er ongeveer 900 mensen bij Asilia Africa en heeft het zo’n vijftien locaties waar gasten kunnen overnachten. Destijds was het bedrijf nog een stuk kleiner. Hotels en lodges opzetten is duur, en Hochstenbach en Harderwijk zijn in de jaren na 2004 veel bezig met het ophalen van geld bij investeerders. Dat komt rond 2008 noodgedwongen in een stroomversnelling als Asilia zware tijden beleeft tijdens de wereldwijde financiële crisis.

Lees ook:

* 12 miljoen documenten, 600 journalisten in 115 landen. Dit zijn de Pandora Papers.
* Tony Blair ontweek belasting – en andere buitenlandse onthullingen uit de Pandora Papers.

Een overzicht van alle stukken vindt u op trouw.nl/pandorapapers.

In het eigen netwerk op zoek naar investeerders

Hochstenbach en Harderwijk besluiten in hun eigen netwerk op zoek te gaan naar investeerders om hun bedrijf overeind te houden. Maar hoe regel je die financiering op een handige manier? De investeerders zullen vooral uit Nederland komen, maar mogelijk ook uit andere landen. En hun geld moet verspreid worden over bedrijven in meerdere Oost-Afrikaanse landen. Dat vraagt om een investeringsvehikel in een economisch stabiel land, denken de oprichters.

Dan zegt Harderwijk dat hij nog een investeringsfirma heeft op de Britse Maagdeneilanden. Daarover beschikt hij sinds 2003, omdat hij toen al voorzag dat hij iets wilde opzetten in Oost-Afrika, al wist hij toen nog niet wat. Nu kan hij het gebruiken voor Asilia. “Het was een snelle, makkelijke en goedkope manier om aan de slag te gaan”, mailt Harderwijk, terugdenkend aan die tijd. Hij zegt niet meer te weten wie de firma voor hem heeft opgezet. Hochstenbach staat bij dat het ABN Amro MeesPierson was, de oude werkgever van Jeroen Harderwijk.

Waarom richtten de twee geen Nederlandse BV op, waarvan hun Nederlandse vrienden en kennissen dan aandeelhouder konden worden? “Dat was duurder geweest”, stelt Harderwijk nu. Administratie- en accountantskosten zijn hier hoger, het benodigde startkapitaal groter en het papierwerk tijdrovender.

Nogal wat grote namen uit de zakenwereld

Dus wendt hij zich in 2009 tot zijn brievenbusfirma aan de andere kant van de wereld. Een bedrijf waar verder niets in gebeurt, behalve dat investeerders er aandeelhouder van kunnen worden. De firma, Candace Management, wordt grootaandeelhouder van Asilia.

Op die manier verkrijgen geldschieters via Candace indirect een aandeel in Asilia. De investeerders komen uit het directe netwerk van Hochstenbach en Harderwijk. Hochstenbach vraagt vrienden uit zijn Leidse studententijd en van McKinsey, Harderwijk vraagt oud-collega’s van ABN Amro.

Zo kan het dat er rond 2009 nogal wat grote namen uit de zakenwereld op de Britse Maagdeneilanden zijn beland. Harderwijks oud-collega Alexandra Schaapveld bijvoorbeeld, die nog weet hoe hij begon rond te bellen en koffie-afspraken maakte om over zijn project te vertellen. Ze is momenteel commissaris bij de Franse bank Société Générale en bij staatsbedrijf Holland Casino. Tot voor kort was ze ook toezichthouder bij ontwikkelingsbank FMO.

En Schaapveld is niet de enige. Neem Tom de Swaan, de man die na zijn tijd als bestuurslid van De Nederlandsche Bank in de jaren negentig ‘privaat ging’ en bestuurslid werd bij ABN Amro (en daar later, in 2018, zelfs president-commissaris zou worden). Of Wilco Jiskoot en Joost Kuiper, die beiden zo’n tien jaar in de raad van bestuur zaten bij ABN Amro. Allemaal tekenen ze in bij Jeroen Harderwijk.

Lees ook de reactie van emeritus hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts op de onthullingen. “Het is klip en klaar: als je een belang hebt in een belastingparadijs en je moet beslissen over het beleid van de bank over belastingparadijzen, dan is sprake van de belangenverstrengeling of de schijn daarvan.”

Op het juiste moment gepaaid

Allemaal zetten ze ook bewust hun handtekening op een papiertje waarop ‘de Britse Maagdeneilanden’ staat geschreven, herinnert één van de investeerders zich nu, jaren later nog. Maar daar waren ze niet zo mee bezig, zegt Alexandra Schaapveld aan de telefoon. De groep bestaat uit “een heleboel oude ABN’ers die Jeroen allemaal kenden als een waanzinnig leuke, gedreven man. Als die dan zo’n avontuur aangaat, ga je je niet bezighouden met hoe het allemaal wordt opgezet. Je gaat je bezighouden met, goh, hoe kunnen wij jou helpen?”

Misschien helpt het Harderwijk dat zijn voormalige bank ABN Amro rond deze tijd, in 2009, net in drie stukken is opgedeeld door een internationaal bankenconsortium uit Schotland, België en Spanje. De volledige banktop wordt uitgekocht. Volgens een van de andere investeerders in Candace, die anoniem wil blijven, heeft Harderwijk zijn oud-collega’s daarom op het juiste moment ‘gepaaid’ om hun afkoopregelingen in iets moois te investeren.

Alexandra Schaapveld zegt zich daar niet in te herkennen. Voor haar is safaribedrijf Asilia gewoon een investering waar je trots op kunt zijn. De Maagdeneilanden-route is bijzaak. “Alle kampen worden onderhouden door lokale mensen en vaak laat Harderwijk de groenten verbouwen door dorpen in de buurt. We sponsoren allemaal scholen via hem, hij zorgt voor een gidsenopleiding waardoor jongens en meisjes nieuwe banen kunnen krijgen.” Ze vindt het veel leuker om met anderen te praten over aandelen in dit soort projecten dan over aandelen in een bedrijf als Shell, zegt ze.

Terwijl Harderwijk koffie drinkt met zijn oud-collega’s, benadert Bas Hochstenbach vooral oude studievrienden. Zo brengt hij de wat jongere garde binnen bij Candace. Onder hen de 34-jarige Wopke Hoekstra, met wie Hochstenbach weleens afsprak tijdens zijn studie in Leiden, en die hij later weer tegenkwam bij advieskantoor McKinsey.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

‘Jullie zitten op een volstrekt verkeerd spoor’

Hochstenbach woont al in Arusha, een stad in het noorden van Tanzania, als Hoekstra met wat andere vrienden de Kilimanjaro beklimt. Arusha ligt onder de rook van die berg en Hoekstra’s groep komt na de klim bij Hochstenbach eten.

Op dat moment woont de toekomstig minister nog met vrouw in de buurt van het Vondelpark in Amsterdam en is hij partner bij McKinsey. Hij zegt dat hij het ‘hartstikke leuk’ vindt wat Hochstenbach hier allemaal doet, herinnert die zich. Hoekstra zegt dat hij bij de volgende investeringsronde wel mee wil doen, 22 mei 2009 legt hij een bedrag in dat uiteindelijk zal groeien naar 26.500 euro.

Bij de andere investeerders is dat niet heel veel meer, het zijn tamelijk bescheiden bedragen voor vermogend Nederland. Rijk worden ze er ook niet van: Asilia doet niet aan winstuitkering zodat het safaribedrijf beter kan groeien. Veel extra belastingvoordeel heeft de route via de Maagdeneilanden ook niet: de houdstermaatschappij van Asilia zit op het Afrikaanse eiland Mauritius, een land dat al nauwelijks belasting heft op uitgaande geldstromen. De groep ziet de investeringen meer als een bijdrage aan een goed doel, zo laten meerdere leden weten.

Vandaar dat de betrokkenen het zo vervelend vinden dat Asilia nu zó in het nieuws moet komen, met deze constructie op de Maagdeneilanden, bedacht in een tijd dat die nog helemaal niet controversieel was. “Jullie zitten wat mij betreft op volstrekt verkeerd spoor”, sms’t Wilco Jiskoot bijvoorbeeld. “Het gaat niet om rendement maar om meewerken aan een supermooi initiatief.”

Aantrekkelijk voor wie iets wil afschermen

Op zich klopt het wel dat deze investeringsroute begin deze eeuw nog niet zoveel vragen opriep, zegt Jan van Koningsveld, directeur van het Offshore Kenniscentrum en oud-rechercheur bij de Fiscale Opsporingsdienst (Fiod). Althans, niet bij het grote publiek. Wel maakte het land in die tijd al naam bij degenen die iets willen afschermen voor anderen. “De Britse Maagdeneilanden begonnen zich vanaf de jaren tachtig zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor mensen die hun identiteit of hun vermogen willen verhullen”, zegt Van Koningsveld. “Vóórdat ze daarop inzetten, was het een nogal arm land met enkel wat schapen en landbouw. Tegenwoordig worden er 40.000 vennootschappen per jaar opgericht”, zegt hij. Bijna uitsluitend voor buitenlanders – het land zelf heeft maar 30.000 inwoners.

Het gaat hier dus niet zomaar om een belastingparadijs. Geen ander land weet zoveel klanten voor een anonieme brievenbusfirma te trekken, zegt Van Koningsveld. Dat betekent volgens hem dat het land ‘een goed product levert’. “Er is daar geen handelsregister dat online toegankelijk is, ze maken er niet bekend wie de aandeelhouders en de directeur zijn van een bedrijf en ze kennen er helemaal geen winstbelasting.”

Dat laatste betekent ook dat de Belastingdienst amper informatie heeft over bedrijven die op de Maagdeneilanden huizen – die hoeven immers geen belastingaangifte te doen. Wat weer betekent dat de fiscus op de Maagdeneilanden ook amper informatie heeft om over te dragen als een buitenlandse opsporings- of belastingdienst daarnaar vraagt.

Hét teken om uit te kijken

Tijdens zijn werk bij de Fiod zag Van Koningsveld al in de jaren negentig dat het spoor in opvallend veel fraude- en corruptiezaken naar de Maagdeneilanden leidde. En inmiddels laten rapporten zien dat een brievenbusfirma op zo’n eiland hét teken is dat banken en toezichthouders moeten uitkijken voor mogelijke fraude en witwassen, zegt Van Koningsveld. Maar het grote publiek had dat pas later door. Dat veranderde pas na onthullingen zoals de Offshore-leaks in 2013 en de Panama Papers in 2016, zegt hij.

“Het lijkt mij dat de investeerders in Asilia vanaf dat punt toch wel moesten denken: laten we hier wegwezen”, zegt Van Koningsveld. Illegaal is de gang van zaken niet, zolang investeerders hun belang netjes melden bij de Nederlandse belastingdienst. Wel vindt Van Koningsveld hun aanwezigheid op het belastingparadijs ‘opmerkelijk en onhandig’.

Dat vinden sommigen van hen zelf óók. Binnen de groep investeerders is er al jaren onvrede over deze Maagdeneilanden-constructie, zo stellen meerdere van hen op basis van anonimiteit. “Er zijn er die zeggen: we zijn er niet zo blij mee dat dit zo geregeld is, want dat roept vragen op”, aldus één. “Dat blijkt nu dus wel.” Een ander baalt ervan dat hij zich nu zorgen moet maken dat zijn naam uitlekt, terwijl hij eigenlijk gewoon investeerde in een bedrijf dat goede dingen doet.

Moeilijk om uit te stappen

Er klinken zelfs geluiden dat het moeilijk is om er als individuele investeerder uit te stappen. Bas Hochstenbach geeft dat ook min of meer toe: “Ja, sommigen zouden er best graag uit willen. Voor de ebolatijd waren we ook serieus bezig om die mensen de kans te gunnen. Maar doordat hele gezeur met covid, ja, was aandelenverkoop gewoon even minder mogelijk... Hopelijk wordt het eind volgend jaar weer eens reëel om daaraan te denken.”

Weer anderen uit de groep malen minder om de route via de Maagdeneilanden. “Misschien moeten we daar naar gaan kijken”, zegt Alexandra Schaapveld. “Maar ik kan je vertellen dat dit het laatste is wat ons interesseerde in de afgelopen twee jaar.” Ze zou liever een stuk in de krant lezen over wat Asilia ‘voor verschil heeft weten te maken voor die duizenden mensen in Afrika’.

Het is dan ook een betrokken groep investeerders, de ‘vrienden van Asilia’, zoals ze zich noemen. Sommigen, onder wie Schaapveld, komen wel eens langs voor een safari – een reis die ze dan keurig betalen, zonder aandeelhouderskorting. Tijdens corona stortten sommigen nieuw geld bij, en met name de oud-zakenbankiers geven geregeld advies over het benaderen van nieuwe geldschieters. Dat zijn bijvoorbeeld institutionele financiers als de Noorse ontwikkelingsbank Norfund, die er sinds 2013 in zit. Soms komt een kleiner deel van ‘de vrienden’ ook fysiek bij elkaar, bij iemand thuis in Amsterdam, of anders in een restaurant. Dan vertelt Jeroen Harderwijk over zijn plannen met het bedrijf.

Netjes opgegeven bij de belasting

Alle betrokkenen die Trouw, FD en Investico spraken, zeggen dat zij hun belang in Candace netjes hebben opgegeven bij de Nederlandse belastingdienst. Wilco Jiskoot zegt dat hij ‘nog nooit zo’n onbehoorlijke vraag heeft gehad’ en dat hij zijn belang ‘uiteraard’ elk jaar in zijn aangifte heeft opgenomen. Dat geldt ook voor Tom de Swaan en Wopke Hoekstra.

Ondertussen krijgt Jeroen Harderwijk de afgelopen weken veel berichten en gealarmeerde vragen van ‘de vrienden van Asilia’. Ze zijn benaderd door journalisten vanwege de Maagdeneilanden-constructie die híj heeft opgezet. Híj is degene die afscheid kan nemen van die constructie. Waarom doet hij dat niet? Volgens expert Van Koningsveld kan dat vrij eenvoudig, bijvoorbeeld door een nieuwe firma op te zetten in een ander land, de aandelen daar naartoe te verplaatsen en die vervolgens weer aan de investeerders te geven.

“Dat is inderdaad de beste manier en daar zijn we inmiddels ook mee bezig”, reageert Harderwijk, die per mail zegt al ‘iets’ op Mauritius te hebben opgestart. “Maar dat is een moeizaam proces met alle klantcontroles en omzettingen van contracten die daarbij komen kijken.” Hij zegt dat er sinds de Panama Papers van april 2016 wel discussie is over verhuizen, maar dat het er sindsdien nog niet van is gekomen.

Bewijsje van de gift

Bijna vier jaar nadat Hochstenbach zijn oude vriend Hoekstra aan de telefoon krijgt om diens aandelen over te nemen vanwege zijn aanstaande ministerschap, belt Hoekstra hem weer. De inmiddels demissionaire minister had zijn rendement destijds laten overmaken aan een goed doel, zodat hij alleen zijn inleg van 26.500 terugkreeg en geen cent meer. Of Hochstenbach het bewijsje voor die gift nog voor hem kan regelen nu hij door journalisten is benaderd? “Waarna Wopke tegen mij zei: ‘Weet je, ik vind het een beetje gek: hoe komt het nou dat Asilia opeens in zo’n Panama Papers-achtige-file terechtkomt. Dat is toch raar?’”

Anderhalve week later krijgt Hoekstra vervolgvragen voorgelegd van de journalisten. Op dat moment heeft hij al een lange reeks vragen beantwoord over de Maagdeneilanden. Nu willen de journalisten weten: heeft u ooit aangedrongen op het vertrek van Candace uit de Maagdeneilanden? Zijn antwoord: “Nee, ik was geen actieve aandeelhouder. Ik was me bewust van de internationale context van deze organisatie, daar zij opereert in Kenia en Tanzania, maar niet van de locatie waar de organisatie stond geregistreerd.” Met andere woorden: Hoekstra zegt dat hij niet wist dat zijn aandelen in de Cariben stonden geregistreerd. In antwoord op eerdere vragen zei hij dat nog niet, en ook lijkt hij hierin alleen te staan. Voor geen enkele van de andere Candace-investeerders die Trouw benaderde, leek het als een verrassing te komen dat hun aandelen op de Maagdeneilanden stonden.

Als Bas Hochstenbach telefonisch aan Hoekstra heeft bevestigd dat het bewijs voor zijn schenking aan het goede doel zijn kant op komt, zegt hij de demissionair minister dat die best trots mag zijn op zijn investering. Dat vond de CDA-leider grappig om te horen, herinnert Hochstenbach zich. “Ik ging nu bijna een soort verdediging in”, zou Hoekstra tegen Hochstenbach gezegd hebben. “Terwijl het eigenlijk gewoon hartstikke mooi is wat jullie doen.”

Belangenconflict tussen senator Hoekstra en investeerder Hoekstra?

Experts zitten met de vraag of sommige van de investeerders in Candace Management niet transparanter hadden moeten zijn over hun aandelen. Hoekstra heeft zijn zakelijk belang op de Maagdeneilanden tijdens zijn gehele periode in de senaat verzwegen voor de voorzitter van de Eerste Kamer. Op zichzelf is het melden daarvan ook niet wettelijk verplicht in Nederland, zegt hoogleraar en integriteitsexpert Christoph Demmke. Hij adviseert onder meer het Europees Parlement over hoe goed verschillende lidstaten hun integriteitsregels op orde hebben. Maar wettelijk verplicht of niet, het niet-melden blijft volgens Demmke ‘onacceptabel’ en ‘beneden alle internationale standaarden’.

Hoekstra deed zijn aandelen van de hand toen dat bij zijn toetreding tot het kabinet moest van de landsadvocaat. Daar zou hij zich als minister van financiën, samen met ambtgenoten uit heel Europa, gaan inzetten om misbruik via belastingparadijzen aan te pakken.

Is hier nu sprake van een belangenconflict tussen senator Hoekstra en investeerder Hoekstra? Daar is niet iedereen van overtuigd. Paul Bovend’Eert, hoogleraar aan de Radboud Universiteit, vraagt zich bijvoorbeeld af hoeveel Hoekstra zich als senator daadwerkelijk heeft bemoeid met maatregelen tegen de Maagdeneilanden. Dat deed Hoekstra niet expliciet. Hij laat op vragen weten dat hij nooit het woord heeft gevoerd over fiscale onderwerpen. Wel staat hij in Eerste Kamer-documenten vermeld in schriftelijke overleggen over Europese maatregelen tegen belastingparadijzen in 2015 en 2016.

Maar al dacht Hoekstra mee over fiscaal beleid, dan is punt twee volgens Bovend’Eert: had Hoekstra tijdens die overleggen ook een ‘bijzonder belang’ met zijn aandelen in een bedrijf op de Maagdeneilanden? Een kleine hoeveelheid aandelen bezitten is iets anders dan grootaandeelhouder zijn van een bedrijf, zegt Bovend’Eert. Of in de raad van commissarissen zitten van een onderneming waarover je je als senator uitlaat. “Iederéén in de senaat heeft wel een klein belang in het een of ander. Waar het om gaat, is dat je niet een heel specifiek eigenbelang hebt”, stelt Bovend’Eert. “Anders zou een senator die een dieselauto rijdt ook niet meer mogen meestemmen over dieselbeleid in Nederland.”

Evengoed laat de Hoekstra-casus volgens emeritus hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts (VU) zien hoe makkelijk Nederlandse politici soms denken over integriteit. Dat zij zich houden aan alle regels ontslaat hen nog niet van nadenken over moreel handelen, zegt hij: “Alleen maar zeggen ‘het was volgens de regels’, dat vind ik mager. Hoekstra staat daarin niet alleen, die nonchalance delen velen in landelijke politiek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden