Topvrouwen

Zachte dwang nodig voor meer vrouwen aan de top, adviseert de Ser

Herna Verhagen is bestuursvoorzitter van PostNL. Beeld ANP

Er zijn nog altijd weinig vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven. De Sociaal-Economische Raad adviseert het kabinet om daar wat aan te doen, met een vorm van dwang.

Beursgenoteerde bedrijven die weinig vrouwelijke commissarissen hebben, moeten een vrou­w benoemen als zij een nieuwe toezichthouder nodig hebben. Doen zij dat niet, dan moet de vacature vacant blijven.

Dit advies heeft de Sociaal-Economische Raad (Ser) gisteren aan het ­kabinet gegeven. Op verzoek van de ministers Koolmees (sociale zaken) en Van Engelshoven (emancipatie) boog de Ser zich, niet voor de eerste keer, over de vraag hoe de diversiteit aan de top van bedrijven kan worden bevorderd.

Het aantal vrouwen dat deel uitmaakt van raden van bestuur en raden van commissarissen is de laatste jaren toegenomen, maar groot is die toename niet. Ongeveer een achtste van de bestuursleden bij de grootste 5000 bedrijven en (semi-)overheidsinstellingen is nu vrouw. Bij de commissarissen ligt het percentage vrouwen hoger: 18,4 procent.

Het streven dat is vastgelegd in de wet, 30 procent, wordt maar door een kleine minderheid van de ­bedrijven gehaald. Bij slechts 8 procent bestaat de directie én de raad van commissarissen voor minstens 30 procent uit vrouwen. Bijna 20 procent van de bedrijven heeft een bestuur met minstens 30 procent vrouwen. Bijna een derde heeft voldoende vrouwelijke toezichthouders.

Geen verplichting

Die percentages zijn beduidend hoger dan ze in 2012 waren. Toen had maar 9,3 procent van de bedrijven een bestuur met minimaal 30 procent vrouwen. Maar het gaat te langzaam, vindt de Ser, een van de belangrijkste adviesorganen van het kabinet. Enige dwang is daarom geboden. Voor een hard quotum – zoals in Noorwegen waar 40 procent van de bestuurders en commissarissen bij beursgenoteerde ondernemingen vrouw moet zijn – pleit de Ser niet. Een verplicht quotum legt volgens de Ser te veel beperkingen op aan de vrijheid van bedrijven om te benoemen wie ze willen.

Voor een minder ingrijpende vorm van dwang voelt de Ser, bestaand uit vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en door de Kroon ­benoemde onafhankelijke deskundigen, wel iets. Die dwang geldt bij de samenstelling van raden van commissarissen van de 88 Nederlandse beursgenoteerde bedrijven, die volgens de Ser een voorbeeldfunctie hebben. 

Ze mogen geen mannelijke toezichthouders meer benoemen als hun raad van commissarissen voor minder dan 30 procent vrouwen bevat. Kiezen zij niet voor een vrouw, dan moet de commissarisstoel leeg blijven. Van die 88 bedrijven hebben er 58 te weinig vrouwelijke commissarissen. De Ser hoopt dat er meer vrouwen in de top worden benoemd als er meer vrouwelijke commissarissen komen. De commissarissen benoemen directieleden.

Voor de circa 5000 ‘grote’ Nederlandse bedrijven en (semi-)overheidsinstellingen die niet aan de beurs zijn genoteerd, geldt de verplichting niet. Wel moeten zij met ‘ambitieuze streefcijfers en actieplannen komen’. Zij moeten niet alleen aangeven hoe zij meer vrouwen in de top en de hogere echelons denken te krijgen. Zij moeten dat ook doen voor minderheden en mensen van niet-westerse ­afkomst. Ook die dringen nauwelijks door tot de top. Sancties voor bedrijven die geen ‘ambitieuze streefcijfers en actieplannen’ maken, bepleit de Ser niet.

Duitsland en Noorwegen als voorbeelden

De regel die de Ser voor de commissarissen adviseert, bestaat al in Duitsland, althans voor de circa honderd grootste beursgenoteerde bedrijven aldaar. De wet die het quotum regelt, dateert van 2015. In 2018 bestonden de raden van commissarissen van die circa honderd bedrijven voor 32,8 procent uit vrouwen. Ruim driekwart van die honderd voldeed eind 2018 aan de verplichting. Bedrijven die de verplichting kregen opgelegd, bleken door de bank genomen meer vrouwelijke commissarissen te benoemen dan de 200 grote bedrijven voor wie de verplichting niet gold.

De quota die Noorwegen doorvoerde, hebben ertoe geleid dat topfuncties sinds 2008 veel vaker door vrouwen worden bekleed. De loonkloof tussen mannen en vrouwen binnen besturen nam af. Maar het toenemend aantal vrouwen in de top leidde niet tot meer vrouwen in de subtop of elders in de organisatie.

Lees ook: 

Wat het bedrijfsleven niet lukt, lukt de overheid wel. 

Minister Blok makate vandaag bekend dat 31 procent van de topfuncties door wordt bezet. Het streefcijfer van dertig procent is daarmee gehaald, twee jaar eerder dan gepland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden