Wet werk en inkomen

Wie niet meer kan werken, krijgt te vaak financiële problemen. Tijd om de wet Wia aan te passen, vinden de vakbonden

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia) werkt niet naar wens. Hij is ingewikkeld, en veel mensen vallen buiten de boot. Dat moet anders, schrijven vakbonden FNV, CNV en VCP in hun witboek Hardheden in de Wia.

Ingrid Weel

Krijg je een ernstig ongeluk of word je langdurig ziek? Maak dan je borst maar nat. Na twee jaar doorbetaling van loon, moeten uitgevallen werknemers zich melden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, oftewel het UWV. Daar kunnen ze een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de Wia, aanvragen.

De drie vakbonden FNV, CNV en VCP laten gezamenlijk zien waar de uitgevallen werknemers dan tegenaan lopen. In het kort? Veel mensen komen helemaal niet in aanmerking voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering, omdat ze volgens de wet nog voldoende kunnen verdienen met hun beperking. Het betreft vaak mensen met een lager inkomen. Zij worden voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt verklaard, en staan dan met lege handen.

Bij de invoering van de Wia in 2006 ging de politiek er nog van uit dat de groep die voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zou worden verklaard, zou blijven werken, omdat werkgevers hadden beloofd deze groep werknemers in dienst te houden en ze zo te behouden voor het arbeidsproces. Werk is natuurlijk beter dan een uitkering. Vandaar dat de ondergrens voor de toegang tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering werd verhoogd van 15 procent, zoals die in de WAO was, naar 35 procent in de Wia.

In de praktijk blijkt nu dat minder dan de helft van deze groep zonder uitkering aan het werk is. FNV-vicevoorzitter Kitty Jong: “En je bent al heel snel ‘aan het werk’. Namelijk bij minimaal een maand werken in een kalenderjaar.”

De vervolguitkering is laag

Een tweede probleem volgens de vakbonden is de veel te lage Wia-uitkering als je een ‘vervolguitkering’ krijgt. De eerste twee jaar krijgen de meeste mensen die gedeeltelijk of tijdelijk niet kunnen werken een loongerelateerde uitkering, maar daarna wordt het een een loonaanvullingsuitkering of vervolguitkering.

Als het een vervolguitkering wordt, dan gaat het bedrag van de uitkering enorm omlaag. Als voorbeeld komen de vakbonden met ‘mevrouw G’, zij werkt in vaste dienst en verdient 3453 euro bruto per maand. Na twee jaar ziekte komt zij in de Wia. Zij krijgt een arbeidsongeschiktheidspercentage van 50. Eerst krijgt ze twee jaar een loongerelateerde uitkering. Da’s prima. Maar dan.

Om na twee jaar in aanmerking te komen voor de loonaanvullingsuitkering, moet zij zelf minimaal 1726 bruto (de helft van haar oorspronkelijke salaris) verdienen. Het lukt haar niet om werk te vinden. Dus krijgt ze geen aanvulling, maar volgt een vervolguitkering. Deze bedraagt echter maar 35 procent van 1726 euro, dat is 603,75 euro bruto per maand. Veel te weinig om van rond te komen.

Onduidelijk computersysteem bij UWV

Probleem 3: een onbegrijpelijk systeem waarmee wordt besloten voor hoeveel procent iemand arbeidsongeschikt is. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS). Dat is een computersysteem van het UWV dat niet toegankelijk is voor externe partijen.

Het CBBS bevat een gedetailleerde beschrijving van enkele duizenden functies die in Nederland voorkomen, zoals koekjesinpakker of printplaatinstallateur. Bij deze functies horen ook salarissen. Het procentuele verschil in inkomen tussen deze salarissen en het laatst verdiende inkomen bepaalt iemands ‘arbeidsongeschiktheidspercentage’.

Dat percentage zegt dus niets over wat iemand heeft of hoe ziek iemand is, maar alleen over het verlies van inkomen. Deze methode brengt met zich mee dat mensen met hogere inkomens meer kans hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, omdat voor hen de inkomensval groter is.

De directeur wel een uitkering

Zo kan het dat een directeur en zijn secretaresse allebei een hernia krijgen, dezelfde beperkingen ervaren, en dat de directeur wel een Wia-uitkering krijgt, maar de secretaresse niet.

De vakbonden vinden het CBBS-systeem niet deugen. Door de vage omschrijving van veel functies, maar ook omdat de belastbaarheid van een werknemer vaak helemaal niet aansluit bij de door het UWV geselecteerde functie. ‘De afstand tussen de geselecteerde functie en de praktijk is groot’, aldus de bonden.

Zij bieden dinsdag hun manifest aan in de Tweede Kamer. De Kamerleden debatteren woensdag over de Wia.

Lees ook:

De Wia helpt mensen niet sneller terugkeren naar de arbeidsmarkt

In de Wia zouden mensen met een ziekte of beperking sneller terugkeren naar de arbeidsmarkt, was de gedachte. Dat blijkt niet zo te zijn. Moet de Wia op de schop?

Voor mensen met een Wia-uitkering kan een klein foutje desastreus uitpakken

Jerry Allon uit Utrecht is voor 70 procent afgekeurd en werkt naast zijn Wia-uitkering. Door een misverstand verdiende hij 384 euro te weinig om aan de regels te voldoen. Dat kost hem nu het 14-voudige.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden