Re-integratie

Werknemer met long covid is vaak de wanhoop nabij: ‘Het voelt alsof ik nog steeds aan de ketting lig’

null Beeld Studio Vonq
Beeld Studio Vonq

Long covid is nog een onbekende ziekte en dat zorgt voor problemen bij de re-integratie van werknemers. ‘Ik kon niet meer zelfstandig lopen, mijn bestek vasthouden, en nauwelijks nog praten.’

Yara van Buuren

Wanneer kan iemand met long covid weer aan het werk? Met die vraag worstelen werkgevers, werknemers, bedrijfs- en verzekeringsartsen. Neem Vera (41). Zij liep in het verpleeghuis waar ze werkte als activiteitenbegeleidster long covid op. Dat gebeurde al aan het begin van de coronapandemie. Ze is inmiddels voor het grootste deel afgekeurd.

Het valt Vera zwaar om over de gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar te vertellen. “Er is echt iets stuk gemaakt.” Niet alleen het gevecht tegen haar ziekte is uitputtend, het gevecht tegen de beslissingen van haar leidinggevenden komen daar nog bij.

Al vanaf het begin heeft Vera het gevoel er alleen voor te staan. “We moesten maar zien hoe we het deden”, vertelt ze over die eerste periode in 2020 dat er corona uitbrak in het verpleeghuis. Er was nauwelijks contact met haar leidinggevende en de juiste beschermingsmiddelen ontbraken. Binnen twee weken is Vera zelf besmet met corona.

Nauwelijks nog praten

Ze wordt zo ziek dat ze naar de spoedpost gaat, maar Vera is nog jong en de ziekenhuizen liggen vol, dus wordt ze weer naar huis gestuurd. Daar ligt ze de eerste weken alleen maar op bed. Als ze daarna haar werkzaamheden probeert op te pakken, stort ze volledig in. “Ik kon niet meer zelfstandig lopen, mijn bestek vasthouden, en nauwelijks nog praten.” Door de ziekte belandt ze tijdelijk in een rolstoel.

Het duurt meer dan een jaar voordat Vera lichamelijk iets opknapt. Op dat moment hoopt ze eindelijk te kunnen starten met een revalidatietraject.

Ondertussen heeft haar bedrijfsarts al een nieuw plan voor haar re-integratietraject opgesteld. In de documenten ingezien door Trouw, staat dat Vera twee tot vier uur per week kan beginnen met licht administratieve werkzaamheden.

Vera geeft aan dat ze daar niet toe in staat is. ‘Ik kan hier niet mee akkoord gaan, aangezien dit plan zonder overleg met mij is opgesteld’, mailt ze haar bedrijfsarts. Volgens Vera heeft de arts nooit gevraagd naar haar dagelijkse activiteiten en dus ook geen goed zicht op haar belastbaarheid.

Opnieuw een terugval

Ondanks haar bezwaar belt het re-integratiebureau Vera om een afspraak in te plannen. Het zorgt voor veel stress, en trillend en huilend probeert Vera uit te leggen dat ze er simpelweg de energie niet voor heeft. “Ik ben helemaal niks meer.” Vera krijgt opnieuw een terugval, waarbij ze nauwelijks nog kan lopen.

Ook Vera’s revalidatiearts ziet dat ze in drie weken tijd aanzienlijk achteruit is gegaan. Zo erg, dat ze opnieuw te zwak is om met een revalidatietraject te starten.

Hoewel Vera’s bedrijfsarts op de hoogte is van haar behandeltrajecten bij de psycholoog, de ergotherapeut en de revalidatiearts, heeft zij geen informatie bij hen opgevraagd. Pas wanneer Vera het verslag van de revalidatiearts naar de bedrijfsarts mailt, wordt het advies gewijzigd.

De situatie van Vera is exemplarisch voor een grote groep Nederlanders die kampt met long covid. Inmiddels hebben zich al meer dan 12.000 mensen gemeld bij stichting C-support, een organisatie die mensen met langdurige coronaklachten ondersteunt. Van die groep ontvangen 2500 mensen twee jaar later nog steeds actieve begeleiding. Trouw sprak met zeven werknemers met long covid, die al twee jaar worstelen met hun herstel. De geïnterviewden willen enkel met hun voornaam in de krant omdat sommige nog in een juridisch gevecht verwikkeld zijn met hun werkgever.

Te zwak vond om te revalideren

Wetenschappelijk bewijs dat aantoont wanneer iemand met longcovid het beste aan het werk kan, is er niet. Dat zorgt voor grote verschillen in de re-integratie van patiënten.

Doordat iedere arts iets anders adviseert komen sommige werknemers in de knel, net als Vera. Bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en revalidatieartsen maken ieder op basis van hun functie een andere afweging. “Volgens mijn bedrijfsarts kon ik wel twee tot vier uur re-integreren, terwijl mijn revalidatiearts mij nog te zwak vond om te revalideren.”

Zo beoordeelt een verzekeringsarts wat iemand nog in het dagelijks leven doet en vertaalt dat naar de werkvloer, vertelt verzekeringsarts Kristel Weerdesteijn, verbonden aan de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde. Het is volgens haar goed mogelijk dat een onafhankelijke revalidatiearts in dezelfde situatie zal adviseren om de beperkte energie te steken in het gezin, in plaats van in werk. “Maar dat is niet hoe de verzekering werkt.”

Gezamenlijk een advies

Dat is anders voor bedrijfsartsen, meent Ernst Jurgens, bedrijfsarts en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde (NVAB). “Mijn doel is iemand zorgvuldig terug te laten keren naar de samenleving, ook naar de werkvloer.”

Jurgens legt uit dat een bedrijfsarts ook kan besluiten om een werknemer langer thuis te houden, zodat degene meer tijd krijg om te herstellen. Nadeel is wel: hoe langer iemand thuis zit, hoe groter de stap om weer te beginnen met werken.

Artsen zoeken daarom voortdurend naar de juiste balans tussen onder- en overbehandeling. Juist in het geval van long covid is dat ingewikkeld, omdat het verloop van de ziekte nog zo onbekend is. Weerdesteijn ziet dat sommige long covid-patiënten in de knel komen, doordat verschillende artsen iets anders adviseren. Het zou volgens haar zinvol zijn te onderzoeken of artsen voortaan gezamenlijk een advies kunnen uitbrengen. “Dat we met zijn allen kijken wat iemand nog kan en dan met zijn allen bepalen wat iemand binnen die uren gaat doen.”

Moedeloos

Zonder overleg met andere specialisten een besluit nemen over iemands re-integratie is in alle gevallen onwenselijk, vindt Jurgens. Toch beschikken artsen niet altijd over de juiste gegevens, blijkt uit de gesprekken van Trouw met de werknemers. Een van die personen is net zoals Vera al langer dan twee jaar ziek en moest op gesprek komen bij de verzekeringsarts. Tijdens het gesprek werd haar gevraagd naar haar eerste ziektedag.

Toen zij daarop doorvroeg, bleek dat de arts alleen de berekening van haar dagloon had ontvangen en niet over andere medische gegevens beschikte. Vervolgens werd er een nieuwe afspraak ingepland. “Kon ik weer een dag bijkomen voor niks.”

Wat steekt is dat in sommige gevallen het medische advies van een bedrijfsarts in de wind wordt geslagen door een werkgever. Dat gebeurt volgens experts vaak als een werkgever eigenrisicodrager is, wat concreet betekent dat het bedrijf verantwoordelijk is voor het betalen van de uitkering en de re-integratie van de werknemer. In feite neemt de werkgever de rol over van het UWV en betaalt daardoor minder premie. Dit model is vooral populair bij grote bedrijven.

Het UWV beoordeelt uiteindelijk of het bedrijf genoeg doet om een zieke werknemer te helpen re-integreren. Als een werkgever de werknemer onvoldoende stimuleert, kan er een boete opgelegd worden. Om de re-integratie in goede banen te leiden, wordt er vaak een extern bedrijf ingehuurd.

Verschillende partijen verantwoordelijk

Beide partijen willen in de praktijk nog wel eens botsen. Bedrijfsarts Jurgens: “Wij geven de medische kaders aan, een casemanager of leidinggevende vertaalt dat naar concrete taken.” Voor de werknemer blijft echter vaak onduidelijk wat diens rol, deskundigheid en bevoegdheid is.

Ook voor Maria (59) was het lastig dat er verschillende partijen verantwoordelijk waren voor haar re-integratie. Voordat zij corona kreeg, werkte ze 24 jaar als communicatieadviseur bij een groot bedrijf. Over haar bedrijfsarts is Maria zeer te spreken. Die adviseerde haar om ondanks haar minimale mogelijkheden niet te beginnen met werken.

Maar marginale mogelijkheden zijn ook mogelijkheden, zo blijkt. Haar casemanager verantwoordelijk voor het verzuim wil toch graag dat ze begint met re-integreren. Zodoende moet Maria zoeken naar vacatures, sollicitatiebrieven sturen en haar cv updaten. “Alleen maar omdat het op het lijstje van het UWV staat.”

Hierdoor heeft ze vaak de rest van de dag geen energie meer over. “Terwijl ik weet dat het mij niks oplevert.” Het maakt haar moedeloos. “Als ik het niet had hoeven doen, was ik nu misschien al wel hersteld.”

Onder druk gezet

Als een werknemer het niet eens is met het gegeven advies, kan die een second opinion aanvragen bij het UWV. Al gaat daar met de huidige wachtlijsten bij het UWV mogelijk veel tijd overheen. Daarnaast is het voor sommige werknemers die graag aan het werk willen, juist prettig dat het bedrijf bovenop het ziekteverzuim zit, zeggen experts.

Ook Maria en Vera zouden heel graag weer aan het werk willen, maar lichamelijk gaat het niet. Zij voelen zich onder druk gezet en niet begrepen door hun werkgever. Wat de situatie extra complex maakt is dat ze voorlopig afhankelijk blijven van het bedrijf waarvoor ze werkten. Dat zit zo: de werkgevers van Laura en Vera zijn ook verantwoordelijk voor de zogenoemde WIA-uitkering. Dat betekent dat zij de komende tien jaar de re-integratie van de werknemer op zich zullen nemen. Sinds Vera dat weet, is ze bang voor de telefoon en voor de post. “Het voelt alsof ik nog steeds aan de ketting lig en ze er op ieder moment aan kunnen trekken.”

Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering wordt een werknemer beoordeeld door de verzekeringsarts. De vraagt dringt zich op of verzekeringsartsen wel in staat zijn om een werknemer in een gesprek goed te beoordelen. “Zij hebben nog helemaal geen protocol, en moeten het doen met wat bedrijfsartsen opschrijven”, stelt Jurgens.

Het UWV erkent long covid als ziekte, de klachten worden serieus genomen, reageert een woordvoerder. Mensen met long covid worden net zo beoordeeld als mensen met andere ziekten. Daarbij is niet de specifieke diagnose, maar de belastbaarheid van een patiënt leidend. Ook worden eerdere beoordelingen van artsen meegewogen.

Bij Ilse Hannema (37) lijkt dat niet op te gaan. Met veel verbazing las zij afgelopen week de beslissing van het UWV, waarin staat dat ze veertig uur per week inzetbaar zou zijn. Voordat ze twee jaar geleden ziek werd, werkte ze negen jaar als allround medewerker bij een tankstation. Zelf zou ze het liefst weer werken. “Maar het gaat gewoon niet.”

Klachten niet herkend

Vroeger had ze een actief sociaal leven. Nu komt ze moeilijk uit haar woorden en valt ze soms om van vermoeidheid. Ook heeft Hannema een goedaardig gezwel onder haar oksel, waardoor zij al jaren last heeft van spierkrachtverlies in haar linkerarm. In een rapport concludeert haar revalidatiearts dat hoewel ze vooruitgang boekt, ze nog steeds fysiek en mentaal beperkt belastbaar is.

Toch staat in het rapport van het UWV, ingezien door Trouw, dat Hannema onder meer in staat is om full-time te werken en tot tien kilo te tillen. “Het voelt alsof ik tegen een muur heb gepraat.” In verschillende online supportgroepen voor mensen met long covid, wordt er gezegd dat het een kwestie is van de juiste arts zien te treffen. “Dat was bij mij overduidelijk niet het geval.” Inmiddels is ze in bezwaar gegaan tegen de beslissing.

“In de praktijk worden klachten niet altijd herkend en erkend”, meent ook een woordvoerder van Stichting Achmea Rechtsbijstand. Daar geven arbeidsrechtjuristen onafhankelijk advies aan werknemers met long covid. In totaal zijn er nu 42 zaken aangespannen over onderwerpen als re-integratie, loondoorbetaling, ontslag en aansprakelijkheid van de werkgever.

Overeenkomst voor langere tijd

Zij adviseert werknemers met longcovid om goed juridisch advies in te winnen en zoveel mogelijk documenten te verzamelen. Zeker op het moment dat het contract na twee jaar ziekte wordt beëindigd. “Er is nog weinig bekend over het verloop van de ziekte, dus het is maar de vraag of het verstandig is om nu al een overeenkomst voor langere tijd te tekenen.”

Zeker voor zorgmedewerkers als Vera die in het begin van de pandemie zonder beschermingsmiddelen aan het werk moesten en besmet raakten, is de situatie extra wrang. Het kabinet belooft binnenkort een subsidieregeling te treffen om zorgmedewerkers die kampen met de gevolgen van long covid langer in dienst te kunnen houden. Ook de Algemene Onderwijsbond (Aob) pleit voor een extra derde ziektejaar voor personeel dat kampt met long covid.

Hoewel Vera altijd met veel passie gewerkt heeft in het verpleeghuis, zou de regeling voor haar geen uitkomst bieden. Door alle gebeurtenissen is de werkrelatie met haar werkgever verstoord. “Langer in dienst blijven zou niet goed zijn voor mijn herstel.” Daarbij verwacht ze ook niet snel te kunnen herstellen. “Ik vind het wel verdrietig dat het op deze manier heeft moeten stoppen.”

De namen van de geïnterviewden zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Roger Schleipen (50) werkte in de frontlinie van de zorg, nu zit hij al twee jaar thuis met long covid

Ambulanceverpleegkundige Roger Schleipen zit al twee jaar ziek thuis. Ondanks dat het Rijk extra ondersteuning belooft voor zorgpersoneel dat long covid heeft, verloor Schleipen vorige week toch zijn baan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden