Onderwijsinstelling

We moeten een leven lang blijven leren, en daar profiteert NCOI van

Bij- en omscholing worden belangrijker, bedrijven zien dat ook in, zegt NCOI-eigenaar Robert van Zanten. ‘Mensen kunnen niet meer teren op wat ze vijftig jaar geleden hebben geleerd.’ Beeld Pim Geerts

De grootste particuliere aanbieder van opleidingen, NCOI, wil nog groter worden en LOI overnemen. De vraag naar cursussen stijgt omdat we steeds bijgespijkerd worden.

Er zijn van die bedrijven die bekend én onbekend zijn. NCOI is er zo een. Bekend, vanwege de vele reclames: van de lat die steeds hoger wordt gelegd. Bekend, omdat zo’n 200.000 mensen er jaarlijks opleidingen, cursussen of trainingen volgen. Onbekend, omdat er over het bedrijf zelf zelden wordt geschreven en opdrachtgever en eigenaar Robert van Zanten zelden de publiciteit zoekt. Terwijl NCOI Groep, zoals het bedrijf officieel heet, op zijn gebied toch een hele grote is. 

Zo’n 2200 mensen werken er, van wie negenhonderd op het hoofdkantoor in Hilversum. Daar vindt de planning plaats en worden de docenten en de zalen voor de opleidingen, cursussen en trainingen gezocht en geregeld. Daar huizen de IT’ers, de mensen die de contacten met klanten en lesgevers verzorgen. Niet meegerekend nog: de ruim 4500 docenten die de lessen geven. Dat zijn allemaal freelancers of zzp’ers.

Dominant?

NCOI wordt nog groter. Van Zanten wil de Leidse Onderwijsinstellingen (LOI) overnemen. Dat zijn nog eens 370 medewerkers en zo’n duizend cursussen per jaar. LOI is vooral gericht op particulieren, NCOI meer op werkenden. NCOI biedt jaarlijks zo’n zesduizend opleidingen en trainingen aan. Niet alleen onder de eigen naam, maar ook onder namen als Schoevers, Scheidegger, NTI (Nederlands Taleninstituut), Luzac en Ises. Allemaal bedrijven met hun eigen specialismen, die sinds 2010 door Van Zanten zijn gekocht. NCOI is met afstand de grootste particuliere aanbieder van opleidingen.

Te groot? Vanuit de branche klinkt gemor. Dat NCOI de concurrentie wegdrukt. Dat NCOI, vanwege zijn omvang, makkelijk (grote) klanten kan binnenslepen. Dat zzp-docenten moeilijk om NCOI heen kunnen. Er is daar hoop dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de overname verbiedt: dat kan die toezichthouder als hij meent dat NCOI mét LOI te dominant wordt.

Dominant? Nee, betoogt Van Zanten. “Er zijn 14.000 opleidingsinstituten, waarvan bijna 2500 met meer dan één medewerker.” Hij schat het aandeel van zijn bedrijf in de particuliere markt op een procent of tien. “Daarnaast is er concurrentie van mbo- en hbo-instellingen, hogescholen en universiteiten die ook allerhande opleidingen en aanbieden. De markt is juist heel versnipperd.”

NCOI boert goed

LOI blijft, zegt Van Zanten, zelfstandig. Het is niet de bedoeling een deel van LOI’s ondersteunende diensten naar Hilversum te verkassen. Wel zal NCOI zijn aanwinst ondersteunen. Op het gebied van ict en op organisatorisch vlak bijvoorbeeld. “LOI-directeur Robbert Sloos liet me een half jaar geleden weten dat hij toe was aan iets anders. Hij wist dat ik in zijn bedrijf geïnteresseerd was.”

NCOI boert goed. De afgelopen jaren lag de winst, na belastingen, steeds ruim boven de 20 miljoen euro, in het boekjaar 2017/2018 zelfs op meer dan 30 miljoen. Voor belastingen lag die winst nog flink hoger. De eigenaar houdt veel geld over aan zijn onderwijsbedrijven en is ook nog eigenaar van een bedrijf dat zalen verhuurt.

Van Zanten benadrukt iets anders: dat het belangrijk is dat mensen hun hele leven blijven leren en hij die mogelijkheid biedt. “In 1996, toen ik begon, was er vooral traditioneel onderwijs: voltijds, theoretisch gericht, niet flexibel, niet gericht op werkenden. Daarom begon ik met deeltijdopleidingen, deels ook ’s avonds en op zaterdagen. Met docenten uit de praktijk die naast hun gewone werk les wilden geven.”

Inmiddels biedt NCOI opleidingen en cursussen op talloze gebieden en op verschillende niveaus: mbo, hbo, masters. Er zijn bijspijkercursussen en gespecialiseerde trainingen. Ook mensen die in het gewone onderwijs willen gaan werken, kunnen bij NCOI een opleiding volgen.

Leerbudget voor elk kind

Zorg, welzijn, ict, techniek en onderwijs zijn de sectoren waar nu de groei zit, zegt Van Zanten. Bij- en omscholing worden belangrijker, bedrijven zien dat ook in. “Mensen kunnen niet meer teren op wat ze vijftig jaar geleden hebben geleerd.” Eigenlijk zou, filosofeert hij, elk kind een leerbudget moeten hebben dat het gedurende zijn leven kan opmaken. De een maakt dat budget op de universiteit op, de ander door zich tijdens zijn loopbaan te laten bij- of omscholen.

NCOI leunt zwaar op freelancers en zzp’ers. Hun beloning varieert. Van 150, 180 en 200 euro per dagdeel tot (veel) hogere tarieven voor masteropleidingen en gespecialiseerde trainingen. 150 euro lijkt aardig voor een dagdeel van drie uur. Maar als de reiskostenvergoeding in dat bedrag zit en de tijd voor het voorbereiden van lessen, het begeleiden van cursisten en het nakijken van examens wordt meegerekend, dan oogt die vergoeding nogal karig.

Van Zanten wil alleen in algemene termen ingaan op de beloning. “Wij betalen nette tarieven. Marktconform. Wij hebben nooit moeite om aan docenten te komen. Het aanbod van docenten is groter dan de vraag ernaar.” Dat hij met freelancers werkt, hoort bij zijn businessmodel, zegt hij. Hij zoekt mensen uit de praktijk.

Een paar jaar geleden overwoog Van Zanten nog zijn bedrijf te verkopen. Hij zag er toch van af, en richt zich nu op verdere groei. In Nederland, maar hij denkt inmiddels ook aan het buitenland.

Lees ook: 

Een flinke overname in onderwijsland. 

Het op bedrijven gerichte NCOI lijft de op particu­lieren gerichte LOI in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden