Column Irene van Staveren

We moeten de waarde van natuur niet gaan uitdrukken in een prijs

Bij economische waarde denken we al gauw aan de marktprijs. Toch is dat te beperkt. Er zijn ook andere vormen van economische waarde. Zo is er de moeilijk in geld uit te drukken waarde van de niet-meetbare kanten van een bedrijf. De kracht en bekendheid van een merk (Hema), het charisma van de CEO (tot voor kort Paul Polman van Unilever), het tot de verbeelding sprekende product (Tesla) of de lange historie van een ambacht (abdijbier).

De ruilwaarde van een merk, CEO, of traditie is moeilijk te verzilveren. Maar de huidige economie van steeds goedkoper wordende elektronische producten heeft steeds vaker moeite om zelfs de gebruikswaarde van een goed op waarde te schatten. Terwijl nu juist die gebruikswaarde, een meer wezenlijke economische waarde van een goed, voor consumenten de leidraad moet zijn. Je wilt tenslotte weten wat je aan een stofzuiger of wasmachine hebt om te kunnen bepalen of je de ruilwaarde ervoor wilt betalen.

Maar als die apparaten elke paar jaar meer snufjes hebben en meer gebruiksgemak terwijl de ruilwaarde – de marktprijs – eerder daalt dan stijgt, dan verschuift de gebruikswaarde naar een steeds kortere termijn. Want je verwacht dat je toch na een paar jaar een betere versie tegen een lagere prijs kunt kopen.

Dat komt deels door vrijhandel met China en andere lagelonenlanden. En deels doordat de milieukosten van apparaten maar beperkt in de marktprijs worden meegenomen.

Reparatiecafés

Mijn moeders eerste wasmachine, van een degelijk Duits merk, ging 25 jaar mee en ging als ik me niet vergis de deur uit toen er machines op de markt kwamen met een centrifugefunctie, en niet omdat hij kapot was. Als uw koffiezetapparaat kapot is, zijn de kosten van reparatie vaak hoger dan die van een nieuw apparaat. Dus ook dat is een oorzaak van het feit dat we gebruikswaarde steeds korter waarderen en ons laten verleiden door relatief lage ruilwaarden om steeds weer nieuwe spullen te kopen.

Gelukkig zijn er tegenwoordig reparatiecafés waar vrijwilligers kapotte apparaten repareren. En zelfs bedrijven die reparatiediensten aanbieden tegen betaalbare tarieven. Of een upgrade leveren, bijvoorbeeld extra geheugen op je tablet of laptop. Daarmee wordt de gebruikswaarde van spullen weer serieus genomen en dat is winst voor het milieu. Maar dat moet de norm worden en niet de uitzondering, en dat kan alleen met een circulaire economie waarin hergebruik de standaard is.

Dat brengt me op een derde vorm van economische waarde: de intrinsieke waarde van de natuur, als waardebron in zichzelf. Zodra er een prijskaartje aan hangt kan het moeiteloos ruilwaar worden op de markt. Wat zou de economische waarde van de Oostvaardersplassen zijn? En wat als een miljardair dat bedrag op tafel zou leggen om een privéjachtgebied te hebben? En als de provincie Flevoland met dat geld in een klap de armoede in steden als Almere en Lelystad kan oplossen?

Er zijn heel wat mensen die zo’n prijskaartje bepleiten – de waardering van natuurlijk kapitaal heet dat. Zij hopen dat er daarmee meer erkenning komt voor natuur. Maar ze vergeten dat ze daarmee de mogelijkheid scheppen voor vermarkting van de natuur. Want alles met een prijskaartje is in principe te koop.

Ik stel daarom voor dat we de intrinsieke waarde van natuur – als we het eens zijn dat die natuur moet blijven – niet gaan uitdrukken in een prijs. Maar accepteren dat sommige natuur uitsluitend intrinsieke waarde heeft, en dat is waardevol genoeg.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden