Economie

We gaan vaker uit eten en vinden dat heel normaal

Ook de komende jaren zullen restauranthouders last hebben van een tekort aan personeel. Beeld ANP

Er komen steeds meer buitenlandse toeristen naar ons land. En Nederlanders eten vaker buiten de deur. 

De Nederlandse horecasector is tussen 2008 en 2018 spectaculair gegroeid. Netto kwamen er in die tien jaar bijna vijfduizend zaken bij: per dag zijn dat er 1,3. De groei zat hem vooral bij de restaurants, ijssalons, bezorgrestaurants en hotels.

Dit blijkt uit cijfers van de branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland die zich deels baseert op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De branchevereniging zorgde voor de analyse van die gegevens. De groei in de horeca komt voor een deel voor rekening van het alsmaar stijgende aantal toeristen. De gewoontes van Nederlanders spelen ook mee. Buiten de deur eten is meer in trek geraakt en steeds normaler geworden.

Eetcafés

Het aantal eetgelegenheden steeg dan ook fors, niet alleen in de Randstad. Eind 2018 waren er bijna duizend restaurants meer dan in 2008. Het aantal lunchrooms, cafetaria’s en andere eetgelegenheden steeg met drieduizend. Veel cafés besloten de afgelopen tien jaar ook eten te serveren en vallen daarom niet meer in de categorie ‘cafés’. Nederland telde eind 2018 ruim 900 ijssalons, tegen 440 in het begin van 2008.

Vooral in stadscentra dijde de horeca uit, met Rotterdam (plus 50 procent), Den Haag (plus 40 procent) en Eindhoven (plus 34 procent) als uitschieters. Daarmee is overigens niet gezegd dat al die gelegenheden ook goed renderen. In horecatermen: de koek wordt wel groter, maar moet door meer eet- en drinkgelegenheden worden verdeeld. Bij de vijfduizend zaken die er sinds 2008 bij zijn gekomen, zijn de gelegenheden die in die periode openden maar ook weer sloten niet meegerekend.

De horeca is, mede dankzij die groei van de afgelopen tien jaar, een grote sector geworden, was goed voor een omzet van 28 miljard euro en bood eind 2018 werk aan 448.000 mensen: 28 procent meer dan in 2008.

De toegevoegde waarde (omzet min de inkoopkosten) kwam uit op 15 miljard, tegen 9 miljard in 2008. Volgens Koninklijke Horeca Nederland is de toegevoegde waarde van de horeca inmiddels groter dan die van de Nederlandse landbouw, visserij en bosbouw bij elkaar.

Groeitempo

De verwachting is dat de horeca blijft groeien, al zal het tempo waarin dat gebeurt afnemen. Economen van ING becijferden de omzetgroei voor dit jaar op 2 procent en voor volgend jaar op 1,5 procent. Het aantal buitenlandse toeristen zal wel groeien.

ING verwacht dat 2020 het eerste jaar zal zijn waarin er meer dan 20 miljoen buitenlandse toeristen naar Nederland komen. Daar zal vooral de hotelsector van profiteren. Buitenlanders zijn goed voor 55 procent van alle overnachtingen in Nederlandse hotels. Grote trekpleister blijft Amsterdam. Die stad herbergt volgens ING 28 procent van alle hotelkamers in Nederland.

Dat de groei van de horeca wat afvlakt, komt ook doordat horecaondernemers moeite hebben om aan personeel te komen. Zo heeft rond een derde van de restauranthouders last van een tekort aan personeel.

Lees ook:

Het gaat zó goed met de horeca, dat er personeelsproblemen ontstaan

Door de economische opleving (en de trend van meer buiten de deur eten en drinken) zijn er veel restaurants en hotels bij gekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden