Overheidsaandeel

Waarom is ABN Amro nog steeds in handen van de staat?

Gerrit Zalm opende met een gongslag de beursgang van ABN Amro in 2015.  Beeld ANP
Gerrit Zalm opende met een gongslag de beursgang van ABN Amro in 2015.Beeld ANP

Eigenlijk zou de overheid ABN Amro, overgenomen tijdens de vorige crisis, zo snel als maar verantwoord was weer van de hand doen. Waarom is dat nog steeds niet gebeurd?

Dirk Waterval

Nu de huidige regering echt plaatsmaakt voor de volgende, doemt een vraag op: waarom is ABN Amro nog steeds voor het merendeel in handen van de staat? Had het kabinet niet in het vorige regeerakkoord opgenomen dat de bank zo snel mogelijk weer verkocht zou worden, zodra de omstandigheden op de markt en in het bedrijf dat toelaten?

Feit is dat de waarde van het overheidsbelang fors is gedaald sinds kabinet-Rutte III aantrad, met miljarden euro's zelfs, als gevolg van de intussen gedaalde aandelenkoers van ABN.

De overheid had eind 2017 nog altijd een belang van 56 procent in de bank, die zij tijdens de kredietcrisis in 2008 had gered van de ondergang door haar op te kopen. De staat ziet zichzelf niet als belegger die met publiek geld risico wil lopen op de aandelenbeurs. Ze wilde er dus vanaf, zelfs al zou dat een licht verlies betekenen.

De stapsgewijze verkoop verliep aanvankelijk zeer voortvarend. Eerst ging via een beursgang zo’n 23 procent van de hand in 2015, daarna nog ééns drie afzonderlijke brokken van 7 procent. De laatste van die verkoopmomenten was op 15 september 2017.

Stilstand sinds 2017

Tweede Kamerleden van onder meer D66, PvdA en de VVD vroegen meerdere keren aan de minister van financiën waarom de stapsgewijze verkoop in 2017 tot stilstand is gekomen, maar kregen altijd nul op rekest. Het kabinet zegt daar niets over te kunnen zeggen, omdat het vrijgeven van die kennis de huidige aandeelwaarde kan schaden en daarmee het financiële belang van de staat.

Ook niet als de beslissing om de aandelen wel of niet te verkopen vier jaar in het verleden ligt. Nu iets over de overwegingen van toen zeggen zou namelijk alsnog de verkoopstrategie van de overheid prijsgeven, zegt een woordvoerder van het ministerie desgevraagd. En daar kunnen geïnteresseerde beleggers misschien iets aan afleiden over hoe de overheid in de toekomst in de wedstrijd zit.

Om precies die reden wordt ook weinig duidelijk uit de interne beleidsnotulen en -notities die Trouw bij het ministerie opvroeg via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Toch geven ze enkele nog onbekende details prijs.

Strategie

Zo lijkt er in het voorjaar van 2018 vertraging op te treden omdat er eerst nog wat moet worden uitgezocht. Het ministerie wil bijvoorbeeld eerst weten hoe een nieuwe strategie bij de bank van invloed is op de koers, en het kan handiger zijn om eerst een nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen aan te wijzen (dat zou Tom de Swaan worden).

Bovendien wilde de net aangetreden minister beter begrijpen hoe de beschermingsconstructie werkt van ABN, die mogelijke vijandelijke overnames moet voorkomen in de toekomst. Verkoop van de aandelen zal voor 6 april 2018 mede om die redenen niet mogelijk zijn, staat in de gespreksnotities hierover.

Als er eind 2019, ruim anderhalf jaar later, nog steeds geen nieuw verkoopmoment is gevonden, laat de overheid onderzoeken of een strategische verkoop niet een oplossing kan zijn om van ABN af te komen. Dat gaat dus om een overname of fusie met een andere bank.

Het is slechts één van meerdere opties die de staat laat onderzoeken, en uit niets blijkt dat dit nu ineens de meest voor-de-hand-liggende is. Toch is alleen al een onderzoek ernaar best opmerkelijk: kennelijk wilde de overheid weten of er geen betere manieren waren om de stukken van de hand te doen.

Onduidelijk

Tot die tijd ging dat telkens via een zogeheten accelerated book build, waarin institutionele beleggers de kans kregen om zich voor de stukken in te schrijven nadat ze daarvoor waren gepeild door begeleidende zakenbanken. Waarom er eind 2019 nog eens expliciet naar andere mogelijkheden werd gekeken, wordt niet duidelijk.

Ondertussen liep er tegen die tijd al een onderzoek van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (Fiod) naar de witwasproblemen binnen ABN Amro. De Fiod valt mede onder het ministerie van financiën, en eind 2019 moest de landsadvocaat eraan te pas komen om uit te zoeken of het nog een probleem was dat de minister van het Fiod-onderzoek wist.

Dat zou als voorkennis kunnen gelden op de beurs: als verkopende aandeelhouder wist hij immers van mogelijke problemen binnen de bank, terwijl geïnteresseerde beleggers daar pas achter zouden komen als ze de aandelen in de bank al hadden gekocht.

Het blijkt niet uit de Wob-stukken hoe de landsadvocaat uiteindelijk over dit voorkennis-probleem heeft geadviseerd. Eerder dit jaar, in april 2021, eindigde het Fiod-onderzoek in een schikking van 480 miljoen euro voor nalatige klantcontroles van ABN. Toen werd met een feitenrelaas ook deels duidelijk wat de Fiod precies voor nalatigheden had geconstateerd bij de bank. Waarom het afgelopen driekwart jaar dan geen aandelen meer zijn verkocht, nu het voorkennis-probleem uit de weg is, kan de woordvoerder vanwege de koersgevoeligheid nog steeds niet zeggen.

Lees ook:

Waarom zit ABN Amro niet meer in de AEX-index, en hoe erg is dat?

ABN Amro is uit de AEX-index verwijderd. Waarom? Is er iets mis met de bank? Vijf vragen, vijf antwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden