Burn-outToename

Waarom het zo moeilijk is een remedie te vinden tegen een burn-out

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Het aantal mensen met burn-outklachten stijgt al jaren, maar een keiharde hoofdoorzaak is niet aan te wijzen.  Een burn-out kent vaak meerdere oorzaken, blijkt uit onderzoek van TNO.

Een lange periode met steeds maar sluimerende zorgen, die met een ongekend harde klap onverwacht tot stilstand kwam. Zo omschrijft Ineke Bastiaanse (64) uit Rotterdam de manier waarop ze in 2017 tegen een burn-out aanliep. Na het plotselinge overlijden van haar dementerende moeder merkte ze dat gewoon weer aan het werk gaan simpelweg niet ging. “Ik kon ineens niks meer. Ik had geen concentratie, geen energie en het voelde alsof mijn hoofd vol watten zat.”

De diagnose alzheimer kreeg haar moeder in 2012. “Mijn ouders woonden toen nog zelfstandig. Het was een moeilijk proces. Mijn moeder takelde af en ik had mijn eigen verlies te verwerken, maar ook zorgen om mijn vader. Het karakter van mijn moeder veranderde: ze werd onaangenaam naar mijn vader toe. Dat was moeilijk om te zien.”

De constante zorgen om haar ouders stonden toen voor Bastiaanse redelijk los van haar werk. “Ik stopte als leidinggevende bij publiekszaken in een deelgemeente van Rotterdam, en ging aan de slag als coach. Het was een beetje zoeken naar mijn rol. Maar ik heb in die jaren nooit het gevoel gehad dat ik het niet meer aan zou kunnen.”

Of is het een rouwproces?

2017 werd een ingrijpend jaar: haar moeder moest toch naar een verpleeghuis. Enkele maanden later overleed ze. “Haar dood kwam ondanks de dementie onverwacht. Ik was zelf net op vakantie. Dan komt er een week van regelen, van de begrafenis. Daarna stortte ik in.” 

Vlak voordat Bastiaanse weer aan het werk zou gaan, merkte ze dat het niet ging. “Ik had een gesprek met de bedrijfsarts. ‘Blijf maar een maand thuis’, was al snel de boodschap. Ik dacht toen: ‘is dat niet wat overdreven?’ Want dit was toch geen burn-out, maar een rouwproces? Allebei, zo bleek. Uiteindelijk zou het haar een half jaar kosten om weer volledig aan de slag te gaan. “En dan heb ik nog geluk gehad. Er zijn ook mensen die jaren thuiszitten.”

Een lange aanloop en een moment dat het in een klap niet meer gaat. Die ingrediënten ziet TNO-onderzoeker Irene Houtman terug bij de meeste mensen met burn-outklachten. TNO interviewde in opdracht van het ministerie van sociale zaken zestig mensen uitgebreid over hun burn-out. Niet zonder reden: het aantal mensen met burn-outklachten neemt al jaren toe. Van 12 procent in 2013 tot zo’n 17 procent in 2019, waarbij overigens lang niet iedereen daadwerkelijk thuis komt te zitten. Of de onzekere coronaperiode tot nog meer burn-outs leidt, zal nog moeten blijken. 

Jonge docenten worstelen

Een alomvattende oplossing voor die burn-outproblematiek is er door de veelheid aan mogelijke oorzaken niet, aldus Houtman. “Maar enkele sectoren springen er wel duidelijk uit.” Zo komen in het onderwijs veel burn-outklachten voor. Op middelbare scholen was dat altijd al zo, maar nu zitten ook de basisscholen in de lift. “We zien daar bijvoorbeeld jonge docenten worstelen. Zo spraken we iemand bij wie de begeleiding te wensen over liet. Die kreeg drie mentorklassen, werd ineens gebeld door ouders. En kwam voor dilemma’s te staan: reageer ik wel of niet ’s avonds al?”

Een typische burn-out bestaat volgens Houtman niet. “Er is bijna altijd een combinatie van oorzaken waardoor mensen niet meer kunnen werken. Die zitten deels bij de persoon zelf: denk aan perfectionisme, of problemen in de privé-situatie.” Daarnaast spelen vaak factoren op het werk mee, zoals een te hoge belasting, ontevredenheid of een conflict met een leidinggevende, vertelt Houtman. “En dan zijn er nog maatschappelijke ontwikkelingen, zoals digitalisering en minder tijd voor contact met klanten.”

Het was typisch zo’n combinatie van factoren die ervoor zorgde dat het bij Karin Winter (56) uit het Drentse Hollandscheveld niet langer ging. Sinds 2005 bezorgde ze medicijnen bij mensen thuis namens een apotheek in Hoogeveen. “Ik vond het superleuk: in mijn auto reed ik door de omgeving. Ik had een gevoel van vrijheid. En een sociale functie. Bij veel mensen maak je even een praatje aan de deur.”

Voor praatjes geen tijd meer

De omslag kwam in 2014, toen haar apotheek met een andere samenging. “Daar bezorgden de assistentes medicijnen in het verleden zelf. Maar na de fusie gingen wij de extra adressen erbij doen, zonder dat er bezorgers bij kwamen.” Het gevolg was dat de oorspronkelijke 30 adressen op een middag er soms wel 100 werden. Voor praatjes aan de deur was geen tijd meer. “En als het voor zes uur niet klaar was, moest een van de collega’s in de apotheek op mij blijven wachten. Dat geeft een heel veel vervelend gevoel.”

Dat probleem kaartte ze aan, inclusief een oplossing: ze zou zelf wel meer kunnen werken. “Achteraf was dat een slecht plan: we waren nog steeds met te weinig, terwijl mijn verantwoordelijkheid nog groter werd. Eigenlijk had een werkgever dat toen moeten zien en me tegen mezelf in bescherming moeten nemen.” 

Nadat ze in 2016 al een aantal weken ziek thuis zat, ging het in 2018 definitief mis. “Ik belde mijn leidinggevende: ‘het gaat echt niet meer’. Hij stelde voor om die dag alleen ‘s middags te werken. Ik ben zes kilometer wandelend naar de apotheek gegaan: dat is gezond, dacht ik nog. Maar ik had het gevoel dat ik de grond niet raakte, was helemaal duizelig toen aan kwam. Toen heeft mijn baas me naar huis gebracht en heb ik twee dagen alleen maar geslapen.”

De baas is belangrijk

Leidinggevenden zijn volgens TNO-onderzoeker Houtman een spil om het aantal burnouts terug te dringen. Om meerdere redenen. “Een probleem met de baas is een van de belangrijkste oorzaken van burn-outklachten. Maar leidinggevenden worden ook vaak in positieve zin genoemd. Door goed om te gaan met burn-outklachten van personeel, kunnen ze uitval voorkomen. Of bijdragen aan een goede terugkeer op de werkvloer.”

Wat dat betreft is Ineke Bastiaanse erg over haar werkgever te spreken. “Ik heb naar mijn idee veel ruimte gehad om op een goede manier terug te keren. Als het te veel werd, kreeg ik bijvoorbeeld snel last van hoofdpijn. Tijdens mijn re-integratie kon ik daaraan merken dat ik even een terugslag had. Dan mocht ik meteen een stap terug doen.” 

Hoewel ze relatief snel weer aan de slag was, merkt Bastiaanse nog altijd de gevolgen van haar burn-out. “Ik kan minder aan en merk dat mijn geheugen minder is dan voorheen. Maar ik ben er wel alerter door geworden dat ik op tijd mijn grenzen aangeef.” En het belang daarvan, denkt Bastiaanse, zou eigenlijk iedereen ter harte mogen nemen. “We zitten allemaal in een maatschappij die veeleisender wordt. Voor jongeren die gaan werken, en ook het gevoel hebben dat ze alles uit het leven moeten halen. Maar ook voor mijn generatie. Met ouder wordende ouders, die zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen. En intussen ook mantelzorg nodig hebben.”

Hechtingsprobleem

Bij Karin Winter liep het contact met haar baas minder soepel, al verwijt ze hem niets. “Hij kwam in een lastige situatie binnen, na een aantal wisselingen, en was nog onervaren. Ga er maar aanstaan: hij moest een apotheek managen. Hoe moet hij dan ook weten hoe hij precies moet omgaan met een medewerker die het niet meer trekt?”

Aan begeleiding heeft het bij Winter wel ontbroken. “Ik liep al bij de psycholoog: daar kwam naar voren dat ik een hechtingsprobleem had. Ik dacht: als ik daaraan werk, neemt dat misschien de oorzaak weg.” De bedrijfsarts vond dat prima. Maar toen ze na een jaar weer aan het werk moest, bleek haar burn-out in feite nog steeds onbehandeld. “Pas toen ik na anderhalf jaar op eigen initiatief bij een burn-outcoach kwam, ging ik er écht mee aan de slag.” 

Gevolg is dat Winter nog altijd thuis is. Bij de apotheek kwam ze ontslag met wederzijds goedvinden overeen. Ze koestert geen wrok, en komt zelfs nog wel eens bij de apotheek. “Ik heb er heel fijne collega’s gehad, en voel er nog steeds waardering.” Op goede dagen zou ze best weer willen werken. “Maar er lijkt definitief iets geknapt. Ik kan hier best de ramen zemen of stofzuigen, maar als ik voor een baas moet presteren, loop ik vast. Ik voel me inmiddels voor een groot deel gelukkig en gezond, maar ben totaal niet belastbaar als er iets van mij verwacht wordt.”

Lees ook:

Ziekteverzuim op het werk stijgt nauwelijks, maar arbodiensten zijn er niet gerust op

Het ziekteverzuim op de werkvloer is in het eerste half jaar nog nauwelijks gestegen. ‘Verraderlijk’, zeggen de arbodiensten ArboNed en HumanCapitalCare, werkzaam voor bijna 1 miljoen werknemers. Want een aantal beroepsgroepen hebben het door de coronacrisis wel heel zwaar, en uitputting ligt op de loer, waarschuwen deze arbodiensten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden