West-Afrika

Voor veel cacaoboeren is een leefbaar inkomen onrealistisch. Zij zijn meer geholpen met ander werk

Cacaobonen liggen te drogen in het boerendorp Djigbadji in Ivoorkust, West-Afrika. Beeld Reuters
Cacaobonen liggen te drogen in het boerendorp Djigbadji in Ivoorkust, West-Afrika.Beeld Reuters

Ook als de cacao-opbrengsten van Ghana en Ivoorkust verdubbelen, hebben de meeste cacaoboeren geen fatsoenlijk inkomen. Hun land en oogst zijn te klein en de prijzen te laag.

Hans Nauta

Het klinkt zo logisch: als chocola iets duurder wordt voor consumenten en cacao iets duurder voor bedrijven die het verhandelen of verwerken, dan kunnen de boeren in Ghana en Ivoorkust een fatsoenlijk inkomen verdienen. “Maar voor heel veel boeren in deze West-Afrikaanse landen gaat die redenering niet op”, zegt Yuca Waarts, onderzoeker aan Wageningen University & Research.

Kleine boeren met potentie hebben wel baat bij hogere prijzen. “Maar daarnaast zijn er marginale boeren die nooit verder zullen komen. Die tweede categorie kan beter aan ander werk worden geholpen”, zegt Waarts. De productie van ruwe grondstoffen biedt zulke boeren geen weg uit de armoede.

De term ‘leefbaar inkomen’ is in opmars. Unilever belooft dat iedereen die goederen of diensten levert aan het levensmiddelenconcern in 2030 een leefbaar loon of inkomen verdient. De Nederlandse supermarkten werken aan een leefbaar loon in de bananenteelt. En chocoladebedrijf Tony’s Chocolonely roept concurrenten in een campagne op om net als Tony’s een hogere prijs te betalen, zodat boeren genoeg verdienen.

Interessante rekensom

Een leefbaar inkomen is het bedrag waarmee een werknemer of boer zijn gezin fatsoenlijk kan onderhouden. Het houdt dus rekening met huisvesting, voedsel, school, doktersbezoek en onverwachte kosten. Per regio en per sector kan zo’n inkomen worden vastgesteld. Vervolgens kan worden berekend hoeveel dollar een boer hoort te krijgen voor een kilo cacao.

Maar hogere prijzen of het betalen van een premie zijn geen wondermiddel, blijkt uit het nieuwe onderzoeksrapport ‘Balancing the Living Income Challenge’. Daarin komt Waarts met een interessante rekensom over de cacao-industrie van Ghana en Ivoorkust, samen goed voor 60 procent van alle cacao.

In die landen produceren zo’n twee miljoen kleine boeren cacao. Gemiddeld komt een boerenhuishouden per jaar 2605 dollar aan inkomsten tekort. Door deze cijfers te vermenigvuldigen krijg je het totale gat tussen het leefbaar inkomen en het werkelijke inkomen, namelijk 5,2 miljard dollar. Dat is evenveel als Ghana en Ivoorkust samen in een jaar aan de cacao-export verdienen. Die verdiensten zouden dus moeten verdubbelen.

Vooral de succesvolle boeren profiteren van een extraatje

Hoewel, ook dat zou niet alles oplossen. Als de handel een premie betaalt die opgeteld 5,2 miljard dollar oplevert, helpt dat maar een deel van de boeren, zegt Waarts. “Dan kan slechts 30 tot 40 procent van de boerenhuishoudens een leefbaar loon behalen. Dat komt doordat veel boeren beduidend minder verdienen dan het gemiddelde.”

Yuca Waarts, senior onderzoeker bij Wageningen University & Research. Beeld Wageningen Universiteit
Yuca Waarts, senior onderzoeker bij Wageningen University & Research.Beeld Wageningen Universiteit

Boeren die relatief veel omzet draaien, krijgen ook veel premie binnen. De boeren die het slecht doen, bijvoorbeeld omdat ze te weinig land bezitten, winnen er weinig mee. Waarts: “Als je maar een paar zakken cacao per jaar verkoopt, voegt een premie op de verkoopprijs weinig toe aan je totale inkomen. Die hogere cacaoprijs gaat pas helpen als je al een goede basis hebt.”

Kijk bijvoorbeeld naar Tony’s Chocolonely. Dat gaat bij de gebruikte referentieprijs voor een leefbaar inkomen uit van boerderijen met “een levensvatbare bedrijfsomvang en een adequaat productieniveau”. Zo moeten boeren minimaal 800 kilogram per hectare oogsten, wat slechts een minderheid lukt.

“We weten dat verschillende factoren van invloed zijn op het vermogen van boeren om een leefbaar inkomen te verdienen, zoals de grootte van het bedrijf, de opbrengsten en de samenstelling van het huishouden”, zegt een woordvoerder. “Daarom werken we ook samen met boeren aan het verbeteren van hun cacaoproductiviteit op de landbouwgrond die ze bezitten. Via coöperaties investeren we in projecten voor gemeenschapsontwikkeling en in andere inkomstenbronnen. Alleen een hogere prijs is niet genoeg.”

Onderwijs en ander werk

Er zijn wel boeren voor wie een leefbaar inkomen binnen bereik ligt. Maar voor een grote groep is dat dus niet realistisch. Waarts: “Dat zijn vaak mensen die uit armoede en door een gebrek aan andere mogelijkheden cacao blijven produceren. Ze zitten opgesloten in hun situatie.” Zulke West-Afrikanen zijn meer geholpen met onderwijs en ander werk dan met een wat hogere cacaoprijs. Daarin speelt de overheid een cruciale rol.

Waarts werkte voor dit onderzoek samen met Cocoa Life, het duurzaamheidsprogramma van het Amerikaanse levensmiddelenbedrijf Mondelez International. Cocoa Life beschikt namelijk over data van huishoudens van cacaoboeren. Ook werkt ze met gegevens uit eigen onderzoek en van organisaties zoals de Oeso en het Tropeninstituut.

De uitkomsten betekenen niet dat multinationals afstand moeten nemen van boeren zonder perspectief, zegt Waarts. “Ze moeten juist hun invloed aanwenden bij de overheid en aandringen op een sociale hervorming van de industrie.”

Net als de Opec

Het zou goed zijn als de cacaoproducerende landen hun positie versterken door samen te werken. Net zoals de Opec de oliemarkt zijn wil oplegt. Waarts: “Cacao is een vraagmarkt, de kopers zetten de toon. In de jaren zeventig bespraken cacaoproducerende landen nog hoeveel ze zouden produceren en hadden ze een grotere invloed op de marktprijs. Nu wordt er alleen maar meer cacao geteeld, met een lage prijs en armoede als gevolg.”

Ghana en Ivoorkust rekenen sinds vorig jaar een leefbaar-inkomentoeslag van 400 dollar per ton cacao. Op die manier proberen ze de positie van hun boeren te verbeteren. Het is nog niet duidelijk in hoeverre dit geld de boeren bereikt. En ook hier bestaat het risico dat de armste boeren het minst profiteren.

Een mensenrechtenkwestie

Een leefbaar inkomen is een mensenrecht, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. In artikel 23 staat: ‘Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert’. En in artikel 25: ‘Een ieder heeft recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten.” Volgens richtlijnen van de Verenigde Naties uit 2011 moeten bedrijven mensenrechten respecteren en dus bijdragen aan zo’n fatsoenlijk inkomen in hun productieketens.

Lees ook:

Europa ligt opeens ver weg voor cacaoboeren uit Colombia

Uit Colombia en Ecuador komt speciale chocola, die populair is onder fijnproevers. Maar de cacaoboeren in deze landen hebben nu te kampen met strengere Europese invoerregels. Hun cacao kan namelijk te veel cadmium bevatten, een metaal dat op lange termijn slecht is voor de gezondheid. Volgens sommige deskundigen zijn de regels te streng.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden