BinnenlandMinder mensen in ov

Volgend jaar rijdt de bus minder: provincies, vervoersbedrijven en gemeenten liggen overhoop

Provincies stevenen af op tien procent minder busritten ten opzichte van voor de pandemie, blijkt uit onlangs gepubliceerde plannen. De inkrimping heeft effect op tientallen buslijnen. Beeld Arriva
Provincies stevenen af op tien procent minder busritten ten opzichte van voor de pandemie, blijkt uit onlangs gepubliceerde plannen. De inkrimping heeft effect op tientallen buslijnen.Beeld Arriva

Zelf met financiële steun van de overheid noopt de coronacrisis vervoersbedrijven te snijden in dienstregelingen. Bussen komen minder vaak langs, sommige lijnen worden geschrapt. Gemeenten zijn furieus en proberen de plannen te voorkomen.

Hoe langer we massaal thuiswerken, hoe penibeler de financiële huishouding van bedrijven in het openbaar vervoer wordt. Zonder passagiers geen inkomsten. Dus zien provincies en vervoersbedrijven zich genoodzaakt te snijden in dienstregelingen van stads- en streekbussen. Door het hele land doen bussen vanaf volgend jaar minder frequent de haltes aan. Sommige trajecten worden helemaal geschrapt.

Het gaat om buslijnen van onder meer de vervoersbedrijven Arriva (Noord-Brabant, Limburg en Friesland), Keolis (Overijssel en Gelderland) en Connexxion (Noord-Holland en Flevoland). De exacte omvang van de kaalslag is nog niet duidelijk. Provincies stevenen af op tien procent minder busritten ten opzichte van voor de pandemie, blijkt uit onlangs gepubliceerde plannen. De inkrimping heeft effect op tientallen buslijnen. In enkele regio’s draait de ingeperkte dienstregeling al.

Het snijden in dienstregelingen heeft vooral gevolgen voor inwoners van kleinere gemeenten. Zo kan het zijn dat een bus niet meer elk uur, maar enkel nog in de spits rijdt, of dreigt de busverbinding tussen twee gemeenten te komen vervallen (bijvoorbeeld tussen Gennep en Cuijk). Opvallend is dat ook in steden als Tilburg, Eindhoven en Leeuwarden flink minder bussen gaan rijden.

Snijden in dienstregelingen

De vervoersbedrijven (NS, stads- en streekvervoer) kampen door de coronacrisis met miljoenenverliezen. Om te voorkomen dat er straks helemaal geen treinen en bussen meer rijden, staat de overheid garant voor maximaal 95 procent van de tekorten van ov-bedrijven, wat neerkomt op 1,5 miljard euro voor dit jaar, en nog eens 240 miljoen euro tot september 2022.

De vervoerbedrijven krijgen die zogeheten ‘beschikbaarheidsvergoeding’ alleen als ze met de provincies, die verantwoordelijk zijn voor het streekvervoer, duidelijk kunnen maken hoe ze het resterende tekort van 5 procent opvangen. In de praktijk komt dat deels neer op het snijden in dienstregelingen. Dat is opvallend, want het Rijk eist juist dat provincies níet te veel snoeien in dienstregelingen. Volgens demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) ontvangen vervoerders geen coronavergoeding als ze zich niet aan de afspraken houden. Maar, zegt ze: “Er is geen garantie dat er nooit ergens een bus verdwijnt.”

Bovendien is de coronasteun eind vorige maand verlengd tot september volgend jaar, waardoor ov-bedrijven meer lucht hebben en hun krimpplannen mogelijk herzien, verwacht Van Veldhoven. Daarvoor hebben ze tot dit najaar de tijd. Maar of dat gebeurt? Arriva verandert in grote lijnen niets meer, zegt een woordvoerster. Wel schrappen Keolis en de provincie Overijssel door de steunverlenging ‘het zwarte scenario’, dat uitging van bijna 20 procent minder busritten.

65 procent van de reizigers

Niet overal is duidelijk of het busvervoer na de pandemie weer wordt opgeschaald naar het oude niveau. Momenteel vervoert het ov zo’n 65 procent van het aantal reizigers dat het voor de pandemie vervoerde. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) verwacht dat het ov-gebruik volgend jaar nog 6 tot 14 procent onder het niveau van 2019 ligt. Waarom dan toch inkrimpen? “Er zijn prognoses dat mensen ook na corona vaker thuis blijven werken”, verklaart een woordvoerster van Arriva. “Uiteindelijk zien we simpelweg nog steeds veel minder reizigers dan normaal.”

Gemeentebesturen door het hele land reageren als door een wesp gestoken op de aankondigingen en kloppen bij provincies of vervoersbedrijven aan om de plannen terug te draaien. De gemeente Dronten ziet dat de inkrimping vooral kwetsbare groepen treft, omdat de bereikbaarheid van onder meer ziekenhuizen, behandelcentra en speciaal onderwijs flink afneemt. Daarbij stelt de gemeente dat de provincie verder moet kijken dan de crisis en juist moet inzetten op meer ov, bijvoorbeeld vanwege toenemende vergrijzing.

Wethouders in Zwolle en Deventer schreven een brandbrief aan de provincie Overijssel, de gemeente Tilburg wil in gesprek met Arriva en de GroenLinks-fractie in Eindhoven startte een petitie om aandacht voor het probleem te vragen in de Tweede Kamer. Volgens het Eindhovense GroenLinks-raadslid Samir Toub zou het Rijk namelijk garant moeten staan voor alle tekorten in het ov om de landelijke conflicten op te lossen. “Het schrappen van buslijnen is geen goed signaal als het gaat om verduurzaming. Steden stromen nu al vol met auto’s. Bovendien dragen we de verantwoordelijkheid om ouderen en mensen met een beperking te ondersteunen. Openbaar vervoer moet voor iedereen bereikbaar blijven.”

Lees ook:

Het kabinet trekt anderhalf miljard euro uit om het openbaar vervoer overeind te houden

Om ervoor te zorgen dat treinen, bussen, trams en metro’s kunnen blijven rijden, gaat het kabinet forse financiële noodsteun geven aan de sector.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden