Coronacrisis

VN: Ontwikkelingslanden hebben al onhoudbare schulden, meer lenen is geen oplossing

Een tassenverkoper in Ghana. Op de muur staat het advies om thuis te blijven vanwege de coronacrisis. Maar sinds deze week mogen mensen er weer de straat op. Beeld AFP

Het IMF en de G20 bieden landen met zwakke economieën nieuwe leningen en uitstel van schuldbetalingen. Volgens de VN gaat dat niet ver genoeg.

Vrijwel dagelijks kondigt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een nieuwe lening aan voor een land in problemen. 130 miljoen dollar voor het West-Afrikaanse Mauritanië. 363 miljoen dollar voor Congo. 1 miljard dollar voor Ghana, onder meer om urgente betalingsproblemen te verhelpen tijdens de coronacrisis.

Tot dusver hebben 103 landen het IMF om noodfinanciering verzocht, schreef directeur Kristalina Georgieva deze week in een blog. Opgeteld gaat dat om zo'n 100 miljard dollar. Eind april is de helft van die aanvragen afgewikkeld, verwacht ze.

Voor de 29 meest kwetsbare landen - waarvan 23 in Afrika - heeft het IMF een speciaal catastrofefonds, opgericht tijdens de ebolacrisis in 2015. Onder meer Gambia, Mozambique, Nepal en Afghanistan krijgen de komende zes maanden uitstel van hun schuldbetalingen aan het IMF. Dankzij bijdragen van Nederland, Groot-Brittannië, Japan, Duitsland, Singapore en China kon die steun onmiddellijk worden geboden, schrijft het IMF. Het geld dat vrijkomt, zo’n 215 miljoen dollar, is bestemd voor de gezondheidszorg en de slachtoffers van de economische crisis. 

De G20 doet iets vergelijkbaars. Deze club van rijke landen biedt arme landen tot eind dit jaar uitstel van schuldbetalingen. Dat scheelt de zwakste landen zo'n 12 miljard dollar. 

Nieuwe leningen bovenop de bestaande, onhoudbare schuldenlast

Grote bedragen zijn het. Maar de hulp is niet genoeg, stelt VN-organisatie Unctad (handel en ontwikkeling). Al voor de coronacrisis worstelden ontwikkelingslanden met een onhoudbare schuldenlast. Nu komen daar dus nieuwe leningen bij.

En wat de uitstel van betaling betreft: dat betekent dat de rente en aflossing de komende jaren alsnog moeten worden opgebracht. Kunnen die landen dat dan? “Gezien de muur van schuldbetalingen waar de overheden van veel ontwikkelingslanden in 2021 en daarna tegenaan kijken, is dat onwaarschijnlijk”, schrijft Unctad in een donderdag verschenen rapport. In 2020 en 2021 alleen al moeten ontwikkelingslanden 2600 miljard dollar terugbetalen aan hun schuldeisers.

Er moet een streep door veel van die schulden, zegt Unctad. Het is tijd voor een wereldwijd schuldenplan. En als het IMF en de zusterorganisatie Wereldbank dat niet voor elkaar brengen, moet er een Internationale Autoriteit voor Schulden van Ontwikkelingslanden komen, stelt de VN-organisatie.

De vraag is hoe China zich opstelt

De schuldenproblematiek is er de laatste jaren niet eenvoudiger op geworden. Zo is het de vraag hoe China zich opstelt tijdens deze economische crisis, als belangrijke kredietverstrekker in landen met veel grondstoffen. 

Onderschat niet het belang van deze kredietverlener en de commerciële aard van zijn leningen, schrijft Europa’s grootste vermogensbeheerder Amundi over China in een analyse van de opkomende economieën. De positie van China kan gevolgen hebben voor de effectiviteit van de IMF-initiatieven en kan het moeilijker maken om meer geld van de Verenigde Staten los te maken, waarschuwt Amundi. 

IMF-directeur Georgieva zegt zich grote zorgen te maken over de opkomende en ontwikkelingslanden. Niet alleen is hun gezondheidsstelsel minder ontwikkeld, ook stapelen de economische problemen zich op.

In de voorbije periode is er zo’n 100 miljard dollar uit deze landen weggehaald, door investeerders die hun geld zo veilig mogelijk willen stallen. Deze geldstroom verzwakte de wisselkoers van de lokale munten. Niet alleen maakt dat de import duurder, ook worden de schulden in buitenlandse valuta zwaarder. 

Geen vraag meer naar olie en de toerist blijft weg

Voor olieproducerende landen zoals Nigeria of Angola is de lage olieprijs een financiële ramp. Ook naar andere grondstoffen is de vraag teruggevallen. Toerisme is een industrie die arme landen gewoonlijk aan buitenlandse valuta helpt en veel mensen werk verschaft. Nu niet meer. 

Verder zijn sommige landen afhankelijk van geld dat landgenoten naar huis sturen. In de Filipijnen bedroeg die geldstroom vorig jaar 8,5 procent van het bruto binnenlands product. Nu staan de buitenlandse banen en inkomsten op de tocht. 

Het ligt voor de hand dat zwakke landen harder worden getroffen in de crisis. Meer lenen is niet voor alle landen de beste oplossing, erkent Georgieva. Daarom zegt ze dat het IMF in deze buitengewone crisis buitengewone maatregelen moet zien te bedenken.

Lees ook:

Honderden miljoenen mensen hangt absolute armoede boven het hoofd

Twee miljard mensen werken in de informele sector. Zij worden hard geraakt door de crisis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden