Sociaal kapitaal

Veel bloeddonoren en gulle gevers in je gemeente? Dan is er meer werk en minder criminaliteit

Zwolle is een stad met een relatief groot sociaal kapitaal. Daardoor is er minder criminaliteit en vallen er op de arbeidsmarkt minder mensen buiten de boot, concluderen onderzoekers van SEO. Beeld ANP
Zwolle is een stad met een relatief groot sociaal kapitaal. Daardoor is er minder criminaliteit en vallen er op de arbeidsmarkt minder mensen buiten de boot, concluderen onderzoekers van SEO.Beeld ANP

In gemeenten waar de sociale samenhang groot is, stijgen de kansen op de arbeidsmarkt en zijn de criminaliteitscijfers lager. Dat blijkt uit een inventarisatie van economisch onderzoeksbureau SEO.

Delft en Zwolle zijn in veel opzichten vergelijkbare steden. Allebei middelgroot, allebei herbergen ze redelijk wat studenten. Ze zijn ook niet uitgesproken arm of rijk. Maar verschillen zijn er ook: op een aantal terreinen scoort Zwolle duidelijk beter. Zo liggen de criminaliteitscijfers lager en is de arbeidsparticipatie juist hoger. Ook als je die cijfers corrigeert voor verschillen in de samenstelling van de bevolking en het inkomen dat mensen in beide gemeenten verdienen.

Hoe die verschillen dan wel ontstaan? “Zwolle heeft een groter sociaal kapitaal”, is de meest beknopte samenvatting die SEO-onderzoeker Bas ter Weel kan geven. “Dat is een beetje een economenterm: je zou het ook sociale cohesie kunnen noemen.” Of nog wat populairder en korter door de bocht gesproken: Zwollenaren kijken meer naar elkaar en de rest van de wereld om.

Bloeddonoren en verkiezingen

De vraag daarbij is echter: hoe meet je sociaal kapitaal? Daarvoor hebben Ter Weel en collega-onderzoeker Céline Odding drie indicatoren gevonden die samen iets zeggen over de sociale betrokkenheid binnen een gemeente. De eerste is het aantal schenkingen aan goede doelen, dat iets zegt over hoe altruïstisch mensen zijn. Daarnaast weegt het aantal stemmers bij gemeenteraadsverkiezingen mee, als maatstaf voor solidariteit. En ten slotte keken Ter Weel en Odding naar het aantal bloeddonoren, dat de wederkerigheid meet (‘als ik in het ziekenhuis lig, hoop ik dat er voor mij bloed beschikbaar is’).

Die indicatoren zelf zijn niet het ei van Columbus, benadrukt Ter Weel. “Het doel is natuurlijk niet om het aantal bloeddonoren in een gemeente omhoog te krijgen.” Maar in een vijver vol data geven juist deze drie onderwerpen in gezamenlijkheid wél een goed beeld van het sociaal kapitaal. En dat blijkt dus sterk samen te hangen met de cijfers op het gebied van arbeidsdeelname en criminaliteit. Zo zou het aantal misdrijven per 1000 inwoners in Delft bijvoorbeeld naar verwachting met bijna twintig procent afnemen als het sociaal kapitaal er gelijk was aan dat van Zwolle.

Noaberschap

Wie naar het kaartje kijkt van gemeenten met een hoog en laag sociaal kapitaal, ziet daarin een aantal vaker voorkomende patronen. De grotere steden scoren er – misschien niet heel verrassend – relatief laag op. En ook gebieden als Oost-Groningen en Limburg, vaak genoemd als het om economische achterstanden gaat, doen het hier erg matig. In Overijssel en de Achterhoek – waar noaberschap een vaak gebezigde term is – is het sociaal kapitaal juist groot.

De resultaten volgen daarmee voor een groot deel het patroon dat ook op kaartjes over brede welvaart terug te zien is. Een term die vaak wordt gebruikt om niet alleen economische prestaties, maar ook woongenot en levensgeluk mee te wegen in vergelijkingen over de stand van het land. “Al valt wel op dat Brabant op het gebied van sociaal kapitaal relatief matig scoort.”

Bruggen bouwen

De hamvraag: als sociaal kapitaal werkelijk een sleutel is naar minder werkloosheid en criminaliteit, kunnen we het dan ook actief vergroten? “Het helpt in elk geval om bruggen te bouwen tussen verschillende groepen”, aldus Ter Weel. “Om het netwerk van mensen te verbreden en er zo voor te zorgen dat ze iets voor elkaar kunnen en willen doen. In een gemeenschap waar men op elkaar let, vallen mensen ook minder snel buiten de boot.”

“Maar het is complex om daar iets aan te doen; dat vergt een lange adem. Bijvoorbeeld via goed onderwijs voor álle groepen, want dat is nu een enorme versneller van ongelijkheid. Maar makkelijke oplossingen zijn er niet: er gaat in al die gemeenten van alles mis en goed. Als precies te ontrafelen was hoe je criminaliteit kan voorkomen, dan was dat allang gebeurd.”

Lees ook:

Vogelaar is er niet meer, maar haar beleid is harder nodig dan ooit

Met de dood van oud-minister Ella Vogelaar doemt de vraag op: hoe staat het ervoor met de aanpak van haar achterstandwijken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden